Home

Ervaringen en leermomenten

Bouwen en monteren

Aandrijvingen

Besturing

Ontvanger

Praktijk van het vliegen

Kunstvlucht

Theorie

Het vleugelprofiel

Tips en truuks

Foto van de week

Definities en begrippen

Literatuur

Verantwoording

Mini Taxi | Uitgebreide beschrijving

Inhoud en afwerking van de set

Hoe eenvoudig een model ook is, een goede bouwbeschrijving of montagevoorschrift is van groot belang om het op de juiste wijze te prepareren voor het vliegen. Maar, ook bij dit model blijkt, zoals al vaker geconstateerd bij modellen die in het verre oosten worden gemaakt, dat het montage voorschrift niet is afgestemd op de betreffende uitvoering. Kennelijk zijn bij deze set de montage voorschriften (aparte voor motor, zender en vliegtuig) niet geheel afgestemd op het totaal. Ook het installatievoorschrift is niet aangepast op dit RFR-type en ontbreekt hier en daar essentiële informatie. De beschrijving die bij de zender hoort is meer geschreven voor auto’s of boten dan voor een vliegtuig en er is hier en daar enige kennis en fantasie voor nodig om een vertaalslag naar een modelvliegtuig te maken.

In een veelkleurige draagverpakking bevinden zich naast de volledig afgebouwde romp met motor, regelaar en servo’s, de vleugel, het stabilo, het onderstel, een Eco-Sport System X-306 FM, en een Mini Superhet C8 FM 35 ontvanger, een montage beschrijving en gebruiksaanwijzingen voor de motor, zender en ontvanger. Het model is voorzien van een Speed 400 plus met geïntegreerde regelaar. Voor de energievoorziening kan gebruik worden gemaakt van een acht-cellige NiMH accu met 1200 mAh (Graupner NiMH 8N-1000B 9,6V/1,2Ah; Best.-Nr. 7519) of van verschillende Lipo accu’s van 1000 tot 1500 mAh. De Speed 400 plus in deze uitvoering is volgens specificatie geschikt voor twee- en drie-cellige Lipo’s. De zender is uitgevoerd met drie proportionele kanalen waarvan hoogte- en richtingsroer met enkelvoudige knuppels met trim mogelijkheid worden bediend en het gas met een draaischijfje aan de rechterkant van de zender. Dit is een uitvoering die bij speelgoed modellen wel meer voorkomt, maar in de “grote” modelvliegerij zeer ongebruikelijk en dus niet handig is. Voor het omkeren (servo reverse) van hoogte of richting zijn twee schakelaars aangebracht. Boven de aan/uit schakelaar zijn drie heldere leds aangebracht die de batterijspanning aangeven. Bij het dalen van de spanning gaan de leds één voor één uit, maar wacht niet tot de laatste uit gaat. In de accuhouder moeten acht AA cellen worden geplaatst. Bij gebruik van accu’s kunnen deze via een laadbus aan de zijkant worden geladen. Een laadkabel ontbreekt echter in de set.

De motor is in een half cirkelvormige motorgondel gemonteerd, waarin ook de geveerde neuspoot is geïntegreerd. Deze kan met behulp van twee stelringen voor een goede grondstart op de juiste hoogte worden gezet. De vaste propeller wordt bevestigd met een zwart-aluminium precisie spinner. De neus wordt afgedekt met een fraaie zwarte motorkap en een cockpitkap in zilver en zwart. De Micro-Power-Servo’s C 261 zijn al in de romp gelijmd en de stuurstangen worden met staafscharniertjes gemonteerd waardoor het in- of nastellen van de roeren mogelijk blijft. Deze kleine krachtpatsertjes wegen slechts acht gram, hebben een breedte van elf millimeter en een stelmoment van 1400 gcm, lijkt voldoende om dit kleine ding richting te geven. In de romp blijft dan nog ruimte genoeg over om in de neus de ontvanger en de accu’s onder te brengen. Het geveerde neuswiel wordt op traditionele wijze met het richtingsroer verbonden door een dubbele koppeling op de servohevel. De hoofdpoten van het onderstel worden compleet met wielen geleverd en kunnen in een in de romp ingebouwde sleuf worden gestoken en verlijmd. In de neus is voldoende ruimte om de accu’s in beschermend isolatie materiaal onder te brengen. Indien Lipo’s worden gebruikt dient nog wel extra lood te worden aangebracht dat als plaatjes onder de accu kan worden gelegd.

De twee rode vleugelhelften worden met een voorgebogen stalen pen van 5 mm verbonden en met twee kunststofbouten in borgmoeren in de vleugelsteun van de romp zijn geschroefd. De vleugel kan in principe deelbaar worden gehouden, maar door de geringe afmetingen blijft hij in één stuk ook goed transporteerbaar. Voor het transport is dus weinig ruimte nodig waardoor het gemakkelijk, eventueel ingepakt in het draagkarton, op vakantie kan worden mee genomen.

 

Het stabilo met hoogteroer wordt los meegeleverd en moet nog in de romp worden gelijmd of als volledige demontage van belang is met een schroefverbinding worden vastgezet. Hoogte en richtingsroer scharnieren met behulp van de bespanning waardoor het aanbrengen van scharnieren niet nodig is. Tevens wordt hierdoor de spleet tussen de roeren en de stabilisatievlakken afgedicht waardoor een effectievere werking van deze stuurorganen ontstaat dan een uitvoering met scharnieren.

 

De afwerking is perfect, alles past uitstekend en de transparante bespanning vertoont op vleugel en romp geen enkel vouwtje. De kleuren zwart, rood en zilver geven het model een fraai, zelfs elegant, uiterlijk. Voor de eindmontage zijn slechts een 1,5 mm inbussleutel en een kleine kruisschroevendraaier nodig.

 

Installatie

 

Bij dit testmodel zijn voor de test deze twee accu varianten uitgeprobeerd. Eventueel (later misschien) is het mogelijk om de Speed- 400 plus te vervangen door een Compact 330 borstelloze motor en een Compact Control 15 regelaar. Ontvanger en accu zijn met stukjes schuimplastic in de romp opgesloten en door het schuiven met de accu en het toevoegen van lood bij de Lipo’s kan het zwaartepunt op de juiste plaats worden gelegd. Bij de NiMH accu was geen lood nodig en deze kan tegen het motorschot worden geplaatst om het zwaartepunt op de juiste plaats te krijgen. De installatie is verder probleemloos.

 

De mini-Taxi is dus een model in RFR uitvoering en dit betekent  dat alleen de servo’s en de speedregelaar op de ontvanger aangesloten behoeven te worden om het model vlieggereed te maken. Zo simpel bleek het in de praktijk niet te zijn! Deze RFR uitvoering is standaard voorzien van een ingebouwde Speed 400-plus motor en deze moet geprogrammeerd te worden met behulp van de zender en de SET-toets op de regelaar.

 

Trimmen

De mini-Taxi is zoals uit het montagevoorschrift blijkt ontworpen voor het gebruik van een 8-ellig 1200 mAh NiMH pakket. De gebruiksaanwijzing van de ingebouwde Speed 400 plus motor geeft echter uitsluitend het gebruik van Lipo’s aan. Het NiMH pakket weegt 180 gram, een 2S1P Lipo (zie toelichting accu specificatie) van 1000 mAh weegt slechts 40 gram en een 3S1P Lipo 60 gram. Een nadeel van de toepassing van LiPo’s is echter dat zwaartepunt sterk wordt verlegd en dat dit met het verschuiven van deze accu niet meer op de juiste plaats is te leggen. Vervanging van Ni-Cd of NiMH accu’s maakt het daarom noodzakelijk om extra ballast toe te voegen waardoor het gewichtsvoordeel deels verloren gaat. Dit betekent dat er wat lood in de neus moet worden ondergebracht. Daar ik met verschillende Lipo versies wil gaan experimenteren heb ik lood op twee plaatsen aangebracht. Een vast deel van 20 gram wordt in de motorkap onder de luchtinlaat gelijmd en een variabel deel onder de Lipo accu. Al naar gelang het gewicht van de Lipo’s kan dit deel worden aangepast. Hoewel dit extra gewicht moet worden aangebracht levert het gebruik van Lipo’s in het gunstigste geval nog een gewichtsvoordeel van circa 10% op! Het modelgewicht ligt, afhankelijk van de gebruikte accu’s rond de 700 gram en dat komt goed overeen met het in de specificatie aangegeven gewicht.

De hogere spanning van het NiMH pakket levert wel een voordeel op van een hoger toerental van 12200 bij 10000 voor de Lipo’s. Maar dit voordeel gaat deels verloren door het wat hogere totaalgewicht bij de toepassing van de NiMH accu. Zo zie je maar weer dat elk voordeel zijn nadeel heeft.

De uitslagen van de roeren zijn reeds voorgeprogrammeerd, maar leken mij zeer groot en zoals later bij het vliegen bleek reageerde het model ook heftig op de stuurbewegingen. Daar het op de zender niet mogelijk is iets hieraan bij te stellen heb ik de insteekpunten op de roerheveltjes één gaatje naar binnen gebracht. De uitslag van het richtingsroer is nu 30 mm en het hoogteroer 10 mm waarmee het model redelijk stabiel bestuurbaar is, maar voor een beginner zou het best nog iets kleiner mogen zijn.


Het vliegen

Nu was het even wachten op een windstille periode. Dat kwam onverwacht op een nazomer avond. De wind viel weg en hoewel de zon al naar de horizon zakte toch snel naar het vliegveldje. Door vakantie bij de leveranciers was de NiMH accu nog niet beschikbaar en werd er met de Lipo’s gestart. Ook bij dit soort eenvoudige modellen worden de eerste vluchten gebruikt om het gedrag van het toestel te leren kennen waarbij het van belang is om gevoel voor start en vooral de landing te krijgen. Verder is het van belang om het model met behulp van de trims op de zender zodanig af te stellen dat het met de knuppels in de neutrale stand zijn koers in hoogte en richting vast houdt over een afstand van zeker 100 meter. Het zal duidelijk zijn dat het bijna windstil moet zijn om dit goed te kunnen doen. Dus eerst even wat taxiën om het juiste gevoel voor de knuppels te krijgen, want als je systeem 2 gewend bent is het toch wel even wennen met deze zender. Na enige rondjes op het asfalt gereden te hebben was voldoende vertrouwen aanwezig om eerst maar eens een handstart te maken. De mini Taxi werd volgas met een klein zetje weggeworpen en koos het luchtruim met een stabiliteit die ik van de oer-Taxi  gewend ben. Na de bekende achtjes te hebben gedraaid en de landingsaanloop te hebben uitgeprobeerd werd het toestel na ongeveer 10 minuten in het hoge gras neergelegd. De reacties op de roeren waren vrij fel waardoor een nerveus vliegpatroon ontstond. Na deze vlucht werd dan ook besloten dit wat terug te brengen door bijvoorbeeld de inhaking van de stuurstangen op de servo’s één of twee gaatjes verder naar binnen te zetten. Deze aanpassing is zeker van belang voor beginners. Met deze accu-regelaar-motor-propeller combinatie is er een redelijk vermogen aanwezig waarmee eenvoudige kunstvlucht figuren als een looping of een “stall turn” kunnen worden gemaakt. Helaas was de zon al aan de horizon en moest door de invallende duisternis de oefening met een bevredigend gevoel worden afgesloten.

 

De tweede vlucht liep onverwacht op een mislukking uit. Direct na de start ging het hoogteroer een eigen leven leiden en was nauwelijks door de zender te beïnvloeden wat uiteindelijk in een neuslanding resulteerde. De romp, motorophanging en propeller liepen hierbij enige schade op, maar de vleugel bleef onbeschadigd door het afbreken van de kunststof bouten. De bespanning van de romp hield de houtconstructie echter bijeen waardoor met wat polyurethaanlijm alles nog dezelfde middag kon worden hersteld. Natuurlijk was het toen zoeken naar de oorzaak van deze oncontroleerbare bewegingen. Waarschijnlijk was het magnetisch veld dat door de voedingskabel bij een stroomsterkte van 7 A wordt opgewekt de reden voor het euvel. Hoewel ontvanger en regelaar zo ver mogelijk van elkaar verwijderd zijn wordt kennelijk via de BEC voeding toch een stoorpuls in de ontvanger geïntroduceerd. Beide kabels zijn vervolgens zo ver mogelijk van elkaar verwijderd door ze aan de wand vast te plakken. Verder heb ik het stekkertje aan de vleugeldrager van de rompconstructie vast gelijmd wat later een erg praktische oplossing bleek te zijn bij het wisselen van accu’s.

 

De motor trekt in vollast slechts 3,5 A en daardoor worden motor en accu nauwelijks warm. De temperatuur in de cockpit blijft ondanks de beperkte doorstroming laag. Later is ook nog gevlogen met de NiMH accu, maar dit maakt ten aanzien van het vlieggedrag weinig verschil.

Vanaf een harde ondergrond zijn grondstarts probleemloos mogelijk. Het model blijft goed bestuurbaar en komt snel los. Een start op gras is door de kleine diameter van de wieltjes nauwelijks mogelijk. Door de grote diameter van de propeller, waardoor weinig ruimte overblijft met de ondergrond, moet worden voorkomen dat het model over neus en hoofdwiel kiept waardoor de propeller de grond raakt.  De bijgeleverde CAM slim prop wordt hierbij zodanig beschadigd dat deze kan worden afgeschreven. Het is daarom ook aan te raden om met handstarts te beginnen. Om het verbruik van de CAM slim props (Best. Nr. 1372.17.7,5) binnen de perken te houden is het aan te raden om voor het uitproberen van de bodemstarts en landingen een CAM Folding Prop  16x8 (Best. Nr. 1337.16.8) of een vaste Slowfly Prop 16x8 (Best. Nr. 2945.16.8) te monteren. Bij grondstarts en landingen op een harde baan is het, zeker in het begin, aan te raden om een klappropeller te monteren. Ook hierbij kan het op hoog gras nog een aardige grashapper worden, maar ze blijven heel. De vliegduur bedraagt met beide accu soorten ongeveer 10 minuten.

 

Conclusie

 

Door modelbouw fabrikanten worden meer en meer complete voorgemonteerde sets met vliegtuig, zender, ontvanger en servo’s aangeboden tegen een redelijke prijs. De koper kan en mag er dan ook van uitgaan dat hij een uitgebalanceerd product aanschaft waarmee hij zijn doelstellingen, het vliegen of leren vliegen, op gemakkelijke wijze kan vervullen. Een heldere en overzichtelijke documentatie is hierbij een vereiste, maar helaas ontbreekt het hieraan steeds weer en nu ga ik niet weer klagen dat er geen Nederlandse tekst is!

 

Ieder model dat tot nu toe de naam “Taxi” droeg kenmerkte zich door een aantal aangename eigenschappen, zoals: een robuste constructie, goedmoedige vliegeigenschappen en geschikt voor het dagelijks gebruik. De mini-Taxi beantwoordt ook aan deze prettige eigenschappen en loopt mee in de Taxi traditie, misschien wel zoals bij de gymnastiek, de kleintjes voorop. Het enige bijzondere kenmerk aan de mini-Taxi is dat het als een electro-RFR pakket wordt geleverd. Toch hier een paar kritische noten. Bij een RFR-model mag je verwachten dat het vliegklaar maken van het model niets meer of minder behelst dan het plaatsen van ontvanger en accu. Helaas kent deze set een paar manco’s die dit verhinderen. Het zijn geen zaken die aan de kwaliteit van het model tornen, maar het is hierdoor niet mogelijk om ’s ochtends te kopen en ’s middags te vliegen. Er is zelfs enige modelbouw kennis voor nodig om het vliegklaar te maken. Hierbij is het opvallend dat de montage en gebruiksvoorschriften onvoldoende op het model in de betreffende uitvoering zijn afgestemd en dit maakt het voor een beginneling toch wel even lastig.

 

De mini-Taxi is een topmodel in een onopvallend jasje, maar met voortreffelijke vliegeigenschappen en voor de beginnende- of funpilot is ze zeer vergevingsgezind voor onhandige vlieg manipulaties. De knuppelinstelling van de zender maakt het wat lastig om er mee te vliegen als je een ander, in de modelbouwwereld meet toegepast systeem, gewend bent. De roeruitslagen zijn naar mijn opvatting, zeker voor een beginner te fors en het is dan verstandig om deze aan de servo’s meteen te verkleinen. Een model waarop men vertrouwen kan en waarmee je met een korte voorbereiding naar het veld gaat om even lekker te vliegen of neem het in het draagkarton mee als je op vakantie gaat!

 

Graupner heeft met deze set een juweeltje van modelbouw kunst en techniek gepresenteerd. Het is een slim bedachte, mooi ontworpen en met precisie uitgevoerde constructie waarmee de bekende Taxi vliegeigenschappen weer worden gerealiseerd. Hoewel het niet uit de documentatie valt op te maken vermoed ik dat dit product ook weer door onze mede wereldburgers uit het verre oosten is gebouwd. Hulde aan deze vakmensen.

 


Foto overzicht:

 

HPIM5286

De mini-Taxi wordt als ARF model door Graupner gepresenteerd maar eigenlijk een RFR-set (Ready For Radio).

HPIM5607

De zender is uitgevoerd met drie proportionele kanalen waarvan hoogte- en richtingsroer met enkelvoudige knuppels met trim mogelijkheid worden bediend en het gas met een draaischijfje aan de rechterkant van de zender.

HPIM5384

De motor is in een half cirkelvormige motorgondel gemonteerd, waarin ook de geveerde neuspoot is geïntegreerd.

HPIM5282

De Micro-Power-Servo’s C 261 zijn al in de romp gelijmd en de stuurstangen worden met staafscharniertjes gemonteerd waardoor het in- of nastellen van de roeren mogelijk blijft.

HPIM5272+5602

In de neus is voldoende ruimte voor zowel NiCd als Lipo accu’s. Indien deze laatste worden gebruikt dient nog wel extra lood te worden aangebracht dat als plaatjes onder de accu kan worden gelegd. De accu’s worden met schuimmateriaal op hun plaats worden gehouden.

HPIM5360

Accu en servo kabels moeten van elkaar gescheiden. Dit kan door ze aan de wand vast te plakken. Verder is als praktische oplossing een stekkertje aan de vleugeldrager gelijmd.

HPIM5435

De uitslag van het richtingsroer is nu 30 mm en het hoogteroer 15 mm waarmee het model redelijk stabiel bestuurbaar is. Voor een beginner mogen ze best nog iets kleiner worden gemaakt.

HPIM5389

Bij grondstarts en landingen op een harde baan is het, zeker in het begin, aan te raden om een klappropeller te monteren. De propeller kan het op hoog gras nog een aardige grashapper worden.

HPIM5368+69+71+82+84+86+88

Veld en vliegfoto’s.

 

 

adverteren | contact | © 2007