Literatuur en documentatieverwijzing


Boeken

Tijdschriften

CD/DVD's

KNVVL

KNVOL


Boeken

Opm. : In onderstaande lijst zijn zowel "oude" als nieuwe boeken opgenomen. Verschillende "oude" boeken zijn waarschijnlijk alleen nog via een tweedehands boekhandel of antiquariaat te verkrijgen. De leerstof in deze boeken is echter zo interessant dat het voor de zeer geinteresseerden de moeite waard is om er naar te zoeken. Kijk dus voor de beschikbaarheid naar de site van de uitgevers, zoals o.a. onderaan deze lijst is vermeld.


“Model vliegen in theorie en praktijk”
In dit boek worden het hoe en waarom van bet gedrag van het model in de lucht onder allerlei omstandigheden uit de doeken gedaan. Waarom kan dit of dat nu wel met het ene type vliegtuig en hiet met het andere?
Op welke manieren kunnen we onze kist onder moeilijke omstandigheden toch veilig laten landen?
Dit boek is op het terrein van de RB-vliegerij zo langzamerhand al een 'klassiek' werk dat zijn nut dubbel en dwars heeft bewezen

Uitgever: Fritz Hesse | Kluwer Deventer | 1978 | Nederlands | ISBN 90 2010 923 5

“Modelvliegen met elektromotoren”
In dit boek zijn de ervaringen en beschouwingen van deskundi­gen op het gebied van elektromotoren, stroombronnen, aandrijving en modelvliegen verwerkt. Ondanks het feit dat dit boek gedateerd is bevat het waardevolle basis informatie over het onderwerp electrovliegen.

Uitgever: Helmut Bruss | Kluwer Deventer | 1978 | Nederlands | ISBN 90 201 1043 8

“Ratgeber Electroflug”

Vele vliegtuigmodelbouwers maken zich al tastend en met vallen en opstaan de kennis van het modelvliegen met elektro aandrijving eigen. In dit boek wordt uitvoerig ingegaan op alle aspecten van elektro aangedreven vliegtuigmodellen. Met dit boek is goede raad niet duur!

Elektrisch angetriebene Flugmodelle vollbringen heute Leistungen, wie sie noch vor einem Jahrzehnt niemand für möglich gehalten hat. Parkflyer, showflyer und sogar Wettbewerbsmachinen steigen senkrecht in den Himmel hinauf. Speedmodelle aller grössen erreichen Geschwindigkeiten hochkarätige Sportwagen ähnlich. und Leistungssegler schaffen es, auch ohne Thermik , stunden im himmel umher zu kreisen.
Ratgeber Elektroflug ist ein vollständig nei bearbeitetes und im zahlreiche neuerungen erweitertes kurzweilig geschriebenes Standardwerk.

UItgever: Dipl.-Ing. L. Retzenbach | Neckar-Verlag | Duits | ISBN 3-7883-4629-9

Vlegelprofielen voor de modelbouw”; oorspronkelijke titel: “Aerofoils for Aeromodellers”
De gemiddelde modelbouwer die zich aan eigen ontwerpen waagt kampt met drie problemen: profielkeuze, rofielgegevens, profiel tekenen. Dit boek biedt hiervoor oplossingen: het bevat een groot aantal beproefde profielen en geeft deze weer in cijfers en tekeningen.

Martyn Pressnell | Kluwer Deventer, 1980 | Nederlands | ISBN 90-201-1180-9

“ARF Schaummodelle”
Er bestaat inmiddels een overweldigend aanbod aan ARF modellen die deels in kunststof schuim modellen worden aangeboden. Modellen die in alle lagen van de modelvliegers, na enige aarzeling, bewondering afdwingen. Dit materiaal gebruik heeft met name bij zwevers een hoge vlucht genomen. In dit boek staan talloze tips vermeld om van de “piepschuim model” een hoogwaardig modelvliegtuig te maken.

Hinrik Schulte| FMT-Fachbuch, 2006 | Duits | ISBN 3-88180-764-0

ARF-Modelle richtig bauen
Rüdiger Götz is een bekende Duitse modelpiloot en publicist. Zijn boek richt zich vooral op modelpiloten die met ARF-modellen vliegen. Dit boek richt zich tot modelbowers die ARF modellen willen bouwen en vliegen. Naast het bouwen wordt uiteengezet hoe bijvoorbeeld een landingsgestel moet worden ingebouwd of hoe een cockpitkap bevestigd kan worden. De auteur beschrijft hoe de verschillende onderdelen en componenten veilig en betrouwbaar aangebracht en afgesteld moeten worden.

Rüdiger Götz | Neckar-Verlag | Duits

“Vliegen met R/C bestuurde zweefvliegtuigen”
Het vliegen met modelzweefvliegtuigen is een sport waar techniek en natuur met elkaar samenspelen. Het zweven is daarom een bijzondere tak van de modelvliegsport.. De auteur gaat in op de specifieke eisen die aan een (elektro)zwever worden gesteld. Naast technische informatie, onderhoud van accu’s e.d. wordt informatie gegeven over de kunst van het zweven zelf.

J.J. Melchior | De Muiderkring | Nederlands

“Modellmotoren für Flug-, Schiffs- und Automodelle”

Prof. Dr.-Ing. Peter Demuth was een begaafd technicus en enthousiast modelbouwer. Hij studeerde werktuigbouwkunde aan de universiteit van Karlsruhe en was als ontwikkelingsingenieur werkzaam bij de Weserflugzeigbau, Brouwn Boveri Company en Daimler-Benz en werkte aan de ontwikkeling van helikopters, turboladers en dieselmotoren. Sinds 1950 hield hij zich intensief bezig met de modelbouw. Hij was meervoudig Duits kampioen in de categorie vliegende vleugels met verbrandingsmotoren. In de internationale vakwereld gold hij als een deskundig en kritisch onderzoeker. Pether Demuth overleed in 1991.

De negende uitgave van dit boek is bewerkt door Dipl.-Ing. Jö­rg Rußow  die als ontwikkelingsingenieur heeft gewerkt bij MBB-Airbus en thans bij Daimler-Benz werkt op het gebied van de aërodynamica van personenauto’s. Jörg Rußow  is sinds 1971 modelbouwer en zet zich er vooral voor in om de prestatie metingen van Peter Demuth voor te zetten.
De techniek van modelmotoren is door de eenvoud fascinerend en het werken er mee kan tot een passie leiden. Hoewel het voor anderen een kwelling kan zijn klinkt het zingende hoogtonige uitlaatgeluid klinkt de ware liefhebber als muziek in de oren.Voor sommigen zijn het juweeltjes die je in een vitrine bewaard voor anderen zijn het de kleine krachtpatsers die hun modellen, vaak met grote snelheid, voorbewegen. Voor hen is het belangrijk om over een stuk fundamentele kennis te beschikken waarmee zij hun krachtbronnen optimaal kunnen inzetten en “tunen”.
Helaas vindt de modelbouwer in bouwbeschrijvingen en handleidingen wel praktische aanwijzingen over het gebruik van motoren, doch niet of nauwelijks achtergrondinformatie over de werking of over prestatiekarakteristieken.

Er bestaan weinig boeken die als een standaard werk over de techniek, de bouw en het meten van prestaties aangemerkt kunnen worden. Dit driehonderd pagina’s dikke boek behoort ongetwijfeld tot deze zeldzame categorie. Het eerste hoofdstuk beschrijft de ontwikkeling van modelmotoren vanaf het begin van deze eeuw tot aan de stand van de techniek van vandaag. De werking van de verschillende motor typen worden vervolgens beschreven, gevolgd door een lang hoofdstuk met een uitleg over de werking en constructie van alle onderdelen. Leuk is ook om te lezen dat de nu alom toegepaste gloeiplug ontsteking in de veertiger jaren eigenlijk bij toeval door Ray Arden is ontdekt en dat men tot op heden het ontstekingsproces nog steeds niet wetenschappelijk kan verklaren. In hoofdstuk 4 wordt het beïnvloeden en meten van de prestatie parameters, die een van de kenmerken van het werk van Peter Demuth zijn, nader uiteen gezet.

In hoofdstuk 5 worden alle randvoorzieningen, zoals brandstoftank, spinner, propeller, schroeven, koelvoorzieningen, geluiddempers, etc. beschreven met zijn specifieke eigenschappen en de invloed hiervan op de uiteindelijke prestaties van het geheel. Hierna volgt een hoofdstuk over brandstof en de eigenschappen van brandstoffen en smeermiddelen.

Geluid (lawaai) is een belangrijk aspect geweest bij de latere ontwikkeling van modelmotoren en daarom wordt uitvoerig stilgestaan bij dit fenomeen en de methoden om dit te meten en te verminderen. Het laatste hoofdstuk is gewijd aan de praktijk.

Het boek “Modellmotoren für Flug-, Schiffs- und Automodelle” is een ware “fundgrube” voor modelbouwers die zich serieus met modelmotoren bezig houden. Zeer waardevol zijn de resultaten van metingen die Peter Demuth aan deze motoren heeft uitgevoerd. Het is een boek van hoog niveau en  een degelijke kwaliteit en mag eigenlijk in de boekenkast van de serieuze modelbouwer niet  missen. De vele foto’s, (doorsnede)tekeningen, diagrammen en tabellen bevestigen de fundamentele, grondige en uiterst deskundige wijze waarop Peter Demuth met zijn hobby bezig is geweest. Het is te hopen dat zijn opvolger dit werk op hetzelfde niveau kan voortzetten.

Het boek is helaas alleen in de Duitse taal beschikbaar, maar de tekst is van een zodanige technische helderheid dat het voor iemand die deze taal maar enigszins beheerst zeer goed te begrijpen is vooral omdat het illustratiemateriaal toch zijn eigen internationale taal spreekt.

Es gibt wenige Bücher, die als Standardwerke über die Technik im Modellbaubereich bezeichnet werden können. Das vorliegende gehört mit Sicherheit zu dieser seltenen Kategorie. Seitseinem Erscheinen im Jahr 1967 hat es unzähligen Modellbauern und Herstellern von Modellmotoren als NachscWagewerk gedient, da die Thematik von Prof. Dr.-Ing. PeterDemuth in recht umfassender Weise abgehandelt worden ist. In den Jahren seit der letzten Überarbeitung des Buchs ist die Entwicklung nicht stehen geblieben. Neue Motoren sind auf den Markt gekommen und auch die Zubehörteile, insbesondere auf dem Modellflugsektor, sind weiterentwickelt worden. Leider konnte er das alles nicht mehr mit­erleben.

Die Technik der Modellmotoren ist faszinierend und die Beschäftigung damit kann zur Lei­denschaft werden. Der singende Auspuffton der hochtourigen Kleinstmotoren in Flug-, Schiffs- oder Automodellen ist Musik für das Ohr eines motorbegeisterten Modellbauers.

Aber nicht immer findet der Bastler in der Bauanleitung zu einem Modell alle Fragen beantwortet, die der Einbau und Betrieb eines Modellmotors aufwirft. Ebenso sucht der Modellbauer, der Rekorde aufstellen will, eine fundierte Anleitung zur Verbesserung und Leistungsanhebung seines Motors.

Auch der Student oder Techniker, der sich mit der Konstruktion von Modellmotoren befasst, findet in diesem Buch sicher manche Anregung und vieIe Erfahrungswerte. Für diese Interessenten wurde das Buch geschrieben und durch eine Sammlung von Leistungskurven und Kurzbeschreibungen einiger Modellmotoren ergänzt.

Prof. Dr.-Ing. Peter Dehmuth, bewerkt door Jörg Rußow. | Neckar-Verlag | Duits |
ISBN 3-7883-3115-1.

“Selbstbau von Brushless-Ausenlaufer-Motoren praxisnah erklart”+DVD

Dit boek geeft een uitstekende voorlichting over de werking en het zelf bouwen van buitenlopers, de z.g.n. LRK-motoren. Met een DVD wordt nogmaals didelijk gemaakt hoe men zelf ook deze motoren kan bouwen uit motoren van CD spelers.

Eines Tages begann der Autor, sich mit dem Selbstbau von Brushlessmotoren auseinander zu setzen, nicht ahnend, dass sich daras ein eigenständiges Hobby entwickeln würde. Seine im Laf der Zeit erworbene Erfahrungen gibt er nun im vorliegenden Buch weiter. Dabei ist es ihm gelungen, ohne viel theoretischen Ballast eine Einführung in den Selbstbau von BL-Aussenläufern zu erstellen. Einmal mit dem BL-Selbstbauvirus infiziert, werden auch Sie kaum mehr davon loskommen! Diesem Buch lisgt auch eine 15-minutigen DVD "Vom CD-Laufwerk zum Brushlessmotor" bei.

Heinrich Hilgers | Neckar-Verlag | Duits | ISBN 3-7883-0683-1

“Das Segelflugmodell”, Delen 1, 2 en 3

De drie delen geven een overzicht van alle zaken die bij modelzweefvliegtuigen van belang zijn.Het is het meest complete overzicht op dit gebied van de modelvliegerij met zweefvliegtuigen en is een aanrader voor iedereen die zich in deze materie wenst te verdiepen.

Teil 1
In diesem Standaardwerk für die Auslegung von Segelflugmodellen geht's ans Eingemachte: Wie groß muss dat Leitwerk sein? Was hat es mit der Richtungsstabilität auf sich und wie berechnet man den Schwerkunkt richtig? Nur drei Fragen, audf die dieses Buch erschöpfende Antwort ginbt. Dieses Buch ist in 12 Kapitel gegliedert und schliesst miet einer 140 Profile umfassenden Sammlung mit Koordinaten ab.

Teil 2
Das Anliegen de Autors in Band 2 ist es, den Modelflieger in verständlicher Form möglichst umfassend über das Wissensgebiet zu informieren. Bemerkenswert an Band 2 ist der breite Raum, den der Autor dem heiklen Kapitel mder Statik widmet. Er bietet Berechnungsgrundlagen für Holme an und überprüft die Theorie in Bruchtests. Im Anhang: eine Profielsammlung aus den Familien NACA 63A und NCEP.

Teil 3
Im 3. Band seiner Trilogie beschäftigt sich Franz Perseke weiter mit der aerodynamischen Optimierung nd Modellaulegng. Im Vordergrund steht hier das Hochleistungsmodell unter Einbeziehung der Profieloptimierung. Vor- und Nachteile verschiedener Flachengeometrien sind ebenso erlätert wie eine Methode zur Bestimmung van Höhenleiterkhebel ind Seitenleitwerksfläche.

Frans Perseke | Neckar-Verlag | Duits | ISBN 3-7883-1154-1 | ISBN 3-7883-1160-6 | ISBN 3-7883-0197-X

“Holzbauweisen im Flugmodellbau”
De bouw van modelvliegtigen in hout is zo oud als de hobby zelf. Ook bij de thans beschikbare ARF modellen is te zien dat hout constructies, heel modern gefabriceerd nog steeds van betekenis zijn. Deze ontwikkeling geeft aan dat dit natuurproduct  nog steeds van betekenis is.

Rudiger Gotz | Neckar-Verlag | Duits | ISBN 3-7883-2135-0

“Kunstflug mit RC-Modellen”
In dit boekwerk heeft de auteur zijn dertig jarige ervaring op het gebied van de radiografisch bestuurde modelvliegtuigen  in de klassen F3A, F3A-X, TOC en EAC beschreven. Nieuw zijn de ervaringen met de elektro aangedreven modellen.

Peter Wessels | Neckar-Verlag | 2006 | Duits | ISBN 10: 3-7883-0693-9

“Motorkunsflug mit RC-modellen”
In dit boek worden de grondbeginselen van kunstvlucht figuren met meer dan 130 figuren uiteengezet. Op aanschouwelijke wijze wordt getoond hoe kunstvlucht figuren met de erbij behorende knuppel handelingen moeten/kunnen worden gevlogen.

Lothar Beyer | FMT Fachbuch | 2006 | Duits | ISBN 3-88180-758-6

De uitgaven van Neckar-Verlag zijn ook te bestellen via Uitgeverij Kwiklink, Postbus 77, 6460 AB Kerkrade, tel: 045 5670222, fax: 045 5670233. Kijk ook op de virtuele boekwinkel: www.modelbouw-aktueel.nl .


    Tijdschriften


    • Modelbouw actueel
      Verschijnt: twee maandelijks
      Taal: Nederlands
      Uitgever Kwicklink | Postbus 77 | 6460 AB Kerkrade
      Onderwerpen: Vliegtuigen, boten en auto’s
      Site: www.modelbouw-aktueel.nl

    • Modell
      Verschijnt: maandelijks
      Taal : Duits
      Uitgever: Neckar-Verlag Villingen-Schwenningen
      Onderwerp: “Fachzeitschrift für den fungesteuerten Modellflug”

    • Modell Aviator
      Verschijnt: maandelijks
      Taal : Duits
      Uitgeverij: Welhausen & Marquardt, Hamburg

    • Aircraft
      Taal : Engels


    DVD's en CD's


    • Airmix Fliegerfilme
      Becker Sunline | Milanweg 8 | D-59425 Unna
      Site: www.airmix.de
      Onderwerp: Modelflug Total
      Het brede pakket van mogelijkheden van de vliegtuig modelsport worden op deze video gepresenteerd.


    Overkoepelende organisaties + (belangen)verenigingen.


    KNVVL

    Algemene informatie
    Modelvliegen, hoe gaat dat nou eigenlijk in zijn werk en wat heb je nodig? Op deze pagina geven we een algemene indruk over wat er bij komt kijken. Als voorbeeld gebruiken wij een radio bestuurd motor model omdat deze vrij gebruikelijk zijn maar er zijn natuurlijk ook andere mogelijkheden of lees iets over de geschiedenis.

    Het modelvliegtuig
    We beginnen met het modelvliegtuig zelf, dat komt van een tekening, bouwdoos, of Almost Ready to Fly (gedeeltelijk voorgebouwd) we gaan hier voor het gemak uit van een bouwdoos. Nu hebben we een vliegtuig maar dat alleen is nog niet genoeg, om het (af) te bouwen hebben we zaken als lijm, epoxy en gereedschap nodig. In aanvulling van de bouwdoos diverse kleine onderdelen zoals bv. stuurstangen, scharnieren en wielen maar dat varieert per merk en uitvoering. Het vliegtuig is een houten frame / geraamte en dat snel en gemakkelijk met een (krimp)folie op polyester basis worden bespannen. Dit doe je door het te verhitten met een strijkbout, waardoor de lijmlaag zich vasthecht en de folie zich strak spant. De bouw van een doorsnee model zal enige weken in beslag nemen, terwijl een A.R.F. model in enige dagen een vliegklaar product oplevert. Naast het vliegtuig zelf hebben we nu nog de besturing en een motor nodig.

    De radio besturing
    De besturing wordt geleverd als set, hierin zit de zender met twee proportionele stuurknuppels waarmee het model bediend zal worden. De zender beschikt over een oplaadbare accu van 9,6 volt die goed is voor uren lang vliegplezier. De zender heeft een meter om de spanning van de zenderaccu te controleren. Tevens zit in de set de apparatuur voor in het model. Dit zijn diverse componenten: de ontvanger krijgt logischerwijs de signalen van de zender. De ontvanger stuurt hiermee meerdere servo’s, de kleine motoren die de signalen van de zender in beweging omzetten. De ontvanger wordt gevoed door een oplaadbare accu van 4,8 volt. Deze zit aan een kleine kabelboom waarin ook een aan/uit schakelaar en een ingang om de accu in het model op te laden. De servo’s zitten via stuurkabels verbonden aan de roeren, gasschuif van de motor en eventueel andere functies van het model. De zender en ontvanger werken op een zelfde frequentie die wordt bepaald door de kristallen die er in zitten. Deze kristellen zijn verwisselbaar en los in vele frequenties te verkrijgen waardoor er met meerdere modellen tegelijk gevlogen kan worden zonder dat men storing van elkaar ondervindt. Daarnaast is ook een universeel lader nodig om de zender en ontvanger op te laden.

    Motorisering
    Voor de aandrijving van het model dient (als voorbeeld) een klein 2 takt motortje van gemiddeld 5 cc dat volgens een diesel principe werkt. Deze motoren hebben geen ontsteking maar een gloeiplug die voor het starten moet worden gevoed middels een externe accu. De brandstofvoorziening komt uit een (kant en klaar) kunststof tankje. In deze tank zit en stukje brandstofslang men een verzwaard uiteinde, de zogenaamde clunk (een naam die komt uit de tijd dat de tanks nog van blik waren en de clunk dit geluid maakte) De clunk wordt door de zwaartekracht altijd onder in de brandstof gehouden. Via een nippel op de uitlaatdemper van de motor bouwt men druk op in de tank om gemakkelijk zonder hulpmiddelen brandstof uit de tank te krijgen. Deze brandstof bestaat uit een mengsel van methanol, smeerolie en nitromethaan. In een verhouding van respectievelijk 75, 20 en 5 %. De motor kan als deze volgetankt is en de gloeiplug aangesloten met de hand of een externe startmotor worden gestart. Nadat de afstelling van de motor is gecontroleerd kan deze zonder de externe hulpmiddelen verder en zal ongeveer 15 minuten kunnen vliegen. Ook hier hebben we nog enige zaken nodig. Om de motor te kunnen starten is er een gloeiplugclip of knijper nodig en 1,5V batterij. Om het vliegtuig te tanken voldoet een knijpflesje of handpomp, en om de motor aan te slingeren is een dikke rubberen beschermvinger of startstokje noodzakelijk. Er zijn ook speciale startmotoren verkrijgbaar.


    Legalisering 2,4 GHz (bron KNVVL modelvliegsport)

    Op 14 mei 2008 heeft de Europese Commissie in Brussel een speciale vergadering bijeen geroepen om de noodzakelijke veranderingen in de Europese regelgeving voor het gebruik van de vergunningsvrije 2,4 GHz band te bespreken. Een dreigend twistpunt was het gebruik van 100 mW zenders voor radiobesturing.

    Door een goed georganiseerde lobby van de modelvliegwereld ziet de toekomst van het gebruik van 2,4 GHz apparatuur voor radiobesturing er zonnig uit.

    Uitgenodigd waren: de nationale aeroclubs van de meeste Europese landen en vertegenwoordigers van de RC-industrie aan de ene kant en de huidige hoofdgebruikers van het 100 mW zendvermogen (RLAN applicaties zoals WiFi) aan de andere kant. Daartussen de regulerende nationale autoriteiten waaronder Agentschap Telecom.
    In totaal waren er zo’n 40 aanwezigen, met Wim Verwijmeren en Boudewijn Swanenburg namens de KNVvL en onze collega’s uit o.a. België, Duitsland en Engeland. 

    Om het Europese en mondiale belang te onderstrepen waren op voorstel van de KNVvL ook Europe Air Sports en de CIAM (de modelvliegafdeling van de FAI) uitgenodigd.

    De opening van de vergadering werd gekenmerkt door de zeer positieve houding van de Europese Commissie.

    De WiFi lobby werd de gelegenheid gegeven om duidelijk te maken dat “vervuiling” van de 2,4 GHz band met een zendvermogen van 100 mW hun grootste zorg is. Oorspronkelijk wilden zij het gebruik van 100 mW zendvermogen uitsluitend voor RLAN toepassingen reserveren. Dit is op zich niet ongegrond omdat 2,4 GHz applicaties zich als wildvuur verspreiden. Het grote succes van WiFi toepassingen is vooral te danken aan het “beleefde” protocol waarmee iedere zender ruimte zoekt in de band, zodanig dat alle gebruikers als gelijken worden behandeld. Het probleem is nu dat in de officiële specificaties de globale eisen die aan een veilig protocol moeten worden gesteld onvoldoende zijn vastgelegd. Men is dus beducht voor het toelaten van toepassingen die agressiever te werk zouden kunnen gaan en daardoor netwerken gaan storen. Dit zou zowel voor WiFi toepassingen, maar ook voor radiobesturing, desastreus zijn.
    Aan het gebruik van 10 mW zenders worden minder eisen gesteld en kan zonder meer voor radiobesturing worden toegepast. Voor modelvliegen is dit echter in het algemeen geen voldoende betrouwbaar alternatief.

    Vooral Europe Air Sports  en de CIAM maakten duidelijk dat de enorme verbetering van de vliegveiligheid door het gebruik van 2,4 GHz apparatuur niet onbenut gelaten kan en mag worden. Ook wezen zij op de unieke kans om voor het eerst een veilige wereldwijde standaard voor modelbesturing tot stand te brengen. Zij effenden hiermee de politieke drempel voor het gebruik van 2,4 GHz apparatuur voor modelvliegen.

    Met name de vertegenwoordiger van Robbe maakte duidelijk dat de RC- industrie uiterst zorgvuldig omgaat met de keuze van het betreffende protocol en beslist geen geforceerde toegang tot een 2,4 GHz frequentie afdwingt. De doorslaggevende reden daarvoor is uiteraard dat de RC apparatuur ook onderling storingsvrij moet werken, een eigenschap die inmiddels ook in de praktijk ruimschoots is bewezen. Deze garantie bracht de twee kampen een stuk dichter bij elkaar.

    Na verdere besprekingen van de ingezonden stukken (van aeroclubs en industrie) waren er geen doorslaggevende tegenargumenten meer om het 100 mW zendvermogen voor modelvliegen (maar ook andere RC toepassingen, zowel buiten als binnen) toe te staan onder voorwaarde dat de gebruikte apparatuur inderdaad voldoet aan de nog op te stellen definitie van het “medium access protocol” zoals dat officieel heet.

    De Europese Commissie zal in juni vergaderen om deze conclusie met alle Europese landen te bespreken. De definitieve EU regelgeving zal in het tweede kwartaal 2009 zijn afgerond. De nationale autoriteiten die deze toepassing nu nog verbieden zal worden aanbevolen dit verbod op te schorten vooruitlopend op de definitieve besluitvorming.

    Na eerdere discussies tussen de KNVvL en Agentschap Telecom is het gebruik van 100 mW zenders in Nederland sinds kort toegestaan (tijdens de vergadering in Brussel was dit niet duidelijk, maar het misverstand is vandaag telefonisch met Agentschap Telecom opgehelderd; zie voetnoot) en dit zal dus naar alle waarschijnlijkheid in de toekomst ook zo blijven.

    Al met al hebben “de modelvliegers” indruk gemaakt met de manier waarop zij zich op korte termijn hadden georganiseerd en door de letterlijk indrukwekkende documentatie waarmee hun argumenten naar voren werden gebracht. Het is zonneklaar dat zonder de gedreven en deskundige inzet van nationale en internationale bonden samen met de industrie het gebruik van 2,4 GHz in Europa een snel voorbijgaande droom geweest zou zijn.

    De KNVvL is er dus ook voor u.

    Kijk verder op (ook voor aanmelden lidmaatschap) :

    www.modelvliegsport.nl

    Terug ...


      KNVOL

      Koninklijke Nederlandse Vereniging Onze Luchtmacht

      Zoals de kop van onze homepage al aangeeft, wij zijn fans van de Koninklijke Luchtmacht:  spotters, modelbouwers, scanners, vliegtuigherkenners, oud-luchtmachters, (militaire) luchtvaart-geïnteresseerden en luchtvaarthistorici. De vereniging  is opgericht in 1948.  Wij  bestaan dit jaar dus al zestig jaar.  In die zestig jaren hebben wij  duizenden fans van de militaire luchtvaart en vooral van de Koninklijke Luchtmacht, geïnformeerd over hoe de luchtmacht haar taken vervult, welke vliegtuigen en wapensystemen zij daarvoor gebruikt en waar die vliegtuigen en het personeel worden ingezet. 

      Wat doen wij?

      Wij geven veel informatie met veel foto's in ons prachtig opgemaakte verenigingsblad "Onze Luchtmacht" dat zes keer per jaar verschijnt. Wij organiseren voor onze leden  unieke excursies naar operationele vliegbases in binnen- en buitenland. Ook nodigen wij luchtmachtexperts uit om op verenigingsavonden uitleg te geven over ondersteunende taken, actuele ervaringen tijdens crisesoperatien en  over nieuwe ontwikkelingen op het gebied van bv. de onbemande luchtvaart en toekomstige jachtvliegtuigen w.o. de Joint Strike Fighter.

      Kortom, alles wat je te weten wil komen over militaire vliegtuigen en de luchtmacht krijg je door lid te worden van de KNVOL. De contributie bedraagt nu € 28 per jaar en je krijgt daarvoor het enige tijdschrift over de militaire luchtvaart in Nederland, toegang tot de verenigingsavonden en de mogelijkheid om deel te nemen aan een of meerdere excursies naar luchtmachtonderdelen.

      Bezoek van de leden van de KNOVL-regio aan de Open Dag van de Luchtmacht op de luchtmachtbasis Volkel. Vanaf het terras van de KNVOL tent hadden de leden een prima uitzicht op de demonstraties en gelegenheid om foto's te maken., zoals deze van de Airpower Demonstratie. Boven de F16 in formatie met een geheel gerestaureerde Vulcan bommenwerper uit de periode van de Koude oorlog en onder de aanval op de basis met veel spectaculair vuur- en vliegwerk.

      Hoeveel leden hebben wij?

      Het aantal leden is momenteel ruim 6000 leden. Om voor de enthousiaste leden uit het gehele land de deelname aan verenigingsactiviteiten te vergemakkelijken, kent de vereniging 9 regio's. Er is er dus altijd een in de buurt van je woonplaats en misschien wel twee, zodat je uit een ruim aanbod aan activiteiten kan kiezen om deel te nemen.

      Museum Vliegbasis Deelen. (verslag van een bezoek van Regio Noord)

      Museum Vliegbasis Deelen is gelegen aan de rand van het veld. Het is in 1989 opgericht en wordt geheel onderhouden door een groep enthousiaste en zeer betrokken vrijwilligers.  Een klein museum dat werkt met de leuze “Bergen en Behouden”.  In dit museum worden bijzondere, interessante en dramatische aspecten van de luchtoorlog boven Nederland zichtbaar gemaakt. Een aanrader als de luchtoorlog van de tweede Wereldoorlog je interesse heeft. Het doel is niet alleen het onderzoeken van de luchtoorlog boven Nederland en de geschiedenis van de vliegbasis Deelen maar ook het vinden en identificeren van nog steeds vermiste vliegtuig bemanningen.
      De geschiedenis gaat terug naar 1910. Het belicht de ontwikkeling hiervan tot op de dag van vandaag.  De Duitse bezetting, de nachtjacht in WO II, de enorme voertuigendump tussen 1945 en 1947 en de verdere ontwikkelingen van de basis voor de Nederlandse luchtmacht. Direct na de bezetting van ons land werd de Arnhemse vlieghei door de Luftwaffe omgebouwd tot een Fliegerhorst Deelen. Er werd een startbanenstelsel in de vorm van een A aangelegd, hetgeen voor Duitse vliegvelden een standaard configuratie was. Het werd de thuisbasis ven de IIe Gruppe (36 vliegtuigen) van het 1e Nachtjag Geschwader met totaal 100 tot 120 vliegtuigen.
      Niet alleen de militaire en materiële kant van deze periode wordt belicht, maar ook de opgravingen van Duitse en Geallieerde vliegtuigen die in de oorlog in de wijde omgeving zijn neergestort. De persoonlijke achtergronden van de omgekomen bemanningsleden vertellen de bizarre achtergronden en persoonlijk leed van deze mensen en familieleden, zowel van Duitsers als Geallieerden. Na de oorlog verlieten onze bevrijders, de Canadezen, Europa, maar lieten meer dan dertig duizend voertuigen achter op het vliegveld Deelen. Daar er direct na de oorlog in Nederland een geweldige behoefte was aan transport materieel gingen al die voertuigen grif van de hand en nog vele jaren later waren ze op de Nederlandse wegen aanwezig. Dit materieel is dan ook van groot belang geweest bij de wederopbouw in de eerste jaren na de oorlag.

      Links. De deelnemers luisteren aandachtig naar het enerverende verhaal over het luchtdoel kanon "Emil". Rechts. "De Bunker" uit de Kammhuber linie, een gigantische betonnen kolos waarin de Duitsers in WO II een luchtleidingscentrum, als nu Millingen, hadden gevestigd.

      Boeiend was het verhaal van het luchtdoelkanon dat nu als poortwachter voor de ingang van het museum staat. Geen Duits kanon, maar een Franse en dat werpt direct al vragen op. De gidsen kunnen daarover een indrkwekkend verhaal vertellen. Een hele serie van deze kanonnen werd bij de verovering van Frankrijk door de Duitsers buit gemaakt. Na vele omzwervingen door geheel Europa werd na de invasie in Normandie een batterij van zes kanonnen en het centraal vuurleidingssysteem werd in 1944 ter verdediging van de brug  over de Rijn bij Arnhem in de uiterwaarden geplaatst. Toen op de bewuste zondagochtend de slag losbrak werd de batterij al bij de eerste luchtaanval gebombardeerd waarbij de vuurleiding werd uitgeschakeld en een deel van de batterijbemanning sneuvelde. Dit trof met name de leidinggevende officieren. De kanonniers waren jong en slecht opgeleid en met antitank granaten bleek het het neerhalen van vliegtigen een te lastige zaak te zijn. Nadat de slag was gestreden werd de stelling geslecht, maar het kanon kon niet meer worden geborgen uit de Betuwse klei en de stelling werd met  zand en modder toegedekt. Pas in 1996 werd Emil (ieder kanon in de stelling had een naam) herontdekt en uitgegraven. Na gedeeltelijke restauratie heeft het zijn plaats voor het museum gekregen. Het bijzondere is dat één van de kanonniers kon worden achterhaald en de gehele geschiedenis kon vertellen.
      In de directe nabijheid van het museum ligt als historische nalatenschap van WO II, “De Bunker”. Een kolossaal betonnen bouwwerk met muren van 4 meter dikte! Gedurende WO II legde het Duitse leger de zogenaamde Kammhuberlinie aan om het Duitse Rijk tegen de geallieerde bombardementen vanuit Engeland te verdedigen. De Kammhuberlinie strekte zich uit vanaf de Deense grens tot aan het Franse Lotharingen en bewaakte een strook land  vanaf de Noordzeekust tot meer dan 200 km diep het binnenland in. Op vaste afstanden van elkaar bevonden zich hier waarnemingsposten, radarinstallaties, luchtafweerbatterijen en de vliegvelden met hun dag- en nachtjagers. De bunker, die de naam “Diogenes” droeg,  was één van de gevechtsleidingsposten, nu te vergelijken met Millingen. Kort na de slag om Arnhem hebben de Duitsers de gehele technische installatie opgeblazen en de post verlaten waarmee de Kammhuberlinie zijn functionaliteit verloor en de geallieerde bommenwerperstromen vrijwel ongehinderd het Duitse luchtruim binnen konden dringen. De bunker is thans hoofdzakelijk in gebruik als archiefopslag en herbergt eindeloze stellingen met archiefmappen.
      Wie meer wil weten over dit museum kan kijken op www.museumvlbdeelen.nl , of beter: ga zelf eens kijken.

      Excursie KNVOL-Noord naar vliegbasis Gilze-Rijen

      Het Defensie Helicopter Comando

      Een Apache AH-64D van het DHC in de nieuwe hangaar op Gilze-Rijen. Links de raketbewapening van de helicopter.

      Sinds 4 juli is het Defensie Helicopter Commando gevestigd op de Vliegbasis Gilze_Rijen. Een belangrijke taak van de 85 gevechts- en transporthelikopters van Vliegbasis Gilze-Rijen (Apache, Chinook en Cougar) is de samenwerking met de 11e Luchtmobiele Brigade van de Koninklijke Landmacht voor het beschermen en logistiek ondersteunen van hun operaties. Beide legeronderdelen werken dan ook nauw samen. Manschappen en materieel maken vanaf maart 2004 o.a. deel uit van de ISAF (International Security and Assistance Force) in Afghanistan. Acht Apaches AH-64D’s en ruim 135 militairen opereren momenteel vanuit het vliegveld van Kabul.
      Gilze-Rijen nadert momenteel haar voltooiing als de centrale helibasis van de KLU en veel van het vliegend materieel is inmiddels naar de basis verhuisd. In principe worden hier alle helikopters van de Luchtmacht en ook de Marine gestationeerd. Een uitzondering hierop zijn de toekomstige marine NH 90’s die op het marine vliegveld “De Kooi” bij Den Helder komen te staan en de SAR heli’s die nu nog op Leeuwarden zijn gestationeerd. Een korte rit naar het 301 Apache Squadron gaf ons al een eerste indruk van de omvang van deze basis waar nog steeds veel bouwactiviteiten worden uitgevoerd. Voor de Apaches is een grote onderhoudshangaar gebouwd waarin meerdere toestellen een plaats kunnen vinden. De eerste indruk van de Apache AH-64D in de hangaar is een grauw, lelijk doch indrukwekkend monster, mooi door zijn lelijkheid en sterk afwijkend van de esthetisch functionele schoonheid van vaste vleugel vliegtuigen. Met een oog voor detail kun je je echter vergapen aan de technische details en de prestaties van dit monster. Na de bezichtiging  werd met realistische beelden op video de enorme en voor een vijand angstaanjagende slagkracht van dit wapen getoond.

      Sichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht

      Restauratie van de vleugel van een Auster. Als modelbouwers herkennen we dit. Rechts de Spit die mee vloog in de "Missimg Man Formatie" bij de begrafenis van Prins Bernhard.

      De excursie werd vervolgd bij de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht. De stichting is in 1969 opgericht door een groep voormalige jachtvliegers van de Koninklijke Luchtmacht en Koninklijke Marine. Met toestemming van de toenmalige commandant werd op de vliegbasis Gilze-Rijen een hangaar gebouwd waarin een Harvard en een Piper Super Cub werden gerestaureerd.
      De doelstelling is het in stand houden, laten zien en vooral het laten vliegen van luchtwaardige historische vliegtuigen van de luchtmacht. In de afgelopen decennia is de SKHV gegroeid tot een toonaangevend vliegend museum met een unieke collectie aan historische militaire propellervliegtuigen. Enkele aangepaste Harvards waren onder andere te zien in de films ´A bridge to far´, ´Soldaat van Oranje´ en ´de Aanslag´. De vrijwillige en toch professionele inzet van alle deelnemers én de gastvrijheid die de SKHV geniet van de Koninklijke Luchtmacht maken dit mogelijk. Het unieke van deze vrijwilligersorganisatie is dat zij gecertificeerd zijn voor het mogen uitvoeren van het onderhoud aan hun eigen vliegtuigen. Te zien is bijvoorbeeld hoe ragfijn de vleugelconstructie en het geraamte van een oude Auster is. Even indrukwekkend is de vrij liggende twaalf cilinder Rolls Royce Merlin van de Spitfire die het daverende slotakkoord vormt van de ontwikkeling van vloeistof gekoelde lijnmotoren voor jachtvliegtuigen. De meest bekende Spitfire, de zilvergrijze PH-CUQ (3W17), is de kist die bij de begrafenis van Prins Bernhard in de “Missing Man” formatie vloog. 

      Kijk verder op (ook voor aanmelden lidmaatschap) :

      www.onzeluchtmacht.nl

      Terug ...

       

    adverteren | contact | © 2007