Definities en begrippen


A

Aanloopstroom
De stroom die een elektromotor op het moment van aanlopen opneemt.

ABS
Kunststof, vooral toegepast voor vacuumgevormde onderdelen zoals: romp, neuskap, cockpit.

Accu
Accumulator, bestasande uit meerdere, meestal in seriegeschakelde en oplaadbare batterijen.

Achterlijst
Achterste rand van de vleugel, waaraan of waarin rolroeren en flaps gemonteerd kunnen worden

Actuator
Elektromechanisch apparaat waarmee bewegende delen (roeren) van een model in beweging kunnen worden gebracht. In de modelvliegerij wordt dit hoofdzakelijk met "servo" aangeduid.

Aerodynamica
Leer van de luchtstromingen.

Aileron (zie rolroer)

Adhesie
De kracht waarmee moleculen van lichamen die met elkaar in aanraking zijn elkaar trachten vast te houden.

Amfibie
Vliegtig dat zowel op land als op water kan landen en starten.

Ampere
Eenheid waarin de stroomsterkte wordt uitgedrukt. Doorgaans afgekort als A.

AM (Amplitue modulatie)
Het varieren van de sterkte (amplitude) van een hoogfrequent zendsignaal met het doel om informatie, bijvoorbeeld de stand van een stuurknuppel door de zender te kunnen versturen naar de ontvanger.

Arm mengsel
Een brandstof/lucht mengsel met relatief weinig brandstof (en dus ook smeerolie).

A.V.A.
Het “Aerodynamischen Versuchsanstalt” te Göttingen in Duitsland. Onderzoeksinstituut waar veel onderzoekingen zijn gedaan naar de eigenschappen van vleugelprofielen zoals: Göttingen- en Eppler profielen.

B

Balancer
Elektronische schakeling die er voor zorgt dat bij het laden van in serie geschakelde LiPo’s de cellen ten opzicht van elkaar met een gelijke spanning geladen worden.

Baseleg
De landingsfase waarin haaks op de landingsrichting wordt gevlogen. Deze fase gaat over in final.

Ballast
Dood gewicht (bijvoorbeeld loden (vis)kogeltjes) die worden gebruikt voor het in balans brengen van het model. bijvoorbeeld voor het op de juiste plaats leggen van het zwaartepunt.

Bedrading
Aansluitdraden voor het verbinden van servo's accu en ontvanger.

Bedrijfsspanning(skarakteristiek)
Een accu zal in bedrijfstoestand een spanning leveren die lager ligt dan de klemspanning en verder afhankelijk is van o.a. het stroomverbruik. Raadpleeg hiervoor de specificaties van de leverancier.

Bereik
De afstand waarover het signaal van de zender nog storingsvrij door de ontvanger kan worden ontvangen.

Biconvex
Dubbelbol. Heeft betrekking op een vleugelprofiel dat zowel onder als boven bol is.

Breedte
De afstand tussen neus en achterkant van eeb vleugelprofiel. Is gelijk aan de lengte van de koorde.

BID (Battery-Identification-Data)
Een identificatie systeem (van Robbe) waarmee de gegevens van een accu met behulp van een eigen chip door een hiervoor geschikte lader kunnen worden uitgelezen.

Blokkeerstroom (zie aanloopstroom)

C

Canard
Vliegtuig waarvan het stabilo zich voor de vleugel bevindt. Ook wel eendmodel genoemd.

Vliegtuigen met een zogenaamde Canard vleugelopstelling is een niet zo bekend type. Toch is het ontwerp al meer dan een euw oud. In de "Flyer" van de gebroeders Wright is deze configuratie met succes toegepas er zij hebben er hun eerste gemotoriseerde vlucht mee gemaakt. Het stabilo is hierbij voorop geplaatst. De twee modellen rechts zijn ontwerpen van Burt Rotan. De Canary van Graupner is een voorbeeld van een eenvoudig canard model.

Capaciteit
De hoeveelheid opgeslagen electrische energie. Wordt uitgedrukt in ampere-uur (Ah) of milliampere-uur (mAh)

Carburateur
Inrichting voor het op de juiste verhouding mengen van de brandstof met de lucht.

CE-merk
Het teken waarmee wordt aangegeven dat apparatuur van welke aard dan ook aan de geldende Europese normen voldoen. Aan het CE-merk is een z.g.n. "conformiteitsverklaring" verbonden die in de gebruiksaanwijzing dient te worden opgenomen (zie: "conformiteitsverklaring"). Het CE-merkteken dient gevold te worden door de z.g.n. "pincode". Deze "pincode" verwijst naar de keuringsinformatie waarop het CE-merk is verleend. Bij zendinstallaties voor de modelbouw kan deze door een uitroepteken worden gevolgd. Dit geeft aan dat de zender niet voor alle frequenties gebruikt mag worden. In de gebruiksaanwijzing van de fabrikant dient te worden aangegeven waarvoor en in welk land dit wel het geval is.
Let op! CE-merkteken+pincode+conformiteitsverklaring dienen op alle producten aanwezig te zijn die onder de betreffende Europese Regelgeving vallen.

CG, Center of Gravety (zie: zwaartepunt)

Clunk tank
Kunstvlucht tank met speciale voorzieningen om de motor in alle vliegstanden van brandstof te kunnen voorzien.

Coder
Elektronische schakeling waarmee de stuurknuppelbewegingen worden omgezet naar elektrische- of digitale pulsen. (zie ook: decoder)

Cohesie
De onderlinge aantrekkingskracht van de moleculen in een bepaalde stof.

Concaaf
Hol. Heeft betrekking op het vleugelprofiel, dat bovenaan bol is en onderaan hol.

Conformiteitsverklaring
De verklaring waarmee de fabrikant aangeeft op basis van welke normen hij aan het CE-merk voldoet. In elke gebruiksaanwijzing moet een "conformiteitsverklaring" zijn opgenomen. Ook apparatuur van buiten de Europses Unie dient van een CE-merk en "conformiteitsverklaring te zijn voorzien.
Let op! Het ontbreken van het volledige CE-merk kan in geval van schade of aansprakelijkheid leiden tot problemen met een verzekering.

Crash
Het onbedoeld in aanraking komen van het model met de grond waarbij het model grotendeel wordt vernietigd.

Cycle
Periode of trilling, zie frequentie.

D

D
Afkorting voor "drag", de luchtweerstand. Ook wel als subscript "d" gebruikt.

dB
Decibel. Eenheid voor de geluidssterkte.

Decalage
Verschil in vleugelinstelhoek bij tweedekkers.

Decoder
Electronische schakeling in de ontvanger. Filtert de pulsen uit het ontvangen signaal en stuurt deze door naar de juiste servo.

Dempingstule
Dikke rubberen ring voor de bevestiging van servo's om motortrillingen zo veel mogelijk te dempen.

Differential
De mogelijkheid om de rolroerverstelling omhoog en naar beneden afzonderlijk in te stellen. Dit is van belang voor het opheffen van het z.g.n. "negatief giermoment".

Display
Beeldscherm (LCD) op een zender waarmee de instellingen van de verschillende functies kunnen worden gerealiseerd en afgelezen.

Startdisplay op een moderne zender. (Robbe)

Downthrust (zie: domping)

Domping
Naar beneden gerichte stand van de propellernaaf. Hiermee wordt bij verschillende toerentallen de langsstabiliteit van het model verbeterd.

Down wind
De eerste landingsfase waarin in tegenovergestelde richting parallel in de landingsrichting wordt gevolgen. Deze fase gaat over in baseleg.

Drossel
Smoor of gasklep (Duits).

Drukpunt
Het liftmiddelpunt (of drukpunt) ligt bij modelvliegtuigen met symme­trisch stabilo op ongeveer een derde van de profiel breedte van vleugel­ neus, terwijl het bij modellen met dragend stabilo op ongeveer een der­de van de breedte van de vleugelachterrand ligt. Alleen wanneer liftmiddelpunt en zwaartepunt op dezelfde plaats liggen is het model in evenwicht en alleen dan is zweefvliegen mogelijk.

Drukpuntverscuiving
Drukpuntsverschuiving is de verplaatsing van het liftmiddelpunt bij ver­anderende instel- en invalshoek. Wordt de instelhoek te sterk vergroot dan begint het model te pompen. Door de instel hoek te vergroten is het liftmiddelpunt namelijk voor het zwaartepunt komen te liggen. Het model zal pas weer normaal gaan vlie­gen als, door de rompneus met extra ballast te verzwaren het zwaarte­punt naar het drukpunt wordt verlegd. Door het liftmiddelpunt door ver­kleinen van de instelhoek naar achteren te verschuiven zal het model zeer steile glijvluchten gaan maken. Dit kan alleen weer tenietgedaan worden door het zwaartepunt naar achteren te verleggen. Tevens treedt drukpuntsverschuiving op (zij het in mindere mate) bij ver­andering van de invalshoek van een profiel. Het sterkst gebeurt dat bij sterk gewelfde, holle profielen.

Druppelladen (Pulsladen)
Het laden van een accu met korte stroomstootjes. Meestal wordt dit toegepast om al opgeladen accus gedurende enige tijd vol geladen te houden zonder dat overbelasting zal ontstaan.

Dual rate (zie: zenderinstellingen)

Dwarsas
As die in de lengte van de vleugel door het zwaartepunt loopt.

E

EPP
Expanded Polypropyleen. Een, met name door Multiplex veel gebruikte kunstsof soort voor ARF modellen.

Elevon
Combinatie van hoogteroer en richtingsroer. Wordt toegepast bij deltavleugels.

Elevator (zie: hoogteroer)

Epoxy
Thermohardende kunshars.

Expo (zie: zenderinstellingen.)

EMK-rem
Het tijdelijk kortsluiten van de elektromotor waardoor de bladen van een klappropeller kunnen samenvouwen en daardoor de luchtweerstand minimaliseren.

F

Fairing
Gestroomlijnde vloeiende overgang, bijvoorbeld tussen romp en vleugel.

Flaps
Landingsklap of -klep om de lift tijdens de landing te vergroten bij een gelijktijdige verhoging van de weerstand. Flaps kunnen ook worden gebruikt bij de start. De instelhoek is dan kleiner waardoor de weerstand laag blijft. Bij zwevers kunnen kleine veranderingen in de stand, zowel naar boven als naar beneden de snelheid en de lift zodanig beinvloeden dat de vleugel meer lift krijgt in thermiek (+) of meer snelheid (-).

Flaperon
Het woord is samengesteld uit: Flap + (ail)eron, een combinatie dus van flaps en rolroeren. De combinatie van deze functie maakt verschillende zeer praktische instellingen mogelijk. Een voorwaarde is dat elk roer en bij voorkeur ook elke flap door een eigen servo wordt aangestuurd.
De toepassing in de modelbouw is velerlei. Voor het verkorten van de landing, met name bij zweefvliegtuigen, worden vaak beide rolroeren gelijktijdig omhoog gezet. Om hierbij het torsie effect te neutraliseren en de invalshoek te vergroten wordt extra nog een klein beetje "up" gegeven. Ook is het hierbij mogelijk om gelijktijdig de flaps naar beneden te zetten. Dit wordt meestal met CROW of "Krähe" aangeduid. Met computerzenders is het tevens mogelijk om de verstelling van de roeren afzonderlijk in te stellen waarbij de weg omhoog en omlaag verschillend is en "Differential" wordt genoemd. Met deze instelling klan het z.g.n. "negatief giermoment" worden geneutraliseerd.

De instelling van rolroeren en remkleppen in de CROW configuratie. (Foto : Modell Aviator)

Flutter
Flapperen van de roeren of vleugeltips.

Flux
Vloeimiddel dat wordt gebruikt bij hardsolderen.

Final
De landingsfase waarin het landingspunt of -baan wordt benaderd. De fase eindigt met de “touch down”, het punt waarin het model de grond raakt.

FM (Frequentie modulatie)
Het varieren van de frequentie van een hoogfrequent zendsignaal met het doel om informatie, bijvoorbeeld de stand van een stuurknuppel door de zender te kunnen versturen naar de ontvanger.

Formeren
Het meervoudig laden en ontladen van accu’s teneinde spanning en stroomsterkte zo gelijk mogelijk te laten zijn. De afgiftecapaciteit wordt hierdoor geoptimaliseerd. Accu pakketten van hoge kwaliteit worden door de fabrikant al geformeerd.

Frequentie (Hertz)
De fysische grootheid die, bijvoorbeeld van een elektronische schakeling, het aantal golven per seconde weer geeft. Frequentie staat in het algemeen voor het aantal perioden per tijdseenheid. De eenheid van frequentie wordt Hertz genoemd.

Full house
Letterlijk "volle bak": het model wordt over de vier functies afzonderlijk bediend: richting-, hoogte-, rolroeren en gasregeling.

Functie
Dienst of bedieningsmogelijkheid. Bij de afstandsbediening: met elke functie (op zender of ontvanger) kan een servo worden bediend.

Fuselage
Romp. In Amerikaanse modelbouwtijdschriften wordt dit vaak afgekort met "fuse".

G

Galvanische verbinding
Een elektrisch geleidende verbinding.

Gasklep
Klep of schuif in de carburateur waarmee de luchttoevoer kan worden geregeld.

Geintegreerde schakeling
Een elektrische schakeling (IC), waarbij op een zeer kleine oppervlakte (enkele mm2) een groot aantal (miljoenen) electronische componenten zijn ondergebracht.

Geheugenkaart
Een geheugenkaart is een compact opslagmedium met een chip waarop gegevens of programma bestanden kunnen worden opgeslagen. De capaciteit wordt aangegeven in gigabyter (GB). Momenteel zijn al kaarten met een opslagcapaciteit van 8 GB beschikbaar. Deze kaarten worden gebruikt in de moderne video camera's voor modelvliegtuigen.

Geinverteerd
Een ten opzichte van een normale positie omgekeerde stand van het model, bijvoorbeeld rugvlucht. Wordt gebruikt bij kunstvlucht figuren.

Gesloten lus
Overbrengingssysteem m.b.v. twee kabels tussen servo en roer. Hierbij is sprake van een trek-trek-overbrenging, in tegenstelling van de trek-druk-overbrenging bij bouwden kabels. Deze overbrenging maakt een nauwkeuriger bestring mogelijk dan met bouwdenkabels.

Gieren
Bewegingen om de topas.

Gimbal
Kardanophanging van de stuurknuppels op de zender waardoor de stuurknuppel in alle richtingen kan worden bewogen.

Gloeiplug
Gloeielement (uiterlijk vergelijkbaar met een bougie), dat bij de start wordt voorgegloeid met een accu en dat nadat de motor op eigen kracht loopt elektrisch wordt afgekoppeld. De gloeiplug wordt daarna door de verbranding in de cilinder op temperatuur gehouden.

Golflengte
Elke elektromagnetische trilling met een bepaalde frequentie heeft een eigen golflengte. Zo heeft bijvoorbeeld een elektromagnetische trillingsfrequentie van 27 MHz een golflangte van 11 meter. In de 144 MHz-band is de golflengte nog slechts 2 meter.

Grenslaag
Een dunne laag aan de oppervlakte van een stromingsprofiel, zoals een vliegtuigvleugel, waar de lucht in toenemende mate wordt afgeremd. Hierbij wordt er van uitgegaan dat de luchtmoleculen direct aan het vleugeloppervlak stil staan en dat de snelheid in deze dunne laag oploopt tot de vliegsnelheid. Alle wrijvingskrachten, zowel die voortkomen uit de oppervlaktewrijving als uit de wrijving van de luchtmoleculen onderling ontstaan in de grenslaag.

Gyro
Een oorspronkelijk op basis van snel draaiende tollen gebaseerd instrument dat wordt gebruikt voor het automatisch stabiliseren van de vliegrichting en stabiliteit. Moderne gyro’s werken op basis van een piezoelement en zijn daardoor zo klein dat ze in modelvliegtuigen en helikopters gebruikt kunnen worden.

Gyroscopische precisie
E
en roterend voorwerp verzet zich ertegen dat zijn hoogte of bewegingsrichting wordt veranderd. Dit kunnen we bijvoorbeeld zien aan eendraaiend fietswiel of een gyroscoop. Als er een kracht wordt uitgeoefend op een draaiend voorwerp zal er een kracht ontstaan, die 90° gedraaid is in de richting van de rotatiebeweging. Zo zal bijvoorbeeld een beweging van het vliegtuig naar rechts resulteren in een neerwaartse kracht op de propeller. Je kunt in het demonstratielogboek een manoeuvre bekijken van een vliegtuig dat dit effect gebruikt. Deze manoeuvre wordt de "Lomcevak" genoemd.

Geïnduceerde weerstand
De vleugelweerstand die wordt veroorzaakt doordat een de vleugeltips wervels ontstaan.

H

Hoogdekker
Vliegtuig waarbij de vleugel hoog op de romp is geplaatst. Dit geeft een grote eigen stabiliteit omdat het zwaartepunt onder de vleugel ligt. Deze modellen zijn zeer geschikt als trainers.

Hoogteroer (Elevator)
Beweegbaar deel van de horizontale stabilisator aan de staart waarmee een neerwaartse of opwaartse kracht kan worden uitgeoefend op romp en vleugel om de aanstroomhoek van de luchtstroming om de vleugel te wijzigen. Door een opwaartse beweging van het hoogteroer wordt de lift vergroot en kan het vliegtuig stijgen en door een neerwaarste beweging zal het dalen.

I

IC
Integrated Cirquit, zie geintegreerde elektronische schakeling.

Installatie
De radio apparatuur(als zelfstandig naamwoord) zelf of de inbouw van de apparatuur (als werkwoord).

Instelhoek
De instelhoek is het hoekverschil tussen de vleugel en het stabilo. Dit hoekverschil is nodig om bij een bepaald vleugelprofiel de optimale draagkracht te kunnen realiseren. Ieder vleugelprofiel heeft zijn eigen waarde die kan worden afgeleid van de profiel diagrammen. Afhankelijk van het vleugelprofiel zal de instelhoek ongeveer tussen 1° en 3° liggen.
Om de instelhoek te kunnen meten zijn speciale instelhoekmeters ontwikkeld. (zie foto: een instelhoekmeter van Lindinger)

Instelhoekverschil
Het instelhoekverschil, ook wel instelhoek genoemd, is het verschil tussen de instelhoeken van vleugel en stabilo. Dit instelhoekverschil is van groot belang voor het verkrijgen van voldoende lift en stabiliteit. De grootte ervan is sterk afhankelijk van het vleugelprofiel. De meest voorkomende waarden liggen tussen 1 en 3 graden.

Instelhoekverschil meting
Voor het meten van de instelhoek worden door verschillende leveranciers handige apparaten in de handel gebracht.

Links het instelhoekverschil zoals dat grafisch wordt weergegeven. Het instelhoekverschil kan eenvoudig worden gemeten/ingesteld met een instelhoek meter en een losse driehoek waterpas. De werkwijze is als volgt:
a. stel met de instelhoekmeter een hoek in van 1-3° (of wat anders wordt aangegeven of uitgetest).
b. stel vervolens met de zender en ontvanger ingeschakeld met de losse waterpas het stabilo horizontaal.

Interactie
De onderlinge beinvloeding van functies, bijvoorbeeld: het ongewenst meebewegen van een roer terwijl een ander roer wordt bediend.

Interferentie
Radiostoring, bijvoorbeeld door belendende kanalen.

Invalshoek
De invalshoek is de hoek waaronder het vleugelprofiel door de lucht wordt aangestroomd. Terwijl de instelhoek vast is kan de invalshoek, o.a. door veranderingen in luchtstroming tijdens het vliegen veranderen. Bij vliegen in stilstaande lucht zijn instelhoek en invalshoek gelijk.

Impeller
Een door een motor aangedreven axiale compressor die wordt toegepast als quasi straalmotor. Deze schoepen wielen werken vooral goed bij hoge toerentallen die tegenwoordig ook met z.g.n. inline borstelloze motoren gerealiseerd kunnen worden. Hierdoor heeft deze aandrijving weer aan interesse gewonnen.

IPDI
IPD staat voor “Intelligense Pulse Code”. De intelligentie wordt verkregen door een micro-processor in de ontvanger. Deze processor analyseert de binnenkomende signalen, bewerkt ze indien nodig en geeft ze door aan de servo’s. Een signaal wordt dan alleen als juist gedetecteerd als de tijdsduur ligt in de range van 890 µsec tot 2350 µsec. Deze waarden zijn correct voor de meeste zenders. Indien een signaal niet aan deze voorwaarde voldoet wordt het tegengehouden en vervangen door het laatste goede signaal. Hiermee gaat het door tot een goed signaal is ontvangen. Indien totaal geen geldig signaal wordt ontvangen worden de servo’s in een vooraf in te stellen neutrale stand gezet.

J

Jet
Vliegtuig aangedreven door een straalturbine.

JR stekkerverbinding
Een tweepolige stekkerverbinding met poolverwisselingsbeveiliging. Geschikt voor de aansliting van accu’s aan regelaars. De maximale stroomsterkte is begrensd tot ongeveer 7 A.

K

Kanaal
Frerquentie. Deb 35 MHz-band is onderverdeeld in xx kanalen die zijn toegewezen voor radiografisch bestuurde vliegtuigmodellen.

Kanaalscheiding
Om meerdere modellen tegelijkertijd te kunnen laten vliegen, moeten de ontvangers de diverse frequentiekanalen voldoende kunnen onderscheiden.

Kielvlak (verticale stabilisator)
Het verticale deel van de staart dat de lengsas van het vliegtuig gericht houdt in de richting van de vliegbeweging.

Klemspanning
Spanning aan de aansluitpolen van een onbelaste accu. Zodra een accu wordt belast zal de spanning aan de polen lager worden en de bedrijfsspanning aannemen. Iedere accu type heeft zijn eigen karakteristiek. Fabrikanten kunnen hierover informatie geven. De klemspanning is slechts een indicatie voor het duurvermogen van een accu. In de praktijk is deze dus lager.

Klappropeller
Propeller met scharnierbare bladen die zich in de aandrijfsloze fase langs de romp opvouwen. Deze propellers worden vooral gebruik bij elektro aangedreven zwevers.

Koolstofvezelrovings
Koolstofvezelrovings zijn bijna eindeloze koolstof draden die op spoelen worden verkocht. In hars of secondenlijm gedrenkt worden ze gebruikt om constructies te verstevigen.

Koorde
Rechte verbinding tussen de uittredepunten van de skeletlijn. Referentielijn voor instel- en invalshoek. De lengte is bepalend voor de profielbreedte.

Koppeling
Overbrebging tussen servo en stuurvlakken d.v.m. kabels of stangen.

KNVOL
Koninklijke Nederlandse Vereniging Onze Luchtmacht.

KNVvL
Koninklike Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart, afdeling Modelvliegsport.

Kristal
Elektronisch onderdeel dat in een bepaalde frequentie gaat trillen, zodra het op de juiste frequentie wordt aangesloten. Frequentie bepalend element in zender en ontvanger.

Krukas
In combinatie met de drijfstang zet de krukas de op en neergaande beweging van de zuiger om in een draaiende beweging.

L

Langsas
As door neus, zwaartepunt en staart van een vliegtuig (zie: stabiliteit)

LCD
Liquid Christal Display, een beeldscherm waarin door middel van vloeibare kristallen, onder invloed van zwakke elektrische stroompjes karakters worden gevormd. Veel zenders zijn tegemwoordig met een LCD-scherm uitgevoerd.

LED
Light Emitting Diode, een lichtbron waarvan de werking berust op de eigenschap van een halfgeleider-junctie om elektrische energie zonder warmteontwikkeling om te zetten in licht.

Lift
De opwaartse kracht die ontstaat door de stroming van de lucht over de vleugel. Deze kracht staat loodrecht op de bewegingsrichting. De grootte van de lift is afhankelijk van de vliegsnelheid, het vleugelprofiel en de hoek waaronder de luchtstroming de vleugel treft.

Lineair
Rekenkundig rechtevenredig.

Losschietvleugel
Vleugel die zo op de romp is bevestigd, bijvoorbeeld met elastieken of kunststof breekbouten, dat deze deze bij een te harde landing losschiet van de romp.

LRK motor
Elektromotor als z.g.n. buitenloper uitgevoerd die speciaal voor modelvliegtuigen is ontworpen. Veelal is deze opgebouwd uit een vrijdragende 14-delige rotorklok en 12-delige stator. Door zijn hoog draaimoment is deze motor geschikt voor directe aandrijving van grote propellers. De aanduiding LRK is ontstaan uit de ontwikkelaars van dit motortype, nl. : Lucas, Redbach en Kühlfuß.

M

Magnetisch veld
In 1820 ontdekte de natuurkundige Oerstedt (Kopenhagen), dat een magneetnaald, draaibaar opgesteld in de nabijheid van een draad, waardoor een elektrische stroom loopt, hierdoor beinvloed wordt en van stand verandert.
Bij het elektrovliegen kan ook een stroom (van vele Amperes) die naar de motor loopt , bijvoorbeeld via de antenne, invloed uitoefenen op de signalen die de ontvanger binnenkomen en de signalen van de ontvanger naar de servo's. Het scheiden of afschermen (bijvoorbeeld met aluminium folie) van vermogensdraden en signaaldraden is hierbij een noodzaak.

Megapixels
Digitale foto's zijn opgebouwd uit miljoenen beeldpunten, pixels genoemd. Veel zenders zijn momenteel voorzien van een LCD beeldscherm voor het instellen van de verschillende functies.

Metaal-op-metaal storing
Indien metalen delen met elkaar contact maken kunnen electrische ontladingen ontstaan, waardoor de zogenaamde "knakpulsen" ontstaan. Gevoelige ontvangers kunnen hierdoor worden ontstoord.

Methanol
Methanol is een alcohol met de structuurformule CH3OH. Het is de basiscomponent voor brandstof voor gloeiplug verbrandingsmotoren.

Microballons
Microballons zijn kleine holle gasbolletjes die met plamuur of epoxyhars kunnen worden gemengd om oneffenheden weg te werken. Het mengsel is licht en gemakkelijk schuurbaar.

Microswich
Schakelaar die door een zeer geringe verplaatsing bediend kan worden. De schakelaar zelf behoeft dus niet "micro" te zijn.

Middendekker
Vliegtuig waarbij de vleugel op de hartlijn van de romp zijn geplaatst.

Multimeter
Elektrisch meetapparaat voor het meten van diverse electrische grootheden. Bijvoorbeeld: spanning (V), stroomsterkte (A), weerstand ()

Motorsteun
Het constructiedeel waarop of waaraan de motor wordt bevestigd.

MPX stekkerverbinding
De MPX stekkerverbinding is zespolig en kan een stroomsterkte van ongeveer 35 A verdragen en is daardoor zeer geschikt voor de zwaardere BL motoren. Voor zeer hoge vermogens wordt de verbinding gebruikt door de zes polen twee aan twee te verbinden.

N

N.A.C.A.
National Advisory Committee for Aeronautics. Een in Amerika opgericht onderzoeksinstituut dat zich o.a. heeft bezig gehouden met het onderzoek naar en beschrijving van de eigenschappen van vleugelprofielen, de z.g.n. NACA-profielen. Het instituut is omgedoopt tot NASA toen het zich ook met de ruimtevaart ging bezighouden.

Ncm (Newton centimeter)
Ncm (Newton centimeter) is de eenheid van het draaimoment van bijvoorbeeld een servo. Ncm is kracht x arm. Het is een vaste waarde voor een servo, maar omdat het een product is van twee eenheden kan er mee gevarieerd worden. In het kort komt het er op neer dat bij een bepaald draaimoment de uit te oefenen kracht kleiner wordt als de arm langer wordt en omgekeerd.

Voorbeeld:

Een servo heeft een draaimoment van 50 Ncm. Dan kan een kracht van 50 Newton ( = 5 kg ) worden uitgeoefend bij een armlengte van 1 cm. Indien deze armlengte naar 1,5 cm zou worden vergroot bedraagt de kracht nog 50/1,5 = 3,3 Newton ( = 3,3 kg ).

Het zal duidelijk zijn dat naarmate het draaimoment groter is de servo ook sterker is.

Neerwaartsstelling
Om de stabilitiet te verbeteren bij de variabele trekkracht van de propeller wordt de motor ongeveer twee graden naar beneden gericht gemonteerd.

Negatiefstelling
Vleugelmontage met negatieve instelhoek. Bij vleugels met een grote strekking worden de vleugeltips vaak in negatieve zin verdraaid.

NiCad
Nikkel-Cadmium accu's. Veel gebruikte accu's in de beginfase van de ontwikkeling van het elektrovliegen. Deze accu's mogen, in verband met het giftige cadmiun niet meer worden verkocht. Vervangers zijn NiMh- en LiPo-accus.

Nitromethaan
Toevoeging aan brandstof om de ontsteking en verbranding te verbeteren. Structurformule CH3NO2.

O

Ohm
Eenheid waarin de elektrische weerstand wordt itgedrukt. Zie ook "Wet van Ohm".

Oversturing
Als de zender te dicht in de buurt van de ontvanger is, kan een te sterk signaal aangeboden worden waardoor de ontvanger wordt overstuurd, d.w.z. de elektrische componenten kunnen het signaal niet meer op een normale wijze verwerken. Het zichtbare resultaat is dat de servo's enigszins ongecontroleerd kunnen gaan "rammelen". Komt bij moderne apparatur nauwelijks meer voor.

Overtrekken
Als een oppervlak waarop een opwaartse druk wordt uitgeoefend de invalshoek groter maakt dan een bepaalde hoek (de kritische invalshoek - "critical angle of attack"), zal de opwaartse druk niet langer toenemen: de luchtweerstand zal groter worden dan de opwaartse krachten. Dit alles zal resulteren in een z.g.n. overtrokken toestand van het oppervlak, ook wel “stalling”  genoemd.

Overtreksnelheid
De snelheid waarbij de vliegtuigvleugel in overtrokken toestand geraakt omdat bij de heersende snelheid de invalshoek van de luchtstroming te groot wordt.

P

Parasoldekker
Vliegtuig waarbij de vleugel op een stellage boven de romp is bevestigd.

Parkflyer
Overwegend kleine, lichte en  wendbare electromodellen die derhalve geschikt zijn om in een kleine open (park, parkeerplaats) of gesloten ruimte (zaal) te vliegen.

PCM
PCM staat voor “Pulse-Code-Modulation”. Hierbij worden de zenderpulsen als een soort computercode verzonden met informatie over de door de servo in te nemen positie.

PCO
De “Power-Cutt- Off" , een schakeling in de regelaar die de stroom naar de electromotor uitschakelt als de accu spanning te laag wordt. De uitschakelspanning ligt meestal bij 5 V. De besturing kan dan doorgaan.

POC
"Power-On-Control", beveiliging tegen het ongewild aanlopen van de elektromotor als de accu wordt aangesloten.

Potentiometer
Regelbare weerstand, ook wel potmeter genoemd.

PPM
PPM staat voor “Pulse Position Modulation”.  Een zender coderingssysteem waarbij stand van de knuppel wordt omgezet in de tijdsduur tussen twee door de zender uitgezonden pulsen.

Profiel
Vorm van de dwarsdoorsnede van een vleugel. Bij vleugelprofielen is de doorsnede aan een of beide kanten doorgaans gewelfd. Soms alleen aan de bovenkant zoals bij het bekende "Clarck Y-profiel
". Bij een symetrisch profiel hebben de onder- en de bovenkant dezelfde welving. Bij een sterkere bovenwelving dan onderwelving spreekt man van "halfsymetrische profielen".

Proportioneel
In verhouding tot. De uitslag van de roeren is proportioneel (in verhouding tot) de knuppel beweging. D.w.z. 50% knuppelbeweging is ook 50% beweging van de roeren.

PS
Polystyreen, een kunststof die vooral door zijn schuimvorming van belang is (styropor)

PTFE
Kunststof voor o.a. bouwdenkabels. Verspreidt bij verhitting giftige dampen!

PUR
Kunststof (polyurethaan) die vooral van belang is door zijn schuimvormende eigenschappen. Pur-schuim lijkt in vele opzichten veel op PS-schuim, maar is wat sterker en zwaarder maar wel beter bestand tegen lijm en oplosmiddelen. Polyurethaan lijm is zeer geschikt om geschuimde onderdelen van de moderne "schuimpjes" te lijmen.

PVA-lijm
Witte houtlijm op waterbasis.

Pijlstelling
De vleugels staan, van bovenaf gezien, in een pijlstelling naar achteren ( = negatieve pijlstellin). Dit is belangrijk voor de stabiliteit om de topas.

R

RB
Radio besturd, radiobesturing..

R/C
Radio Control.

Reciever
Ontvanger.

Reflexladen
Snelladen met korte en sterke stroomstoten gevolgd door korte en sterke ontlaad pulsen.

Relais
Elektrisch bedienbare schakelaar.

Reynolds (Het getal van Reynolds)
De verhouding tussen de wrijvingskrachten en de traagheidskrachten van een stroming om een lichaam. Het wordt bepaald door de vliegsnelheid, de vleugelkoorde en de kinematische viscositeit van de lucht.

Formule :  (theoretisch)Re = v. L / v ; (praktisch) Re = 70. v. L .

waarin:
Re =  getal van Reynolds
v  =  vliegsnelheid (m/sec)
L  =  lengte van de vlegelkoorde (m)
v  =  kinematische viscositeit van de lucht (m2/sec)

Richtingsroer
Het scharnierend deel van het kielvlak dat dient om de richting van het vliegtuig om de topas te veranderen.

Roll out
Het uitrollen of uitglijden van het model na de touch down.

Rolroer (Aileron)
Scharnierend deel van een vleugel waarmee de oipwaartse druk van een vleugel kan worden veranderd. Elke vleugelhelft is voorzien van een rolroer die voor het maken van rolfiguren in tegengestelde richting bewegen.

Rolroer met knuppel instelling

Rotor
a. Het draaiende deel van een elektromotor
b. Het schoepenwiel van een impellermotor

Rijk mengsel
Een brandstof/lucht mengsel met relatief veel brandstof (en dus ook veel smeerolie).

S

Scanner
Afluisterontvanger die automatisch een bepaalde frequentieband afzoekt en "stil blijft staan" zodra een signaal wordt ontvangen.

Schnurle spoeling
Spoelsysteem voor tweetaktmotoren waarbij in de cilinderwand van de motor meer inlaatpoorten zijn toegepast, waardoor een betere "vulling" en verdeling van de brandstof in de cilinderontstaat waardoor een hoger vermogen kan worden geleverd.

Schouderdekker
Vliegtig waarbij de vleugel direct op de rompis geplaatst.

Schuimvleugel
Geheel uit schuim (PS- of PUR-) gevormde of gesneden vleugel die meestal nog worden beplankt.

Servo
Elektromechanisch apparaat waarmee roren en dergelijke in beweging kunnen worden gebracht.

Skeletlijn
De lijn die ontstaat door in het profiel cirkels te tekenen die zowel de onder- als bovenkant raken. De skeletlijn wordt gevormd door vervolgens alle middelpunten met elkaar te verbinden. Behalve bij volsymetrische profielen is deze lijn altijd gebogen.

Slankheid
De slankheid is de verhouding tussen de zijden van de vleugel. Deelt men de spanwijdte van de vleugel door de grootste breedte (koorde), dan verkrijgt men de slankheid.

Sleepgas
Met sleepgas wordt die instelling van de gashevel bedoeld waarbij het vermogen van de moror nog juist voldoende is om geen hoogte te verliezen.

Smalband
Een ontvanger waarbij door een scherpe kanaalscheiding de frequentiebanden dicht bij elkaar kunnen liggen.

Smoorklep
Klep of schuif in de luchtoevoer van de carburateur voor het regelen van de luchttoevoeropening.

Solderen
Onder een soldeerverbinding wordt een metallische verbinding verstaan, van twee metalen delen met behulp van een extra metaal, in dit geval soldeertin.

SP
Schwerpunkt = zwaartepunt.

Sproeier
Zie verstuiver.

Staart
Samenstel van stabilo en kielvlak (soms gecombineerd) voor stabilisatie van de langsas en de topas.

Stabiel
In de vliegtuigbouw "zelfherstellend". Als een richtingsverandering optreedt, zal een stabilisatievoorziening deze tegenwerken en opheffen.

Splitter (zie Y-kabel)

Stabilo
Het horizontale gedeelte van de staart waaraan het hoogteroer is bevestigd. Stabiliseert om de dwarsas.

Straalbuis
Gestroomlijnd luchtkanaal achter het schoepenrad van een impeller motor of na de verbrandingskamer van een straalmotor.

Styropor
Polystyreenschuim.

Side-Force-Generators (SFG)
Meestal vlakke platen aan de vleugeltips die bedoeld zijn om de stabiliteit, in het bijzonder bij mesvluchten, te verbeteren.

Side thrust (zie zijwaartsstelling)

Slipstream
De beweging van de propeller veroorzaakt een om het vliegtuig heen draaiende luchtstroom. Op hogere snelheden heeft de piloot geen last van deze luchtstroming omdat de luchtstroom het vliegtuig niet raakt. Bij lage snelheden zal deze echter het achterste gedeelte van het vliegtuig van links naar rechts duwen. Het bewegen van het richtingsroer naar rechts zal dit effect opheffen.

T

Thermiek
Opstijgende warme lucht.

Tipverdraaing
Bij tipverdraaiing zit wordt de invalshoek van de vleugel naar de vleugeltip toe verkleind. Deze is zodanig dat de achterlijst naar de tip toe iets omhoog komt. Tijdens het vliegen raakt de tip de aanstromende lucht onder een steeds kleinere invalshoek. Omdat de tip een kleinere invalshoek heeft  zal het begin van de vleugel (de vleugelwortel) eerst overtrekken later de tip. Het gevolg is dat niet de gehele vleugel in één keer overtrokken raakt. Omdat de tippen nog wat lift leveren blijven de vleugels horizontaal en kan de overtreksituatie worden gecorrigeerd. Zou dit niet gebeuren dan is de kans vrij groot dat de lift plotseling wegvalt en het vliegtuig over één vleugel weg zal glijden waardoor het vliegtuig in een vrille (tolvlucht) terecht komt. Door de tipverdraaiing wordt de controleerbaarheid van het vliegtuig beter te beheersen, want zo'n (gedeeltelijke)overtrek is gemakkelijk te corrigeren. Neus laten zakken en gas geven is alles wat je moet doen.
Die hele tipverdraaiing komt vooral in beeld in een bocht. Immers, de binnentip heeft een kleinere snelheid t.o.v de lucht, en een veel hogere invalshoek, en zou dus vrij gemakkelijk kunnen overtrekken; als dat gebeurt heb je een vrille, één vleugel overtrokken terwijl de andere nog wil vliegen, erg onprettig vooral als je laag zit! Door de tipverdraaiing (en dus kleinere invalshoek) kan de vleugeltip langzamer vliegen zonder te overtrekken.
Tipverdraaing kan zowel aerodynamisch als constructief worden uitgevoerd. Bij de aerodynamische uitvoering wordt het vleigelperfiel aangepast en bij de constructieve uitvoering wordt over ongeveer een derde van de vleugel de achterlijst 1 à 2 graden omhoog gezet. Deze laatste methode wordt veelal toegepast bij eenvoudige profielen met een vlakke onderkant zoals het Clark-Y profiel.

Topas
As die vertikaal door het zwaartepunt van het vliegtig loopt.

Trimmen
Het fijnafstellen van de roeren. Dit kan op afstand geberen met de trimhevels op de zender. Mechanisch door verstelling van de kwiklinks bij de roerhevels of door het aanbrangen van special trimvlakjes (niet gebrikelijk).

T-staart
Staart waarbij het stabilo hoog op het kielvlak is gemonteerd.

Turbulentie
Luchtwerveling.

Touch down
Het moment in de landingsfase waarin het model de grond raakt.

U

V

Verstuiver
Een buis waarin door vernauwing de luchtstroom wordt versneld waardoor een onderdruk ontstaat die de brandstof uit de tank kan aanzuigen. Daarna komt het brandstof/lucht mengselin een ruimer gedeelte, de venturie om in druppeltjes uiteen te vallen. De werking berust dus op de `Wet van Bernoilli`.

Vleugelwortel
Overgang van de romp naar de vleugel.

Viscositeit
De 'stroperigheid' van een vloeistof of van een gas, dus ook lucht die aangeeft in welke mate deze weerstand biedt tegen vervorming door schuifspanningen en dus stroming. Zo is water een voorbeeld van een vloeistof met een lage viscositeit. Stroop is een voorbeeld van een vloeistof met een hoge viscositeit.

Volt
Eenheid (V) voor de elektrische spanning.

V-staart
V-vormige staart waarbij de beweegbare delen twee functies hebben, nl. richtings- en hoogteroer.

Zwever met eev V-staart constructie.

Vleugelprofiel
De vorm van de doorsnede van een vleugel, gezien in de normale vliegrichting. Het profiel is de vorm van de dwarsdoorsnede van de vleugel.

V-stelling
De hoek van de vleugelhelften ten opzichte van elkaar waarbij vleugeluiteinden hoger stan dan het midden. De dwarsstabiliteit wordt hiermee verbeterd.

W

Watt
Eenheid (W) waarin het elektrisch vermogen wordt uitgedrukt
(W = V x A)

Wet van Bernouilli (1700-1782)
Deze wet geeft het verband weer tussen druk en snelheid van een stromend medium en luidt:

"In een stromend medium is de som van de statische en dynamische druk constant"

De wet van deze Bernouilli verklaart waarom een douchegordijn de douche binnenwaait en verklaart de werking van de carburateur, de vliegtuigvleugel en de parfumverstuiver. Anders dan men op het eerste gezicht zou verwachten, neemt dus bij toenemende snelheid de druk af.

Als formule:    P + ½ ρ V2 = Constant

P = druk.
ρ  = soortelijke massa van de lucht. (kgm/m3
)
V = luchtsnelheid m/sec.

Wet van Ohm.

Georg Simon Ohm (1789-1854) heeft de volgende wetmatigheden geformuleerd:

"In een stroomdraad is de stroomsterkte evenredig met het potentiaalverschil gedeeld door de weerstand"

en

"De weerstand van een draad is evenredig met de lengte en de temperatuur en omgekeerd evenredig met de dikte"

Hieruit vloeide de volgende rekenkundige grondwet uit de elektrotechniek voort die uitdrukt dat een spanning (U) gelijk is aan het product van stroomsterkte (I) x weerstand (R).

Dus: U = I x R of I = U : R of R = U : I.

Winglets

Winglets zijn aan de vleugeltip aangebrachte kleine, hoofdzakelijk verticaal staande, vleugeltjes die tot doel hebben om de tipwervel te minimaliseren. De vleugelweerstand (tipwervel weerstand) wordt hierdoor verlaagd. Vele grote modelzwevers, met een spanwijdte van meer dan 2500 mm, worden ook voorzien van winglets

Winglets sind an die Tragfläche angebrachte kleine Flügelformen womit die leistung des Modells gesteigerd wird. Indem sie Turbulenzen, die zwangslläufig an der Flügelspitze entstehen, vermindern, sorgen sie für erhöten Auftrieb. Sie werden der Zeit niecht nur bei grossen Verkehrsflugzeugen eingesetst, sondern sind in allen modernem manntragende Seglern schohn Selbstverständlich geworden. Auch ältere Segler werden mit Winglets modificiert die Leistung nd Kreisflgeigenschaften spürbar verbessern. Viele Segelflugmodelle, mit eine Spannweite von über 2500 mm werden mit Winglets ausgerüstet.

X

X-tal
In het engels gebruikelijke afkorting voor kristal.

Y

Y-kabel (splitter)
Een verbindingskabel, bijvoorbeeld tussen ontvanger en twee servo’s , waarbij de kabel in twee delen wordt opgesplitst. Een Y-kabel wordt o.a. gebruikt om vanuit de ontvanger de twee sevo's voor rolroeren aan te sturen.

Z

ZA-magneten
Magneten die door bijmenging van z.g.n. zeldzame aarde componenten tot stand komen. De magneten van hoogwaardige elektromotoren die in de modelbouw worden toegepast zoals Cobalt-Samarium- en Neodymmagneten worden met deze zeldzame aarde elementen samengesteld.

Zelfontlading
Gelijkmatige natuurlijke afbouw van de capaciteit van een accu. Dit treedt vooral op bij NiCd en NiMh accu’s en in aanmerkelijk geringere mate bij LiPo’s

Zwaartepunt
Het zwaartepunt (of massamiddelpunt) is het punt waar een lichaam ondersteund moet worden om noch door rechtlijnige noch door draaibe­wegingen aan de invloed van de zwaartekracht toe te geven. Het zwaar­tepunt speelt bij de modelvliegtuigbouw een zeer belangrijke rol. Wordt het model in het zwaartepunt ondersteund, dan moet het theore­tisch in evenwicht zijn. In de praktijk wordt het echter zo uitgewogen dat het van voren iets zwaarder is. Het "zwaartepunt" van zo'n model is dan dus eigenlijk niet meer het "echte" zwaartepunt.

Zijwaartsstelling
Het in horizontale richting tegen de tegen de draairichting van de motor zijwaartsstellen van de propellernaaf. Hierdoor wordt de torsie van de propeller bij verschillende toerentallen gecompenseerd.

adverteren | contact | © 2007