|
|
 |
|
De Fun-Fly van Graupner.
|
Het model
De ontwikkeling van kleine accu’s en elektromotoren is revolutionair en dit geldt niet alleen voor de technische ontwikkelingen, maar ook voor de prijs. Momenteel zijn er kleine modellen, compleet met zender, ontvanger, en alles wat er bij hoort op de markt voor enkele tientallen Euro’s. Klaar om mee te vliegen. De Fun-Fly van Graupner is zo’n modelletje. Een elektrisch aangedreven modelvliegtuigje dat zowel binnen als en met een zacht windje ook buiten gevlogen kan worden. Het model wordt geleverd met een twee kanaals zender en in het model zelf is de vliegaccu, ontvanger en de besturing al ingebouwd.
Graupner stelt dat het model geschikt is voor kinderen van een jaar of veertien om er zelfstandig mee te kunnen vliegen of voor jongere kinderen om er onder toezicht mee aan de slag te gaan. Het modelletje is daarom vervaardigd van het flexibele EPP en mede door zijn geringe gewicht nauwelijks stuk te vliegen. Hoewel het model een CE-keurmerk heeft met conformiteitsverklaring en het daarmee als een veilig en aan de telecommunicatie voorschriften voldoend model is, wijst Graupner er terecht op dat zelfs dit lichte modelletje geen normaal speelgoedje is en dat daarom de veiligheidsvoorschriften in acht genomen moeten worden.
De besturing werkt op de 27 MHz-band en deze band is niet, zoals voor de 35 MHz-band wel geld, uitsluitend bestemd voor het modelvliegen. De storingsgevoeligheid door andere zenders (bakkies) valt daarom niet uit te sluiten. Jammer, er zijn momenteel betere oplossingen mogelijk!
Laden van de vliegaccu
 |
 |
|
Het laden van de vliegaccu gebeurt vanuit de zender. Het laadkabeltje wordt onder een afdekkapje in de zender opgeborgen. Het opladen duurt ongeveer tien minuten.
|
Om te gaan vliegen zijn weinig handelingen nodig. De zes meegeleverde batterijen in de zender plaatsen, vliegaccu vanuit de zender eventjes opladen en: “rerady to fly”. Controleer allereerst of de zender en ontvanger op hetzelfde kanaal (A – A) of (B – B) zitten en schroef de telescoopantenne op de zender.
Om te kunnen vliegen is dus slechts het laden van de accu vanuit de zender noodzakelijk. Zorg er dus voor dat de batterijen in de zender nog vers genoeg zijn. Zet de schuifschakelaar van de zender op “ON”. De rode LED zal nu gaan oplichten. Open het kapje op de zender waaronder de laadkabel zit en verbind deze met het laadcontact aan de onderzijde van het model. De schakelaar op het model moet hierbij op “OFF” staan. Bekijk van tevoren goed hoe de stekker in dit contact geplaatst moet worden, want de pennen zijn dun en kwetsbaar. Steek de stekker er met gevoel in. Op de zender zal nu de groene LED gaan branden. Laat de verbinding in stand tot de groene LED uit gaat en verbreek daarna de verbinding. De Fun-Fly is nu opgeladen en klaar om mee te kunnen gaan vliegen.
Let er op dat de antenne goed vastgeschroefd op de zender is gemonteerd. Een los bevestigde antenne kan een wankel contact opleveren die stroringen bij het vliegen veroorzaakt.
 |
|
Zenderfuncties
|
Vliegen
De Fun-Fly is zowel geschikt voor het vliegen binnen als buiten. Indien een voldoend grote hal beschikbaar is kan zonder problemen met de eerste testvluchten of vliegoefeningen worden begonnen. Bedenk echter wel dat ook bij dit model de kunst van het vliegen met modelvliegtuigen beheerst moet worden. Heb je helemaal geen ervaring laat het model dan eerst door een ervaren modelpiloot invliegen. Deze kan je vervolgens op weg helpen met het zelf vliegen. Vrees echter ook niet dat het model bij de eerste de beste aanraking met een wand of de grond beschadigd zal worden. De Fun-Fly kan heel wat doorstaan!
Ga je eerst buiten vliegen kies dan voor de eerste vliegoefeningen bij voorkeur een grasveld met afmetingen van een half voetbalveld en het gras mag best een beetje hoog zijn. De wind mag niet te sterk zijn, bij voorkeur niet meer dan windkracht 2.
Het vliegen begint met het inschakelen van de zender door de schuifschakelaar op “ON” te zetten. De gasknuppel blijft voorlopig nog even in de “OFF” positie staan, d.w.z. naar je toe. Zet vervolgens de schakelaar op het model ook in de “ON” positie. De lichtjes op de vleugeltips gaan nu aan en uit. Dit is het teken dat het systeem is ingeschakeld en functioneert.
De grip aan de onderzijde van het model is lastig en de hand komt gemakkelijk in contact met de propellers. Dit euvel wordt verholpen door een balsa greepje onder de romp te lijmen.
Het echte vliegen kan nu beginnen. Druk de gasknuppel naar voren en hou deze halverwege vast. Beide motoren zijn nu gaan draaien en je voelt de trekkracht van de propellers. Werp het model nu met een lichte zet tegen de wind in een rechte lijn en horizontaal naar voren. Ga je een zwaaiende beweging maken dat gaat hij ongerroepelijk in een oncontroleerbare bocht. Gooi het vooral niet omhoog! Indien alles optimaal is afgesteld zal de Fun-Fly onder een hoek van 5° tot 10° gaan klimmen. Gebruik voor richtingscorrecties de trimschakelaar op de zender om de richting te corrigeren. Geef het model de gelegenheid om in een rechte lijn tot een veilige hoogte van 15 tot 20 meter te klimmen om vervolgens de eerste bocht te maken. Indien het model niet horizontaal weg vliegt, maar z.g.n. “pompt” (direct de neus omhoog en vervolgens oncontroleerbaar naar benden) of meteen de neus omlaag steekt dan moet het stabilo iets worden bijgesteld. In het eerste geval moet het stabilo aan de achterzijde iets naar beneden gebogen worden en indien het meteen de neus laat zakken moet het iets omhoog gebogen worden(zie hiervoor verder de gebruiksaanwijzing).
Opm.: Het schatten van de hoogte is vaak moeilijk, daarom een kleine tip. Als je je hoofd achterover in de nek legt kijk je met een hoek van ongeveer 45° omhoog. Zie je het model dan recht voor je uit dan is de hoogte gelijk aan de afstand. Markeer op het veld de gewenste hoogte door op deze afstand een duidelijk zichtbaar voorwerp (vlaggetje, pilon, jas, o.i.d.) neer te leggen. Als het model hierboven vliegt is het op de gewenste hoogte. Toegegeven: het is geen zuivere meting, maar wel een bruikbare indicatie.
 |
|
Mogelijke vluchtbewegingen bij de start. De stabiliteit van het model kan enigszins worden bijgesteld door het, overigens vastzittende stabilo te verstellen. Dit gaat overigens beter indien deze een stukje wordt losgesneden. Met een speld kan dan de positie worden ingesteld en indien dit in orde is kan het een druppeltje lijn (polyurethaanlijm of dikke secondenlijm, eerst uitproberen) worden vastgezet.
1. Juiste afstelling
2. Model raakt overtrokken > stabilo ietsje omlaag
3. Model is neuslastig > stabilo ietsje omhoog.
|
Na het bewegen van de knuppel zal het model met een korte vertraging zichtbaar reageren. De knuppelbewegingen moeten vooral rustig en beperkt zijn. Wacht het resultaat van de knuppelbeweging even af, want een overreactie kan het model snel in een onstabiele positie brengen waarbij het, vooral bij onervaren piloten, moeilijk weer kan worden gecontroleerd om het in de stabiele vliegsituatie terug te brengen. Vaak wordt impulsief met een tegengestelde heftige reactie gereageerd waardoor het model in een tegenovergestelde onstabiele positie geraakt.
Veel beter is het in een dergelijke situatie om de rechter knuppel even los te laten. Het model, dat propeller meegeleverd. Het is echter aan te raden om wat propelleretjes op voorraad te hebben.
Conclusie
De Fun-Fly is een leukmodelletje om de jeugd op jonge leeftijd al iets van het (model)vliegen bij te brengen. Motto zou kunnen zijn: "Vliegen ervaren en talent ontwikkelen".
De Fun-Fly is een echte lichtgewicht en het vliegen kan daardoor alleen maar binnen of bij echt windstil weer. Dit beperkt dus wel de bruikbaarheid.
De prijs is echter zodanig aantrekkelijk dat een enthousiaste "modelvliegopa" er zijn kleinzoon mee kan verrassen.
 |
De Fun-Fly, een compleet en leuk modelletje om mee te stoeien tegen een fluweel zacht prijsje.
|
|
|