Parabolic van Robbe

De Parabolic op een rustige zomerdag tegen een blauwe lucht. Vorm en kleur geven het karakter van het model goed weer.

Als je de naam Parabolic leest dan doet  dit aan meetkunde denken. De parabolische vorm is in de telecommunicatie bovendien de spil waar alles om draait. Elke satellietschotel heeft een parabolische vorm. Dus maar eens op Wikipedia gekeken wat nou precies een parabool is.

“De parabool is de meetkundige plaats  van alle punten waarvan de afstand d tot een gegeven lijn L  en een gegeven punt (het  brandpunt) gelijk is”.  

Als het je nu al duizelt, laat dan verder maar zitten en gaan we het over de Parabolic van Robbe hebben. De naam Parabolic is voor dit model zeker passend daar de sierlijke parabolisch verlopende vormen  aan de keuze van deze naam wel ten grondslag gelegen zullen hebben.  Anderhalve meter spanwijdte, doorlopende rolroeren en kruisstabilo zijn de in het oog springende kenmerken van dit model. De Parabolic van Robbe is een pittig uitziend Arcel schuimmodel, bedoeld voor de wat gevorderde modelvlieger die ervaring wil gaan opdoen met een over drie assen bestuurbare zwever. De Parabolic wordt geleverd als Kit, ARF-set en RTF-set.  Voor dit artikel is de RTF-set aan de tand gevoeld.

De Parabolic in glijvlucht.

De RTF-kit
Omdat in de geteste versie alles wat nodig is om te kunnen vliegen aanwezig is, mogen we dit met recht een RTF(Ready To Fly)-kit noemen.  De RTF-kit is compleet met zender,  ontvanger, en deels ingebouwde servo’s. Een brushless buitenloper met spinner, klappropeller, accu, lader en regelaar completeert de RTF versie. Daarbij is de nodige bekabeling ook reeds aangebracht.  De ARF(Almost Ready to Fly)-kit, wordt zonder zender, ontvanger en lader geleverd.  Bij de Basic(Euro)-kit  gaat het om de hoofdonderdelen van het model alleen en moeten alle besturings-en aandrijvingscomponenten nog aangeschaft worden of natuurlijk uit de bestaande eigen  voorraad worden geput.

Van een bouwpakket is in de traditionele zin eigenlijk geen sprake omdat bijna alles al voorgefabriceerd en  gemonteerd is. Het zijn hoofdzakelijk de grote onderdelen die nog met elkaar moeten worden verbonden en het opplakken van de transfers. Daarna is het zaak om alles goed af te stellen.

De grote vormdelen als romp, vleugel, kielvlak en stabilo zijn vervaardigd van Arcel. Dit is de merknaam van het materiaal dat Robbe voor zijn schuimmodellen gebruikt. Waaruit dit materiaal precies bestaat is natuurlijk fabrieksgeheim, maar we mogen er van uitgaan dat het een type geëxtrudeerd (expanded) polystyreen of EPS is.
Van een bouwpakket is in de traditionele zin eigenlijk geen sprake omdat bijna alles al voorgefabriceerd en  gemonteerd is. Bijna dus, want gelukkig blijft er nog wel iets te monteren over.
De romp bestaat uit twee geschuimde delen die in de RTF versie al verlijmd zijn. Aan de voorkant is de romp door een mooi gevormde rode kunststof neus versterkt. Aan de onderkant wordt met een kunststof schaats die tevens als starthaak kan dienen ook de bodem beschermd. Dit is een welkome verbetering bij schuimmodellen omdat op de rompbodem, ook al is het veld nog zo mooi gemaaid, altijd remsporen achter blijven. Vanaf de vleugel achterrand tot aan de staart wordt de romp inwendig met een koolstof buis verstevigd. De vleugel bestaat uit twee delen en wordt na montage met twee kunststof bouten op de romp bevestigd. Het richtingsroer en stabilo worden gezamenlijk met één lange bout in de staart vastgezet.  De servo’s voor hoogte en richting hebben  daar plaats gevonden waar ze hun werk moeten verrichten, nl.  in het staartgedeelte.  Onder het richtingsroer en in het stabilo zijn reeds de 8 mm servo’s geplaatst. In de neus van het model is weinig meer te doen. De brushless motor is al met regelaar, meenemer, spinner en klappropeller gemonteerd. Zelfs de zwarte cockpitkap is met een magneetsluiting reeds kant en klaar aanwezig. Een vierkanaals ontvanger van het type RXS-4 completeert het geheel. Accu en regelaar  worden met klittenband in de romp bevestigd.

De vleugel heeft een Eppler 374 mod.  profiel. Dit profiel is door professor Dr. Eppler speciaal ontwikkeld voor kunstvlucht. Door zijn hoog geplaatste vleugelneus en zijn relatief grote profieldikte is het voor rugvluchtfiguren zeer geschikt. Het voor laminaire profielen karakteristieke slanke eerste derde deel van het profiel geeft een lage weerstand waardoor bij het uitvoeren van figuren de vliegsnelheid goed blijft behouden.

Kenmerken Eppler 374 profiel
Profieldikte
10,92%
Maximale dikte op:
36 %
Welving
2,24 %
Maximale welving op:
39 %
Aerodynamisch moment
- 0,036
Neutrale liftstand
- 1,7078

Met zijn grote vleugeldiepte moet de Parabolic garant staan voor een groot snelheidsbereik. De twee vleugeldelen worden met een gaffelverbinding verbonden.  Deze wordt centraal versterkt met een triplex verbinder en onder en boven een tweetal over de gehele vleugel doorlopende vierkante koolstaf staafjes van 3 mm dikte waarmee een sterke doosconstructie wordt gerealiseerd. Hoewel over de V-stelling van de vleugel in de montagehandleiding geen gegevens worden verstrek geeft de vorm van de verbinder dit wel bij benadering aan. In de aangevormde winglets worden ter versterking metalen staafjes aan de boven en onderzijde ingelijmd.
De eveneens reeds aangevormde, goed gangbare, rolroeren strekken zich over bijna de gehele vleugel uit. De rolroerservo’s, de roerhoorntjes en de verbindingen zijn reeds gemonteerd. Ook de verlengkabels zijn al in de groeven vastgezet met hete lijm. Het is de bedoeling dat het geheel met de grote transfers wordt afgeplakt, maar daarover later meer!
Het stabilo, hoogte- en richtingsroer worden in aparte delen compleet met  koolstof verstevigingen aangeleverd.  Aan de onderzijde van het stabilo is de servo  en de verbinding voor het hoogteroer k(l)ant en klaar aangebracht. Het richtingsroer is eveneens met het kielvlak mee gevormd, waardoor geen scharnieren noodzakelijk zijn.

De montage handleiding
De montagehandleiding  bestaat uit drie delen.  Eén met veiligheidsvoorschriften, één met algemene aanwijzingen voor de bouw en één met een vertaling van de Duitse tekst in vijf talen, maar niet in het Nederlands. De informatie beperkt zich tot korte schriftelijke aanwijzingen en foto’s voor het  monteren van de vliegtuigdelen.  Nuttige en noodzakelijke informatie over de zender, ontvanger, regelaar en motor ontbreekt hierin echter. Ook voor de afstelling van de roeren worden geen waarden gegeven. Het moet dus kennelijk zo zijn dat bij de montage meteen de juiste afstellingen zijn gerealiseerd. In een buitenlands tijdschrift zijn enkele instelwaarden gevonden die in de bijgaande tabel zijn weergegeven.

Zender,  ontvanger en regelaar
In de RTF-versie wordt de Parabolic met een vierkanaals 35 mHz zender en ontvanger geleverd. De  eenvoudige XS-4 zender heeft twee soepel lopende kruisknuppels die in de hoogte iets verstelbaar zijn en van  trimmers zijn voorzien.  De knuppelinstelling is fabrieksmatig ingesteld op systeem 1(gas rechts). Voor het wijzigen naar bijvoorbeeld systeem 2  moet de zender worden geopend om de arretering  van de gasknuppel om te kunnen zetten.  Dit vergt enige voorzichtigheid daar de korte en dunne draden tussen deksel en body op de soldeerverbindingen gemakkelijk afbreken. Over deze omzetting wordt in de gebruiksaanwijzing niets vermeld en het is voor iemand die hiermee geen ervaring heeft raadzaam om dit door een deskundige te laten doen. Verder heeft het een aan-uit schakelaar en een spanningsmeter voor het aangeven van de conditie van de acht AA (NiMh) mignoncellen die overigens niet in het leveringspakket zitten. De cellen zijn geplaatst in een accucompartiment aan de achterzijde van de zender en is aan de krappe kant waardoor de cellen met enige kracht moeten worden geplaatst. Het geheel staat daardoor onder een behoorlijke spanning, hopelijk blijft het heel. De verchroomde telescoopantenne meet 910 mm en is degelijk bevestigd met een geleiding door het huis en directe schroefbevestiging op de printplaat. Het huis is voorzien van een handgreep.  Aan de rechtervoorkant wordt van buitenaf het kristal ingestoken. Het omsteken naar een ander kanaal is dus vrij eenvoudig. Het gewicht, inclusief de batterijen, is 700 gram. De  ontvanger is de uiterst simpele en lichte vierkanaals RXS-4. De regelaar is de “Speed Controler Pentium Thunder Parabolic”, wat dit dan ook mag zijn, want nadere info ontbreekt.  Over al deze drie componenten wordt dus verder geen informatie verstrekt en ook op de Robbe site is hierover niets te vinden anders dan de volgens EU voorschriften noodzakelijke conformiteitsverklaring. Een duidelijk minpunt, want een koper mag toch best weten wat hij in huis heeft!

De XS-4 zender. Op het front zitten de twee kruisknuppels met trimmers, een voltmeter voor de accuspanning en het zendkristal (links). Aan de achterzijde bevindt zich onder een afdekkap het accu compartiment voor de acht AA-cellen (midden). Links en rechts van de accu's zijn elk twee schakelaars voor de revers functie aangebracht (rechts).


Aandrijving
In de romp is een buitenloper ingebouwd van het type 2830 met een normtoerental van 1300 omw/min/volt. Op de motor is een klappropeller van 9 x 5” met spinner gemonteerd.  Aan de regelaar zijn 3 mm goudcontacten gesoldeerd die via contrastekkers met de LiPo worden verbonden. Een 3S, 1050 mAh LiPo moet voor de energie zorgen. Deze is met 2 mm goudcontacten uitgevoerd en kan volgens specificatie tot 15 A belast worden. Hiermee zou de propeller (onbelast) 14430 omw/min moeten gaan maken. Trek er dus in de praktijk maar een paar duizend omwentelingen af. De regelaar is een BL-Speed-Controler voor  18 A. De BEC spanning bedraagt 5 V bij 2 A. Over trekkracht en stroomverbruik van de servo’s wordt verder geen informatie verstrekt, maar de twee Ampère moet wel voldoende zijn voor de vier kleine servo’s, de ontvanger en de regelaar samen.
Het pakket bevat ook een LiPo-lader die op een auto  sigarenaansteker kan worden aangesloten. Het laden gaat via de balancer aansluiting. De laadstroom bedraagt 600 mA bij 12 V. Deze is laag voor een 1050 mAh accu die normalerwijze met 1C, dus 1050 mAh, geladen mag worden.  Het laden van de accu vanuit de auto kan dus wel anderhalf tot twee uur duren! Een tweede accu is dus geen overbodige luxe. Een status-LED geeft het ladingsproces aan.

Montage
De montage van dit RTF-model zou aan de hand van het met diverse tekeningen voorziene bouwvoorschrift, ook door minder geoefende modelbouwers en zonder al te veel problemen uitgevoerd kunnen worden.  Zou, want er traden toch enkele onverwachte problemen op.
Begonnen wordt met het monteren van hoogteroer en stabilo aan de romp. Voordat deze kunnen worden geplaatst  moeten ze eerst met de servo-verlengkabels in de romp worden verbonden. De servo van het richtingsroer heeft in de romp onder het kielvlak een plaats gekregen en moet nog met het richtingsroer worden verbonden. Deze zit los in de romp en de servokabel zit er “opgefromeld” onder en dus te hoog. Het was onmogelijk deze naar beneden in de romp te drukken waardoor het richtingsroer niet op zijn plaats kon worden gebracht. De koolstofbuis die de romp versterkt steekt te ver naar achteren waardoor er eenvoudig te weinig ruimte was om de kabels weg te kunnen werken. Uiteindelijk is met een handfrees, zogezegd  “met moed beleid en wanhoop”, intern wat materiaal verwijderd om voldoende ruimte te krijgen. Ter versterking van de verbinding worden kielvlak en romp nog door een extra kunststof vormstuk verbonden. Daarna is alles met een puntje hete lijm vastgezet. Voor het stabilo hetzelfde probleem! De servokabels voor het hoogteroer moeten heel precies opgevouwen worden om het hierin onder te kunnen brengen.
Beide stuurvlakken worden met één lange bout  op de romp vast getrokken en alles staat haaks. 

Vervolgens moeten de twee delen van de vleugel met elkaar worden verbonden. Door de getande uiteinden van de twee helften is het uitrichten van de vleugel eenvoudig. De vraag was echter of er wel of geen V-stelling moet worden meegegeven. De montagehandleiding geeft hierover geen informatie. De triplex vleugelverbinder heeft echter wel een lichte V-vorm van ongeveer twee graden en dit is als uitgangspunt aangehouden. Daar de getande verbinding vrij grof is heb ik hiervoor de licht schuimende polyeurethaanlijm gebruikt. In de vleugelkern worden nog twee kunststof bussen gelijmd voor de doorvoer van de bouten waarmee de vleugel op de romp wordt bevestigd. De bijgeleverde bouten bleken echter  ¼ “ Withworth (=6,35 mm) te zijn. Dus: even andere boutjes zoeken! Nadat de verbinding tot stand is gebracht worden onder en boven nog de vierkante CFK versterkingen die over de vleugelwortel lopen en de metalen verstevigingen van de randbogen aangebracht. Het pasmaken van alle delen vergt enig eenvoudig snij en buigwerk, maar dan past ook alles prima. De rolroer servo’s zijn reeds ingelijmd en voor het afronden van de vleugel behoeven alleen nog maar de verbindingen met de rolroeren te worden aangebracht. In de romp zijn hiertoe reeds de beide M6 flensmoeren aangebracht.

Het aanbrengen van de fraaie transfers op het Arcel materiaal bleek een groot probleem te zijn.  De lijm waarmee de zelfklevende transfers zijn voorzien blijkt niet goed aan Arcel te willen hechten. Alles is in het werk gesteld om dit voor elkaar te krijgen, maar zonder het gewenste resultaat. Als paardenmiddel heb ik o.a. , maar met beperkt succes, het spuitbusje Bison Lijmspray gebruikt. Echt mooi werd dit ook niet. Daarna de randen afgeplakt met Scott’s Magic tape. Plakt wel, niet fraai, gewoon lelijk!
De Parabolic heeft deze versiering echter wel nodig om zijn flitsend karakter te kunnen uitstralen.

Het opplakken van de transfers was een ware uitdaging. De voor de transfers gebruikte lijm hecht zeer slecht aan de Arcel. Dit is een bekend probleem dat bij dit materiaal en bij meerdere fabrikaten, ongeacht de er aangegeven fabrieksnaam, van toepassing is. De remedie is echter vrij simpel en traditioneel: gebruik de foliebout. Stel de zooltemperatuur in op ca. 120 'C . Bij deze temperatuur begint het smelttraject van de Arcel en de transfer vloeit als het ware in de ondergrond. De verbinding is zodanig hecht geworden dat zelf bij een breuk de transfer het materiaal bijeen houdt! (zie: "Een vervelende vlieg").

Dus maar weer eens met Robbe gemaild. Zij adviseerden om het met een strijkbout te proberen. Het risico hierbij is echter dat het onderliggende materiaal gaat vervormen en daardoor het middel erger kan zijn dan de kwaal. Maar omdat er niets anders op zat, toch maar geprobeerd. Met de foliebout stapje voor stapje de temperatuur opgeschroefd om de juiste waarde te vinden. Na enig proberen bleek  een zooltemperatuur van ca. 120 0C een goed resultaat op te leveren. Als de korrelstrictuur van het Arcel nog juist in de transfer te zien is, is de hechting perfect. Bij het strijken is het wel noodzakelijk om de bout niet stil te houden op de transfer, maar deze met vloeiende bewegingen  heen en weer te bewegen.

Het bevestigen van de transfers op romp en vleugels kan goed worden uitgevoerd door het op te strijken met een foliebout. Bij een zooltemperatuur van de bout van 120 graden Celcius Begint de EPP lichtjes te smelten en hecht dan goed aan de transfers. Blijf de folibout rustig heen en weer bewegen totdat de structuur van de ondergrond door de transfer heeb duidelijk zichtbaar wordt.

Balanceren, afstellen en controleren
Voordat het model de hobbyruimte verlaat dienen nog een aantal zaken te worden geïnstalleerd en/of afgesteld. Ook bij deze RTF en ARF modellen is dit een must en zeker bij deze lichte modellen is het optimaal instellen van de balans een voorwaarde voor goede vliegeigenschappen.
Ten eerste het zwaartepunt.  Het balanceren van de Parabolic vergt wel enige aandacht. Zelfs met de wat zwaardere ontvanger bleek hij staartlastig te zijn. Het zwaartepunt moet volgens het bouwvoorschrift tussen 75 en 85 mm van de vleugelvoorrand liggen. Bij een eerste test is het aan te bevelen om het zwaartepunt zo ver mogelijk naar voren te leggen. In de neus was daarom nog 35 tot 40 gram lood direct achter de motor nodig om het zwaartepunt op 75 mm van de vleugelvoorrand, dit is ter hoogte van de triplex vleugelverbinder, te krijgen. De neus helt dan 10 tot 20 graden omlaag en blijft dan in balans. Let er hierbij wel op dat de motorkabels goed vrij blijven lopen! Om het zwaartepunt  goed te kunnen instellen zijn in de handel handige balanceer opstellingen te verkrijgen. Hierna komt de balans om de langsas aan de orde. Leg het model op een vlakke ondergrond en controleer of het afwisselend stabiel op elk van de vleugeltippen wil blijven liggen. Herstel onbalans door loodkorreltjes in die vleugeltip te lijmen die steeds weer naar boven komt. Controleer vervolgens de afstelling van de roeren zoals in de tabel is weergegeven. Ook hiervoor is handige apparatuur in de handel verkrijgbaar. Het is zeker aan te bevelen om dit soort apparaten aan te schaffen want het kan, met name bij het invliegen, schade voorkomen!

Roeruitslagen en Expo instellingen
Boven (mm)
Onder (mm)
Expo (%, -)
Rolroer
20
12
50 -25
Hoogteroer
12
12
25
Richtingsroer
30
30
25

Bij het afstellen van de roeren doet zich echter het probleem voor dat met de bijgeleverde zender het verschil in de op en neergaande slag afzonderlijk niet is in te stellen. De zender heeft namelijk geen mogelijkheid om de slagbegrenzing of differentiatie in te stellen. De servo’s zijn ook al ingelijmd waardoor het verschil op mechanische wijze, namelijk door het verstellen van de servo arm, ook niet mogelijk is. De keuze ligt dan tussen een andere zender en ontvanger te nemen of de servo los te weken en de servo arm zo te verstellen dat deze in de opgaande beweging van de servo achter het bovenste draaipunt ligt.
Als deze keuze is gemaakt komt het controleren van de besturing aan de beurt. Meet eerst het stroomverbruik van alle servo’s tegelijk door de knuppels, als in een gesimuleerde vliegbeweging, gelijktijdig rond of heen en weer te bewegen. Vergelijk dit met het ampèrage  van de BEC regeling. Het verbruik mag hierbij niet hoger zijn dan de specificatie die de regelaar aangeeft.
Daarna komt de motor aan de beurt. Laat deze op de werkbank proefdraaien en meet , bijvoorbeeld met een gecombineerde spanning-,  stroom- en vermogensmeter het verbruik.  Test eerst op halve tot driekwart vermogen  en controleer de temperatuur van regelaar en accu tot de motor door de POS (Power-Off-Swich) automatisch wordt uitgeschakeld. Controleer of de besturing daarna nog goed functioneert. Indien dit alles in orde is doe dan een vollastproef en controleer of het stroomverbruik niet hoger is dan de specificaties van accu, regelaar en motor. Als alles daarna nog goed functioneert kan met een gerust hart aan de eerste echte start worden gedacht.

Vliegen
Zoals reeds gezegd is de XP4 een eenvoudige zender met heel beperkte instel mogelijkheden. Het heeft alleen op elk kanaal een “servo reverse” instelling via schakelaars. Dit lijkt in dit geval nu juist overbodig omdat op dit punt alle instellingen al in de constructie zijn afgestemd.  Op het veld kan de Parabolic snel vliegklaar worden gemaakt en wie over een voldoende grote achterbak beschikt kan de Parabolic compleet gemonteerd vervoeren. Met twee M6 kunststof schroeven wordt de vleugel op de romp gemonteerd, vervolgens worden de kabels van de rolroeren door de romp getrokken en op de ontvanger aangesloten. Alleen dat doorvoeren van de rolroerkabels door de romp is een beetje lastig. Dan de accu plaatsen en het model is startklaar als eerst door de regelaar "Ode an die Freude" van Ludwich von Beethoven ten gehore is gebracht kan het feest beginnen.   Hiervoor heb ik een draadhaakje gemaakt die eerst vanuit de cockpit naar de opening in de romp wordt gestoken en daar de beide draden oppikt om ze vervolgens naar de cockpit te kunnen trekken.
Na de reikwijdte test zijn alle controles uitgevoerd en kan worden gestart. Door de lage vleugelbelasting kan het model gemakkelijk uit de hand worden gestart. Met een zetje en tegen de wind in loopt hij als het ware vanzelf uit de hand. De trekkracht van de motor is in staat om hem vervolgens onder een steile hoek, bijna verticaal, omhoog te trekken. De reactie op de roeruitslagen zijn zeer direct en de bochten worden wat hoekig aang
esneden. Bij de eerste vluchten is het daarom ook aan te raden om 25 tot 50%  EXPO  in te stellen. Het uiteindelijke percentage is een kwestie van smaak van de piloot zelf en wordt uit ervaring bepaald.

De Parabolic vroeg in de nog nevelige ochtend. Met de standaard aandrijving zijn dan nog vele minuten te vliegen. Het model is ideaal om er in het vlakke land in je eentje mee te vliegen.

Ne vele starts en landingen en vele uren vliegen is een goed beeld gekregen van de prestaties van de Parabolic. Het lijkt overbodig gezegd, maar het is uiterst belangrijk dat alles op model en zender perfect is ingesteld. Helaas is dit met de bijgeleverde eenvoudige zender niet goed mogelijk. Met functies als "Flapperon", "Differential", "Expo", "Airbreake" en combinaties hiervan is er veel meet uit de Parabolic te halen. Het vliegbeeld van de Parabolic komt overeen met zijn vormgeving: uitdagend elegant. Het is geen racemonster, maar loopings, rollen, een Cubaanse acht, met of zonder motorondersteuning, het kan allemaal. Op de motor in rugvlucht nog klimmen, geen probleem. In combinatie met het richtingsroer, al dan niet via een (niet bijgeleverde) zender voorgeprogrammeerd, zijn zeer krappe bewegingen mogelijk, hij kan bijna om zijn topas draaien. De bijgeleverde zender beperkt helaas de combinatie mogelijkheden die de Parabolic in zich verenigd. Bijvoorbeeld het gebruik van de rolroeren, die elk met een eigen servo worden aangestuurd, als landingskleppen te gebruiken (Flapperon en Crow mixer). De Parabolic zweeft bij de landing, zeker als er weinig wind staat, door het grondeffect lang door. De computerzender brengt hier ook de oplossing door de “air-brake” mode in de stellen.
Beperking voor het herladen van de accu is dat met de meegeleverde 12 V lader de laadtijd ongeveer 90 minuten bedraagt. Om op een middag meerdere vluchten te kunnen maken is het noodzakelijk om over een tweede of derde accu te beschikken.

Het fotografisch meten van de vliegsnelheid. Door een fotoserie te maken met de digitale camera kan een redelijke indruk worden gekregen van de vliegsnelheid. Bovenstaande vier foto's zijn gemaakt met een opname snelheid van drie beeldjes per seconde. Tussen het beeldje rechts en links l;igt dus een tijd van 1,33 sec. De afstand, gemeten over de grond is ongeveer 25 meter. Dat is dus 18,8 m/sec. of wel 67 km/h. Het is natuurlijk geen exacte meting, maar wel leuk om te doen.

Conclusie
De Parabolic is een fraai ogend model dat door zijn vormgeving iedere liefhebber van middelgrote zwevers zal aanspreken, niet in de laatste plaats omdat de complete set een aantrekkelijke instapprijs heeft. Het RTF  pakket is op de accu’s voor de zender na geheel compleet en er hoeft verder niets te worden bijgekocht.
Gaan we er bij RTF- en ARF-modellen echter van uit dat het vrijdagkoopavond kopen en zondag vliegen is, dan komen we er met dit model wel een “beetje” bedrogen uit. Er waren enkele slordigheden en onhebbelijkheden die het snelle in gebruik nemen belemmerden. Met name het opplakken van de transfers. Het wilde op de voorgeschreven wijze echt niet lukken. Als uiterst redmiddel moest de foliebout er aan te pas komen om een acceptabel resultaat te krijgen. Uiteindelijk wordt een model wel op zijn vliegprestaties beoordeeld, maar de Parabolic heeft meer “smoel” als de transfers er netjes op zitten.
Op het vlak van de vliegprestaties beantwoord de Parabolic zeker aan dat wat je van een dergelijk model mag verwachten. Echter, de mogelijkheden die in het model zitten kunnen met de in de RTF-kit mee geleverde XS-4 /RXS-4 zender/ontvanger niet ten volle worden benut. De XS-4 is geen computerzender en heeft alleen maar een reverse-schakeling en geen mengfuncties. Voor diegenen die al over een computerzender met mengfuncties beschikken is het dan ook aan te raden om een ARF- of Basic-kit te kopen. De mogelijkheden die de Parabolic in zich bergt kunnen dan volledig worden benut.
Iedere koper heeft het recht om op schrift volledig over het product en de gebruiksmogelijkheden te worden aandrijf en besturingscomponenten in de verpakking aanwezig. Robbe verwijst hiervoor naar hun website, maar helaas daar kon ik de gewenste informatie ook niet vinden. Henry Ford had dezelfde instelling bij zijn.

Technische gegevens Parabolic
Spanwijdte
1510 mm
Romplengte
1000 mm
Vleugeloppervlak
30 dm2
Vleugelbelasting
22,2 g/dm2
Vlieggewicht
665 gram
Zwaartepunt
75 - 80 mm vanaf neuslijst
V-stelling
ca. 20 (niet aangegeven)
Instelhoekverschil
20
Propeller
9,8 x 5
Spinner
ja
Motor
Buitenloper
Regelaar
BL-speed-controler
18 A, BEC 5V/2A
Accu
LiPo 3S, 1050 mAh
max. belasting 15A
Stroom verbruik BEC
0,9 A
Stroomverbruik motor (volgas)
13 A

Een vervelende vlieg.
Dat op de zomeravonden, en vooral bij mooi vliegweer, allerhande insecten ook nog actief zijn, dat weet iedere modelpiloot. Ze zijn hinderlijk, kruipen achter je bril of in je oren en kunnen venijnig prikken. Met volle concentratie op je model is het lastig om ze van je af te houden, maar dat dit tot een crash van een model kan leiden overkwam mij.
Een vervelend insect, of insecten, zaten, kort nadat ik de Parabolic had gelanceerd, om mijn  hoofd te cirkelen. Slaan of wrijven in de richting of op de plaats van het ongemak had niet het gewenste resultaat waardoor de irritatie toenam. Toen één van de beesten dacht mijn oor van binnen te moeten inspecteren trachtte ik dit met een ferme tik te moeten verhinderen. Pets …. , mijn hand schoot door en raakte ook de zender. Toen ik opkeek om de Parabolic te volgen maakte deze spiraalvormige bewegingen. Snel de knuppels weer in de vingers, maar helaas: niets hielp! De Parabolic spiraalde met toenemende vaart richting aarde en verdween uit het gezicht in, naar ik dacht, het aangrenzende aardappelveld. Snel de zender op de grond gezet, en op dat moment wordt mij duidelijk dat het display, zo gezegd “dood” is.  Schakelaar gecontroleerd, maar deze stond op “aan” en ook na een paar keer “aan”en “uit” bleef de situatie zoals het was. Toen herinnerde ik mij de tik op de zender en jawel, naar weer een ferme tik zat er weer leven in! Nog een paar tikken en de zaak lag weer plat en bij herhaling kon de zender telkens “aan” en “uit” worden getikt. De verdenking van een slecht contact van de batterijhouder in de zender lag voor de hand.
De zoektocht in het aardappelveld naar de Parabolic leverde aanvankelijk niets op, tot ik in de slootswal iets wits ontdekte.  Jawel, het was de Parabolic die met zijn neus in de zachte klei vlak boven de waterlijn was gedoken. Met enige moeite kon deze er weer uit worden getrokken en toen bleek dat hij zeker  zo’n vijftien centimeter in de klei was gedoken. De schade viel naar omstandigheden mee: de romp was gekreukeld, maar de propeller en de motor leken in orde, alleen de accu das door de klap tegen de achterkant van de motor gedrukt en ingedeukt en kon ook worden afgeschreven, maar de vleugel en het staartgedeelte met de servo’s waren in orde.
Nader onderzoek wees uit dat de klemming van de batterijen (8 cellen NiMh AA Mignon) in combinatie met enige vervuiling de oorzaak van de storing was. Na alles schoon gemaakt te hebben en de klemmen iets aangezet functioneert het prima.

Het gevolg van een lastig vliegje in het oor.

Wat valt hieruit te leren?
Ten eerste dit: last van vliegen zullen we altijd hebben, daaraan is niet te ontkomen.
Ten tweede: het gebruik van losse batterijen of accu’s in zenders brengt risico’s met zich. Op vele velden is het dan ook niet toegestaan om hiermee te vliegen. Het gebruik van gesoldeerde accu’s is daar verplicht. Helaas zijn er vele zenders in de lage en middenklasse waar het gebruik van losse cellen eenvoudig niet anders kan. Controleer dan regelmatig de contacten. (Tik desnoods even stevig op de zender).
Ten derde: zelfs een vlieg bevestigt de wet van Murphy.

adverteren | contact | © 2007