Hunter 400 van Robbe | Uitgebreide beschrijving

Een "look alike"

Bouwdoos Hunter 400

De Hunter 400 is een volstyropor model, in werkelijkheid veel slanker en eleganter dan de foto's in de brochure doen vermoeden. Het model heeft een spanwijdte van slechts 720 mm en dus geschikt om in een kofferbak mee te nemen. De grote delen zijn in vorm geschuimd polystyreen van een fijne structuur en een mooi glad oppervlak.Vleugel en romp zijn één geheel. Kielvlak en hoogteroer behoeven alleen nog maar gemonteerd te worden. Het model is leverbaar in twee uitvoeringen. De ene met de beschildering van de "Thunderbirds" de andere in de kleuren van de "Blue Angels". Het totale pakket omvat slechts 5 grote, 43 kleine onderdelen, een blad met decalIs en de bouwbeschrijving/gebruiksaanwijzing.

De Hunter 400 van Robbe is als model een beetje een kruising tussen de Hawker Hunter en de F16.

Bij de bouwdoos wordt standaard met een Speed 400 elektromotor geleverd. Deze kan worden aangesloten op een 18 ampère BEC-regelaar, (RSC 819 IJP) en een standaard accuset van zeven NiMh Sub C. cellen van 1100 mAh. Voor de flitsende vliegers kan het model worden uitgerust met een electromotor Power 410/12 in verbinding met een 36 ampère BEC-regelaar (RSC 836 IJP) en een tien cellige accuset. Doordat de accu’s bepalend zijn voor de ligging van het zwaartepunt is het niet zo geschikt om LiPo’s te gaan gebruiken, tenzij een vrachtje lood in de neus wordt geplaatst.

Voor de besturing heeft men de keuze uit twee systemen: de delta mixer of elevon- en de rolroer uitvoering. Bij de elevon uitvoering wordt het pendelhoogteroer via twee servo's aangestuurd waarbij het zowel de hoogteroer- als de rolroerfunctie vervult. In dit geval moet een zender gebruikt worden die over een zogenaamde V-tail of elevon menger beschikt. In de rolroer uitvoering wordt het pendelhoogteroer door één servo aangestuurd en de rolroeren door twee aparte in de vleugel geplaatste servo's. Het kleinmateriaal voor beide uitvoeringen is in het pakket inbegrepen. Omdat ik dit soort modellen ook graag zie als instapmodel heb ik voor de aandrijving de standaard vorm gekozen en voor de besturing de elevon uitvoering.

Bouwen

Om een goed oordeel te kunnen geven over de kwaliteit van de bouwdoos ben ik er van uitgegaan dat het exact volgen van de bouwbeschrijving en gebruiksaanwijzing probleemloos het gewenste resultaat geeft. Het is onderverdeeld in vijf fasen: pendel hoogteroer, besturing, rolroeren, aandrijving, cockpit- en propeller montage. Robbe heeft voor de bouwbeschrijving gekozen voor het systeem van "praatje en plaatje" in het Duits, Frans en Engels. Hierdoor is de tekst wat summier en de foto's (tekeningen) zijn niet al te duidelijk waardoor het voor een onervaren bouwer soms wat moeilijk kan zijn.

Het bouwen begint met het monteren van het pendelhoogteroer. Hiervoor moet met een rattenstaartje een doorvoering worden gemaakt van de ene zijde naar de andere. De uitsparing waarin later de kunststof lagerbus wordt gelijmd helpt hierbij goed om dit op de juiste plaats aan te brengen. In het midden van de romp zit nog een rug die ook doorboord moet worden. Om dit op de goede plaats aan te brengen heb ik het buisje waarmee de twee lagerbussen worden opgelijnd eerst voorzien van een vertanding door hierin sleuven te vijlen. Via één van de lagerbussen kan het gat dan op precies de juiste plaats worden aangebracht.

Bij het plaatsen van de roerheveltjes deed zich een onnozel probleem voor. Eén van de inserts (madenschraube M 3,5 x 3) was niet voorzien van het zo noodzakelijke schroevendraaier sleufje en omdat deze zeldzame afmeting niet een standaard maat is en dus niet in mijn voorrad "piefje, pafjes en poefje" voorkwam, en ook niet even bij de modelbouwzaak noch de ijzerwaren handel was op te halen en zelfs niet als reserve onderdeel in de Robbe catalogus voorkomt, zat ik alras met het probleem dat ik niet verder kon. Dan maar een fax aan Robbe en jawel binnen vijf dagen had ik de vervangende onderdelen in huis. Prima service dus! Het gezoek leverde echter wel een bouwstop van drie weken op.

De opstelling van de motor met drukpropeller. (Foto's : Detlev Koch)

Ondertussen had ik mijn voorraadje servo's geraadpleegd, maar de kleine versie die in de Hunter past had ik niet. Het geluk wilde dat mijn modelbouw leverancier juist een zeer aantrekkelijke aanbieding van deze minietjes had. Dus maar snel halen. Helaas, juist uitverkocht! "Ze zijn in bestelling en ze zullen er de volgende week wel zijn".

Ondertussen bleek zich bij het passen van de goede roerheveltjes een ander euvel voor te doen. Volgens de gebruiksaanwijzing moeten bij de montage van de roerheveltjes het pendel hoogteroer 90' naar beneden gedraaid worden waarbij de heveltjes plat op de bodem liggen. Helaas blijkt dan bij het terugdraaien van het pendel hoogteroer in de neutrale stand dat de roerheveltjes tegen de motor aan lopen. De enige oplossing die ik hiervoor kon bedenken was om het pendel hoogteroer geen 90', maar ongeveer 80' te verdraaien. Dit heeft echter tot gevolg dat er een enigszins asymmetrische aansturing ontstaat. Gelukkig zijn de roerbewegingen klein waardoor er niet te veel problemen zijn opgetreden.
De bevestiging van de motor is vrij simpel. Men dient er hierbij echter wel op te letten dat er voldoende lucht langs de motor kan stromen. Merkwaardig hierbij is dat de bevestigingsplaat de koelgaten in de motor geheel afsluit. Omdat ik dit niet vertrouwde heb ik toch maat een paar sleufjes in de afdekplaat aangebracht.

De motor is standaard voorzien van aansluitsnoeren die echter veel te kort zijn om het instrumenten compartiment vóór de vleugel te bereiken. Op foto's in de bouwbeschrijving wordt er van uitgegaan dat een mini vliegregelaar wordt toegepast zoals de RSC 105 /JP, die in het afgesloten deel onder de rugvin wordt geplaatst. Dit is echter geen logische voorstelling van zaken. Deze regelaar is slechts geschikt voor een belasting van 5 ampère continu, terwijl een Power 400/35 motor een maximale stroomopname heeft van 9 ampère en bij kruissnelheid nog 4,5 ampère. In de bouwbeschrijving wordt overigens ook een regelaar van 10 ampère geadviseerd. Ik heb daar om besloten om de RSC 118 /JP toe te passen. Dit betekent echter dat de regelaar niet in de romp maar vóór de vleugel moet worden geplaatst waardoor de stroomkabels moeten worden verlengd, ook omdat ik de mogelijkheid wilde behouden om later nog met de sterkere Power Plus 410/12 motor te kunnen vliegen die een regelaar van minstens 20 ampère nodig heeft. Bovendien ben ik niet erg gecharmeerd van onbereikbare inbouw van belangrijke besturingsonderdelen, zeker niet als je van plan bent om de mogelijke varianten uit te proberen.

Mede door het gebrek aan de kleine servo's voor de rolroeren is eerst de elevon besturing toegepast, ook omdat dit in combinatie met een pendel hoogteroer niet veel voor komt. Hierbij is het noodzakelijk dat de stuurstangen elkaar kruisen. De noodzaak hiertoe wordt echter in de gebruiksaanwijzing in het geheel niet genoemd. Daar het kruisen van de stangen in de romp ook niet voorzien is heb ik dit probleem opgelost door de kruising uit te voeren met een paar in Z-vorm gebogen stangetjes. Met een zeven cellige gestapeld opgebolNllde accu in de neus is het besturingscompartiment goed gevuld. (foto 6) en bleek ook het zwaartepunt nog op de goede plaats te liggen.
Het functioneel maken van de rolroeren gebeurt overigens op de traditionele wijze. De twee stuurstangen voor het pendel hoogteroer worden dan in het cockpitcompartiment middels een mee geleverd Z-stangetje aan elkaar gekoppeld. Deze servo's zijn echter wat aan de grote kant en dus moest er wat styropor verwijderd worden.

Vliegen

Het grote voordeel van dit soort kofferbak modellen is dat je helemaal in “je uppie" kunt gaan vliegen en de Hunter 400 past zelfs nog in een kofferbak met een grote gastank. Een paar accu's het laadapparaat op de aansteker, je zender, het vliegtuig en je kunt de wei in.

Zoekplaatje, zoek de verschillen? Nee, gewoon de handstart van de Hunter 400. Het model is klein, past zo in de kofferbak en is dus gemakkelijk mee te nemen om "even ergens te gaan vliegen". (Let wel, toestemming van de landeigenaar of boer is wel nodig). Het is een klein model en een flinke zet is nodig om het de eerste meters in de lucht te houden.

De gebruiksaanwijzing geeft aan dat men voor het invliegen een niet al te winderige dag moet uitzoeken. Helaas heeft men deze dagen niet voor het uitkiezen. Nu wil het wel eens voorkomen dat het in de heel vroege ochtend rustig is in de lucht, dus de volgende dagen de wekker op vijf uur gezet. Na drie dagen het toch maar eens proberen. Reeën, hazen en scholeksters hadden kennelijk nog niet op mijn komst gerekend, want meer dan anders kwam ik ze tegen. Toch bleek achteraf dat dit model best met een briesje gevlogen kan worden.
Daar stond ik dan de vroege zondagochtend, alles nogmaals getest en de bekende spanning werd voelbaar. De reikwijdte van mijn ontvanger wordt aangegeven met 500 ft. (130 meter). Dit lijkt niet veel, maar voor een dergelijk klein model moet je echt niet op een nog grotere afstand gaan vliegen. Eerst maar eens de ontvanger testen met de ingeschoven antenne en het toestel op 1 meter hoogte moet de besturing de besturing zonder haperen goed functioneren en geen ongecontroleerde bewegingen maken.

Alles leek nu wel betrouwbaar te functioneren! Dan maar starten. In de rechterhand de stuurknuppel en in de linker gestrekte arm de Hunter, een flinke zwiep en daar ging hij. Maar na een lichte daling om snelheid te winnen volgde ondanks voldoende "up", geen stijging. Ook bij de volgende starts lukte het niet. Thuis alle instellingen nog eens gecontroleerd en na enig nadenken was het probleem duidelijk. Volgens het bouwvoorschrift had ik het pendel hoogteroer in de lengte-as van het model geplaatst. Dit vleugelprofiel is nagenoeg symmetrisch en bij een pendelhoogteroer bepaalt deze de instelhoek van de vleugel en daarmee de lift. Ik heb het ongeveer twee graden "up" (klinkt onlogisch) gegeven. De aanwijzing in de bouwbeschrijving was dus niet correct en men dient dus proefondervindelijk vast te stellen hoe de instellingen moeten worden.

De volgende ochtend weer vroeg op! Uit voorzorg een beetje extra "up" getrimd, een ferme zwiep en horizontaal verdwijnt de Hunter 400 om geleidelijk snelheid en hoogte op te nemen. Iets "gas" terugnemen en op voldoende hoogte een vlakke linker bocht inzetten, dan terug voor een rechterbocht, weer terug en de vlakke acht is compleet. De gebruiksaanwijzing geeft aan dat het model ruim gevlogen moet worden. Dit is een advies dat ik niet wilde veronachtzamen, want zoals ik ook met mijn andere styropor modellen heb gemerkt worden ze iets neuslastig in krappe bochten en dit kan voor onervaren vliegers nerveuze situaties opleveren, vooral als je nog laag bij de grond zit!. De Hunter 400 echter blijft prachtig vlak en stabiel zijn bochtjes draaien zonder enige onaangename verrassing. Nauwelijks was het model in de lucht of een scholekster zag het al als een gevaarlijke vijand en begon de aanval. Ondanks mijn verwoede pogingen om de vogel af te schudden moet ik bekennen dat de Hunter 400 het qua wendbaarheid toch moest afleggen tegen zijn gevederde "vijanden". Na ongeveer drie minuten hoorde ik het toerental afzwakken en om niet verrast te worden door het plotseling uitschakelen van de motor door de BEC besloot ik maar direct te landen. Neus in de wind en behoedzaam sturen. De Hunter 400 daalde stabiel en gelijkmatig en lag kort voor mijn voeten en het nog natte gras. Accu gewisseld en nog een vluchtje gemaakt. De elevon besturing doet het boven verwachting goed en het is een genot om het prachtige vliegbeeld te aanschouwen.
Inmiddels was het zeven uur (in de ochtend) geworden en de wind wakkerde al weer stevig aan en ik besloot om het hierbij vooreerst te laten en gunstiger weersomstandigheden af te wachten. Over twee dagen moest het verhaal met foto's op de redactie liggen, de tijd is krap geworden.

Afsluiting

Het gaat niet altijd goed. De wet van Murphy gaat ook op voor modelvliegers. De foto links laat een afgebroken boutje zien van een kwiklink waardoor één van de rolroeren niet meer functioneerde. Het gevolg was een onzachte aanraking met moeder aarde en een gebroken neus. Ja, en wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht. En toch, na een paar dagen plakwerk kon de Hunter weer vliegen als van ouds. Een groot voordeel van de z.g.n. "schuimpjes".

Waar meet je de kwaliteit van een model aan af? Ik ben zeer geneigd om dit te vergelijken met dat wat in de brochure van de fabrikant wordt beloofd en dat klopt aardig. De Hunter 400 is een vlot uitziend ARF funmodel in jet-look, eleganter dan de foto's in de brochure laten zien.
De grote styropor onderdelen zijn zuiver gevormd en van een gladde spuitlaag voorzien die niet gemakkelijk beschadigd. De passing van de onderdelen is goed en het geheel ziet er strak uit. De bouwbeschrijving is helaas niet in het Nederlands, geeft te weinig specifieke informatie en de foto's kunnen absoluut duidelijker. Bij het inbouwen van de besturing en aandrijving komen de in de tekst al genoemde slordigheden aan het licht, vooral die in de omgeving van de motor. Het inbouwcompartiment is zodanig uitgevoerd dat heel specifieke modules moeten worden toegepast. Dit biedt te weinig flexibiliteit voor het toepassen van andere, reeds beschikbare, componenten. Daar wij als modelbouwers toch meestal lijden aan de ziekte die chronisch geldgebrek heet maak je hiervan bij voorkeur gebruik. Hierbij mag niet uit het oog worden verloren dat de componenten voor de besturing (exclusief zender en ontvanger) drie maal zoveel kosten als de bouwdoos zelf! Zonder wijziging van de uitsparingen voor de besturingscomponenten in het model is de inbouw van andere componenten zeer beperkt.

Door de compacte afmetingen kan het model in iedere (kleine) auto worden meegenomen. Daar het model uit één stuk bestaat vervalt de montage op het vliegterrein hetgeen voor de

gelegenheidsvlieger een groot voordeel is. De Hunter 400 is absoluut geen "all-weather-model", maar heeft met de elevon besturing bij rustig weer een betrouwbaar en stabiel vlieggedrag en je kunt er in stijl landingen mee uitvoeren. De vliegduur met een 500 mAh accuset is, afhankelijk vliegstijl en thermiek, drie tot zes minuten.

Ik heb mij hierbij afgevraagd welke doelgroep Robbe op het oog heeft met dit model. Het model vraagt van de bouwer meer ervaring en inzicht dan een beginner in zijn mars heeft. Een ervaren modelbouwer zal het daarentegen snel als een speeltje zien, maar er is een zekere middenklasse, de "fun­pilot", die aan dit model best veel plezier zal beleven. De Hunter 400 is een F16-achtig styropormodel dat over zeer goede vliegeigenschappen beschikt en je in de verleiding brengt om het te bouwen en te vliegen. En wat is het mooiste van de verleiding? Juist: er aan toe geven! Terug ...

adverteren | contact | © 2007