Zwaartepunt instellen
Voor de eerste vlucht is het belangrijk om de exacte plaats van het zwaartepunt in te stellen en zo nodig te corrigeren. Dit proces is essentieel voor de stabiliteit van het vliegtuig en bepaalt het stuurgedrag. Als het zwaartepunt te ver naar achteren ligt reageert het model zeer gevoelig op het hoogteroer. In extreme gevallen is het vliegtuig model niet meer beheersbaar. Als het zwaartepunt te ver naar voren ligt kan het model geen goede glijvluchten uitvoeren. Het wil voortdurend met de neus naar beneden duiken en moet sterk met het hoogteroer worden gecorrigeerd. Het blijft daarbij echter relatief goed bestuurbaar. Daarom geven veel fabrikanten het zwaartepunt op de veilige kant (meer naar voren) aan. Wij adviseren u in elk geval om met een zwaartepuntweegschaal het zwaartepunt exact in te stellen. Meestal kan het zwaartepunt op de juiste plaats worden gelegd door met de accu naar voren of naar achteren te schuiven. Indien dit niet lukt, kan de correctie worden verkregen door lood toe te voegen.
Stel een ligging in, waarbij het model met licht naar beneden neigende neus een evenwicht vindt. De alternatieve methode, waarbij het model met twee vingers in de buurt van het zwaartepunt wordt vastgehouden, ziet men weliswaar vaak op plaatsen met modelvliegtuigen, maar deze controlemethode van het zwaartepunt is zeer onnauwkeurig. Terug...
Langsstabiliteit
Dit is de stabiliteit in de richting van de lengteas, vrijwel altijd overeenkomend met de vliegrichting van het model. Bewegingen vinden plaats om de dwarsas. (Overigens de draaiing om de lengteas noemt men rolbewegingen. )
In de hiernaast geplaatste figuur zijn enkele situaties van stabiliteit en instabiliteit weergegeven. In het midden (Stabiel) wordt na een verstoring en wat om de evenwichtstoestand de oorspronkelijke baan weer ingenomen. Dit is de vorm van stabiliteit die wij steeds trachten te bereiken. Niet die welke daar boven (Instabiel) is geschetst want hier blijft het model om de dwarsas slingeren met soms steeds groter wordende uitslagen. Een toestand die wij niet wensen want na de eerste verstoring zal de vlucht dit beeld blijven vertonen. Onbruikbaar is ook een model dat zich gedraagt als in de onderste situatie (Instabiel, neuslastig) waarbij deze na een verstoring de evenwichtstoestand verlaat om in een steeds steiler wordende duikvlucht over te gaan en niet meer terug keert. Dit kan als een stabiele instabiliteit worden aangemerkt.
De langsstabiliteit verzekert het behoud van de standhoek van het model en dus het vasthouden van de vliegbaan. Aangezien deze baan de richting die wij wensen moet verzekeren, is een goede langs stabiliteit van groot belang voor de bestuurbaarheid van een model.
De langsstabiliteit wordt verkregen door achter de vleugel een veel kleinere vleugel, het stabilo, te plaatsen. Het stabilo heeft tot taak om een stabiel geheel, te vormen met de vleugel die zelf meestal niet stabiel is. Een juiste combinatie van oppervlakken van vleugel en stabilo, en van het instelhoekverschil van deze beide, van de onderlinge afstand in de richting van de langsas en van de ligging van het zwaartepunt met betrekking tot de vleugelkoorde zal tot een goede langsstabiliteit leiden.
Er zijn dus verschillende factoren waarmee rekening moet worden gehouden. Gelukkig bestaat er een schat van ervaring waaruit wij voor u een goedwerkend recept kunnen klaarmaken.
Terug...
Dwarsstabiliteit
Wat er voor nodig is om een model langsstabiel te maken is in het vorige hoofdstuk uiteen gezet. Hiermee is de volledige stabiliteit echter nog niet gewaarborgd. Bijvoorbeeld door turbulente lucht kan één vleugelhelft omhoog of omlaag worden gedrukt waardoor er een rolbeweging om de langsas ontstaat. Het model dient dit zo goed mogelijk zelf te kunnen corrigeren. Deze eigenschap noemt men de dwarstabiliteit.
Dwarsstabiliteit is dus de stabiliteit om de lengteas en de bewegingen om deze as worden rolbewegingen genoemd.
Dwarsstabiliteit wordt onder andere verkregen door een laag zwaartepunt en V-stelling (Figuur: Zwever met vleugels in lichte V-vorm.) van de vleugel of oplopende vleugeltips aan de einden (Figuur: Zwever met in in v-vorm geplaatset vleugeltips. De UHU van Graupner.) of een combinatie hiervan. Bij een verstoring door een luchtwervel moet het model automatisch in de horizontale stand terug keren en bij verdraaiing van het richtingsroer of de rolroeren mag de rolbeweging niet ongecontroleerd doorzetten, maar dient enigszins zelfremmend te zijn. Een uitzondering hierop vormen de kunstvlucht modellen. Hier worden snelle veranderingen gevraagd en de boven genoemde maatregelen zijn hier belemmerend. Daarom zijn deze modellen ook met rechte vleugels, een hoog zwaartepunt en als middendekker uitgevoerd. De dwarsstabiliteit zorgt er dus voor dat het model zich zelf uit de scheve stand terug draait en naar de oorspronkelijke vliegstand terug keert.
Terug...
Richtingsstabiliteit, topstabiliteit of gieren
Dit is de stabiliteit om de topas (Y) en bewegingen om deze as noemt men gieren. Is het model in slippende beweging gekomen dan gaat ook de richtingsstabiliteit een rol spelen. Dwarsstabiliteit en richtingsstabiliteit zijn zeer nauw met elkaar verbonden en moeten een goede combinatie vormen.
Richtingsstabiliteit wordt verkregen door een kielvlak achter de vleugel te plaatsen, soms ook door een stabilo met V-stelling toe te passen. De werking van het kielvlak kan men vergelijken met die van de staart van de windvaan. De as waarop de windvaan draait is hier de topas van het model.
Hieruit volgt dat het kielvlak zodanige afmetingen moet hebben dat wanneer het model slipt bij een kleine sliphoek een herstellend giermoment moet optreden dat het model weer in de luchtstroom zal richten. Bekijken wij nog eens fig. 24, dan zien wij dat een kracht P, achter de topas - dus achter het zwaartepunt - dit giermoment zal leveren wanneer het kielvlak de juiste afmetingen bezit.
Daarmee zijn wij er echter niet want nu ontmoeten wij weer de V-stelling. Deze komt immers pas in werking wanneer een bepaalde sliphoek is bereikt. Het kielvlak hoeft dus niets meer te doen dan de slippende beweging, na het bereiken van een kleine sliphoek, tot stilstand te brengen. De V-stelling van de vleugel zorgt er dan voor dat een rolmoment zal optreden dat het model weer vlak legt. Wij moeten ook bedenken dat bij het gieren om de topas de voorwaarts bewegende vleugel meer draagkracht zal produceren dan de achterwaarts bewegende vleugel. Het gevolg hiervan is een rolbeweging die de gierbeweging ondersteunt.
Terug ...