Easy Glider electric van Multiplex | uitgebreide beschrijving

Romp samenstellen
Ten eerste iets over het lijmen van de onderdelen. Multiplex schrijft het gebruik voor van dikvloeibare cyanoacrylaat lijm (=secondenlijm) al dan niet met versneller. Secondenlijm is zeer geschikt voor het verlijmen van kleine oppervlakken, maar als het om het lijmen van grote vlakken gaat kan dit een probleem opleveren zeker als deze vlakken ook nog verscholen in de constructie liggen. Contact = vast, en als er iets niet goed zit dan valt er niets meer te redden. Elapor® kan niet worden gelijmd met witte houtlijm of epoxylijm. Dit hecht slechts oppervlakkig aan de Elapor® en bij een schokbelasting kan het loslaten. Om in alle rust te kunnen werken is tegen het bouwadvies in niet de voorgeschreven lijm gebruikt, maar voor de eerste verbinding polyurethaan lijm dat wel aan Elapor® hecht. Het is bovendien een ietsje schuimend en heeft een uithardingstijd van een paar uur en dat biedt de mogelijkheid om grote vlakken, zoals de romp, tijdens het uitharden zo nodig nog wat te corrigeren. Daarna heb ik in de naden nog dunne secondenlijm laten vloeien. Tot nu toe is in de praktijk gebleken dat dit geen enkel probleem oplevert!  Algemeen advies bij de bouw: bevestig zo veel mogelijk onderdelen in de romphelften voordat deze worden samengevoegd.

Aan de randen van de Elapor® onderdelen zitten nog wat rafels van de spuitmal die met een schuurplankje met schuurpapier (200) verwijderd kunnen worden.

De aandrijvingsset. A. de Speed 400 elektromotor; B. de 1:3 vertraging; C. de spinner; D. de propellerbladen en C. de asjes van de propeller bladen. (links). De hoofdonderdelen (midden). De set kleine onderdelen.

De bouw begint met het in de rompdelen inlijmen van de buitenmantels voor hoogte- en richtingsroer en de antenne doorvoer. Deze drie kabelmantels geven bovendien een extra, en na later blijkt zeer noodzakelijke, stijfheid aan de romp. Om het zwaartepunt goed te kunnen leggen wordt een kogeltje meegeleverd dat in de staart wordt ingelijmd. Verder moet de motorvergrendeling ook worden ingelijmd. Volgens de bouwbeschrijving moeten voordien ook de servo’s worden aangebracht. Een eenvoudige en snelle methode van het bevestigen van besturings- en aandrijvingscomponenten is het lijmen. Dit levert echter het probleem op dat vervanging van onderdelen het model beschadigen en dat een ander (tweede)gebruik niet meer mogelijk is. Soms is het niet te vermijden, maar onderzoek ook eerst andere mogelijkheden, bijvoorbeeld door het gebruik van speciale servo bevestigers. Een oplossing met het plugje toegepast zoals o.a. beschreven in verhandeling over de AirBull. (Zie ook Modelbouw Actueel 102 van september 2004).

De cockpitkap met zijn vergrendeling wordt met een listige sluiting geplaatst als de romp gereed is. In de romp wordt eerst aan elke kant een gaffel gelijmd waarin naderhand de nokken van de cockpitkap moeten vallen. Dit is een secuur werkje omdat “blind” gelijmd moet worden en heel spaarzaam met lijm moet worden omgesprongen. Bij een slordige verlijming bestaat het gevaar dat de kap zelf aan de romp wordt vastgeplakt en dat levert dan uiteraard een groot probleem op. De gaffels worden eerst met secondenlijm in de romp vastgeplakt. Daarna worden de nokken met een likje polyurethaan lijm in de cockpitkap gestoken en wordt op de romp geplaatst waarbij de nokken goed in de gaffels vallen en de kap klemvast op de romp zit. Zo een tijdje laten zitten tot de polyurethaan lijm hard geworden is (= ongeveer een uur). De nokken zitten nu vast en in de juiste positie. Daarna de cockpitkap er af nemen en de nokken vastzetten met dunne secondenlijm. Dit levert een perfecte vergrendeling op met een cockpitkap die zonder gebruik van gereedschap moeiteloos los te nemen is.

De Easy Glider landt op de buik en als dit op een mooi vlak grasveld gebeurt dan is de rompbodem stevig genoeg om dit zonder schade te doorstaan. Wil men echter ook kunnen landen op een hardere, oneffen of vervuilde ondergrond dan is het aan te raden om op de bodem een strook doorzichtige verpakkingstape o.i.d. te plakken.

Vleugel samenstellen
De vleugelhelften worden verbonden door een koolstof buis die tevens als vleugelligger dient en met een speciale aan elke vleugelwortel aangevormde klemverbinding. Voor de centrering zijn in de romp een paar nokken aangebracht. In eerste instantie maakt dit een beetje flutterige indruk, maar door een prima pasvorm van de Elapor® blijkt dit een voortreffelijke en eenvoudige oplossing te zijn waarmee de twee delen zonder bouten en moeren met gemak in elkaar geschoven kunnen worden en perfect passen. De buis wordt opgesloten in een geprofileerde uitsparing in de vleugel die weer wordt afgedekt met een strip die in de onderkant van de vleugel wordt gelijmd. De montage hiervan is in feite zeer eenvoudig, alleen de methode die in de bouwbeschrijving wordt aangegeven is niet aan te raden. Het risico dat de buis in de vleugel wordt vastgelijmd is hierbij erg groot en het feest is dan ook echt over!

Ten eerste is het nodig om de uiteinden van de buis af te schuinen. Dit om te voorkomen dat de scherpe rand materiaal uit de vleugel geschraapt waardoor de vatting in gebruik steeds ruimer wordt en er uiteindelijk een flapperende vleugel ontstaat. Essentieel is dat de passing tussen vleugel en ligger precies past: een lichte klempassing, zoals dat in de techniek heet. Deze moet tijdens het lijmen goed tot stand komen en dan is het een probleem om geen lijm tussen de ligger en de vleugel te laten lopen en vooral geen hechting te laten ontstaan. Dit kan op eenvoudige wijze worden gerealiseerd door één helft van de ligger in te smeren met siliconenvet; olie mag ook. Leg de koolstofligger in de uitsparing van de vleugel en dek hem af met het schild, draai de buis enkele malen rond en schuif deze heen en weer zodat het vet de binnenkant van beide delen bestrijkt. Buis en geleiding zijn dan van een dun siliconen filmpje voorzien waaraan geen lijm meer wil hechten. Smeer vervolgens alle raakvlakken van de afdekking gelijkmatig in met een dun laagje polyurethaan lijm en druk het geheel aan. Keer de vleugel om en leg deze opeen vlakke ondergrond, verzwaar de bovenkant, bijvoorbeeld met een paar zakken suiker, en laat het geheel uitharden onder het af en toe draaien van de buis. Na een uurtje kan de buis er uit genomen worden om de andere kant op dezelfde wijze te bewerken. Nadat de lijm is uitgehard is er een perfecte passing ontstaan.

De functionele opbouw van de Easy lider.

In elke vleugelhelft wordt een servo voor de rolroeren geplaatst. Dit biedt de mogelijkheid om ze ook als landingskleppen te gebruiken als hiervoor althans de geschikte mixer op de zender aanwezig is. Voor de rolroeren zijn mini servo’s van Carson gebruikt met een trekkracht van 1,1 kg. Deze passen precies in de uitsparingen in de vleugel. De servokabels moeten uiteraard verlengd worden. Volgens de bouwbeschrijving worden deze in de liggerdeksels vast ingeplakt in de vleugel. De servo’s zijn dan niet meer te verwijderen zonder schade aan de vleugel aan te richten, dus niet aan te bevelen. Nadat de liggerdeksels waren aangebracht zijn de bestaande sleuf voor de servokabels verlengd tot aan de vleugelwortel. De stekkers van de servo’s zijn afgeknipt en via verlengkabels weer aangesoldeerd en de soldeerverbindingen met krimpkous geïsoleerd. Maak, in verband met het insteken van de vleugels deze kabels niet te kort. Een totale lengte van ongeveer 75 cm is hiervoor een goede maat. De servokabels kunnen in de sleuf worden gelegd en worden afgedekt met Scotch-tape. Bij pech, schade of ander gebruik van de servo’s kunnen deze nu zonder schade worden verwijderd.

Stabilo en kielvlak monteren
Nadat alle onderdelen in de romp zijn aangebracht en de helften zijn verbonden kan het richtingsroer en het stabilo worden geplaatst. Deze is eerst gemonteerd en daarna samen op de romp aangebracht. Om de uitlijning goed te krijgen is het van belang dat de vleugels al op de juiste wijze in de romp gemonteerd zijn. Hiertoe dienen eerst de roerhoorntjes te worden gemonteerd en de roeren aan de uiteinden met een scherp mesje te worden losgewerkt waarbij een spleet van ongeveer 1 mm moet ontstaan. De roeren scharnieren in het moeder materiaal dat elastisch genoeg lijkt om dit lang te kunnen volhouden.

Het setje servo's. De beide MPX servo's worden gebruikt voor hoogte en richtingsroer en de twee Carsons voor de rolroeren (links). De inbouw van de servo's. Deze zijn, niet volgens tekening, naast elkaar geplaatst (midden) om voldoende ruimte te winnen voor regelaar, ontvanger, stekkers en kabels (rechts).

Aandrijving monteren
Het inbouwen van de aandrijving en de besturing heeft wel wat hoofdbrekens gekost omdat de voorgevormde indeling niet bij mijn spullen pasten en ik voldoende mogelijkheden wil overhouden om te kunnen experimenteren. De servo’s worden volgens de bouwbeschrijving min of meer in tandem geplaatst, wat veel onnodig ruimteverlies geeft in de toch al niet te ruime cockpit. Ik heb daarom wat materiaal weggesneden opdat de servo’s naast elkaar geplaatst kunnen worden. Hierdoor ontstaat ruimte voor een 8-kanaals ontvanger die nodig is om alle mogelijke functies van de rolroeren te kunnen uitvoeren.

Gelet op de ligging van het zwaartepunt wordt hierdoor ruimte gereserveerd voor het plaatsen van ontvanger en accu direct achter de motor. Het aantal kabels dat dan van voor naar achteren moet lopen is wel zeer groot en ik heb daarom de voedingskabels voor de motor buitenom geleid. Hiertoe zijn in de bodem een paar sleuven gesmolten met een normale soldeerbout automaat op 350’C. Deze kabels worden afgedekt met vezel versterkte plakband dat tevens dient om de bodem te beschermen als op harde of vervuilde ondergrond wordt geland. De inwendige vorm van de neus is aangepast op de bijgeleverde motor met vertraging. De motor wordt “los” in de neus geplaatst en met de vergrendeling op de bodem, een soort klepje van Elapor®, op zijn plaats gehouden en door het plaatsen van de cockpitkap vergrendeld. Het “los” monteren van de motor biedt het voordeel dat later nog een andere, bijvoorbeeld een buitenloper, kan worden gemonteerd.

Accu en regelaar
Belangrijke vraag is: welke accu’s ga ik gebruiken? Menige elektrovlieger zal al wel over een voorraadje “incourante” accu’s beschikken en het is daarom plezierig dat de Easy op dit vlak niet al te kieskeurig is. In de romp, ter hoogte van het zwaartepunt, is ruimte voor een setje van zeven NiMh Mignon AA cellen, of zes NiMh sub C cellen of twee in serie gemonteerde Li-Po’s van 1000 mAh. Een voordeel, want je kunt ze afwisselend gebruiken. Wat is de beste keuze en wat zijn de voor en nadelen? In onderstaand tabelletje een overzicht van de accu’s die  voor het experimenteren zijn gebruikt. Na enige testvluchten is gebleken dat bij toepassing van AA-cellen zeker 8 cellen (9,6 V) nodig zijn. Het grotere gewicht speelt hier zeker een rol.

Overzicht toepasbare accu configuraties Easy Glider electric.

Soort accu

Capaciteit 

mAh

Spanning 

V

Gewicht 

gram

Afm.

l x b x d

mm

Prijs € (ca.)

Li-Po  2S0P

1000

7,4

50

62 x 34 x 12

30 - 35

NiMh 6 cellen sub C

1000

7,4

125

85 x 35 x 18

25 - 35

NiMh 7 cellen AA

2000 - 2500

8,4

220

100 x 55 x 16

15 – 30

NiMh 8 cellen AA

2000 - 2500

9,6

250

120 x 55 x 16

20 - 35

Het is dus maar wat je wilt of in huis hebt en omdat de prijzen niet zo ver uiteenlopen komt het vooral op de technische specificaties aan. Hoewel het gebruik van Li-Po’s voor de hand ligt dient te worden bedacht, en sommige leveranciers geven dit ook in hun gebruiksaanwijzing aan, dat Li-Po’s bij elke herlading ca. 0,2% aan capaciteit verliezen en dat ze na 100 cycli nog 80% van hun oorspronkelijke capaciteit over zouden hebben. Verder zijn de Li-Po’s in het gebruik en bij het laden en ontladen kwetsbaar en heb je een speciale Li-Po lader en regelaar nodig.

Het gebruik van Li-Po’s is dus geen absolute voorwaarde en er kunnen ook Ni-Cd en NiMH’s worden gebruikt. Met de Easy kun je alle kanten op omdat de accu’s in het zwaartepunt liggen. Overwogen kan worden om alleen Li-Po’s te gebruiken als je thermiek vliegen wilt gaan beoefenen en als je wat wilt “stunten” of een lange vliegduur wilt hebben kun je NiMh accu’s gebruiken. Het is maar wat je wilt. De Li-Po’s en de Sub C cellen passen ruimschoots in het accu compartiment. Voor de AA-cellen ligt dit wat moeilijker. De hoge capaciteit accu’s hebben ook de maximale afmetingen en met de soldeerlippen en de aansluitdraden passen deze net niet in het accu compartiment. Het is dan een kwestie van de ruimte even wat opruimen.

Accu en regelaar. De RSC 100 regelaar bleek in de praktijk echter niet te voldoen en is later vervangen door een 18 A regelaar.

Het stroomverbruik zal onder normale omstandigheden circa 4 A bedragen. Als regelaar heb ik de RSC 110 µP Li-Poly van Robbe die voor NiCd/NiMh en Li-Po’s kan worden gebruikt ingezet. Dit is een ultra kleine microprocessor gestuurde proportionele regelaar voor een nominale belasting van 10 A met een gewicht van slechts 8 gram. Het PCO (power-cut-off) voltage ligt voor NiCd en NiMh bij 5 volt en voor Li-Po’s bij 2,75 volt per cel. De celherkenning en daarmee de instelling van de afschakelspanning bij Li-Po accu’s volgt automatisch. Verder is de slag van de knuppel over het gehele regelbereik instelbaar. Nadeel is dat deze geen rem heeft en dat de propeller onder het vliegen blijft draaien. Als alternatief kan bijvoorbeeld gekozen worden voor de Robbe air 819 Li-Po. Deze regelaar kan maximaal 19 A aan en ligt dus minder gunstig in zijn regelbereik.

De apparatuur inbouw en het afstellen
Daar de Easy beschikt over afzonderlijk aangestuurde rolroeren zijn er vele mogelijkheden om de besturing te vereenvoudigen en te optimaliseren. Als je het hele scala aan besturingsmogelijkheden (mixer richtingsroer en rolroeren, rolroer differentiering, landingskleppen+trim, ) wilt benutten dan heb je minimaal een zeven kanaals zender en ontvanger nodig, dus is een acht kanaals ontvanger gebruikt. De ontvanger is dan groot en er zijn vijf servokabels nodig. De ruimte onder de cockpitkap is krap en er is dus enige inventiviteit nodig om dit probleem op te lossen. De in de bouwbeschrijving voorgestelde inbouw moest daarom ook sterk gewijzigd worden. Ten eerste heb ik de tandem opstelling tandem opstelling tandem opstelling van de servo’s gewijzigd in een positie naast elkaar. Hiertoe dient een stuk Elapor®  te worden verwijderd en het gat waar de servo niet wordt geplaatst moet worden opgevuld. De eerste stap is het instellen van het zwaartepunt. Volgens de specificatie moet deze op 70 mm van de voorrand van de vleugel liggen. Bij de meeste elektro zwevers kan dit door het verschuiven van de accu. Bij de Easy is dit niet of nauwelijks mogelijk omdat het ontwerp uitgaat van plaatsing van de accu in het zwaartepunt. Bij het balanceren bleek dat het zwaartepunt te ver naar achteren lag en dat nog 20 gram lood in de neus nodig was om het op de juiste plek te krijgen. Om dit te kunnen aanbrengen heb ik een loodkamertje in de neus achter de motor uitgefreesd waarin onder de ontvanger een plaatje lood kan worden geplaatst. De Easy is hiermee in balans en het is mogelijk om nog enige correcties aan te brengen.

Na het completeren van de Easy maar eerst eens het gewicht bepalen. Een verrassend resultaat: met de Li-Po 1000 mAh levert dit slechts 850 gram en dat is 30 gram lager dan wordt aan gegeven. Zelfs met een NiMh van 1000 mAh levert dit een gewicht op van 925 gram en dat is dus iets boven het gewicht in de bouwbeschrijving. Dit levert de specificaties op zoals in tabel 2 is weergegeven. Met een spanwijdte van 1800 mm is de Easy Glider electric dus een lichtgewicht met een zeer lage vleugelbelasting waardoor hij zeer geschikt is voor thermiek vliegen.

Tabel 2.  Specificaties Easy Glider Electric

Volgens Multiplex

Zoals gerealiseerd

Spanwijdte

1800 mm

Lengte overall

1115 mm

Vleugeloppervlak

41.6 dm2

Gewicht met Li-Po 1000 mAh

880 gram

850 gram

Gewicht met NiMh 1000 mAh

925 gram

Vleugelbelasting Li-Po

21 g/dm2

20.4 g/dm2

Vleugelbelasting NiMh

22.2 g/dm2

In eerste instantie zijn de uitslagen van de roeren aangehouden zoals in de bouwbeschrijving wordt aangegeven. Alle roeren kunnen afzonderlijk worden bediend. Hiervoor wordt in de bouwbeschrijving een voorbeeld gegeven maar kan na enige testvluchten naar eigen gebruik worden ingesteld. De keuze van de knuppelfuncties kan uiteraard op verschillende manieren, al naar gelang het type zender en de eigen gewoontes worden ingesteld.

Om de besturing met rolroeren te vereenvoudigen of te leren met rolroeren te vliegen kunnen deze worden gekoppeld met het richtingsroer. Deze instelling is aantrekkelijk voor vliegers die nog weinig of geen ervaring met rolroer modellen hebben. Hiervoor moet men wel over een zender met mixer beschikken. Het is gebruikelijk om de hoofdstuurfunctie, de rolroeren, als master te gebruiken en het richtingsroer te laten volgen. Hierbij dienen de roeruitslagen wel te worden verkleind tot ca. 50%. Met een schakelaar op de zender kan deze functie aan- en uitgeschakeld worden. Met deze koppeling is het maken van een rol niet mogelijk en dient de functie uitgeschakeld te worden.

Ook is het mogelijk om de rolroeren als landings- of remkleppen te gebruiken. Met een mixer op de zender kan dan gelijktijdig een beetje hoogteroer worden bijgemixed om een strakke landing te kunnen uitvoeren. Raadpleeg voor de juiste uitvoering de gebruiksaanwijzing van de zender.

Om de kunstvlucht eigenschappen te verbeteren is het mogelijk om in de koolstof buis een gewicht aan te brengen. De binnenmaat van de buis bedraagt 7,8 mm en hierin past precies een M8 draadstang. Al naar behoefte kan een hele stang van een meter of een deel daarvan worden gebruikt.

Bij het afstellen bleek dat de staart van de romp ging mee bewegen als het richtings- en hoogteroer werd bewogen. Het is dus echt noodzakelijk om de buitenmantels van de bowdenkabels zo ver mogelijk tot  aan de achterzijde te verlijmen en om de gangbaarheid van de stuurkabels zo licht mogelijk te maken. Overigens werd dit tijdens het vliegen niet als hinderlijk ondervonden.

Het afwerken
De spuitmondjes heb ik het een fijn schuurpapiertje (200) weggewerkt om een zo glad mogelijk oppervlak te krijgen. Vooral als er stickers opgeplakt moeten worden is dit zeer lelijk omdat deze gaan kieren en gemakkelijk loslaten. Het schuren is een ouderwets werkje, maar het moet dan maar even.

In de bouwdoos zit een groot vel met stickers waarmee je volgens het ontwerp de Easy kunt versieren, maar je kunt er natuurlijk zelf ook nog wat aan doen. Ik heb grotendeels de versiering van het oorspronkelijke ontwerp overgenomen. De cockpitkap heb ik echter niet zwart gemaakt maar goudkleurig met een “Pen-touch” van Sakura, te verkrijgen bij de betere kantoorboekhandel. In tegenstelling tot het sombere zwart geeft dit een gouden touch aan dit elegante model en om het geheel er nog wat fraaier uit te laten zien heb ik hiermee ook de vleugelranden versierd. Met deze spaarzame versiering ziet de Easy er elegant uit, meer heeft hij niet nodig.

Het vliegen

De Easy Glider is een bijna statig model in de vlucht.

Na een nauwgezette controle van zwaartepunt, roerfuncties en uitslagen was het wel even wachten op het geschikte weer. Voor de eerste vlucht werd de koppeling van rolroeren en richtingsroer ingesteld. Op een late namiddag met een zacht briesje werden de eerste handstart zonder motor geprobeerd op een weiland met, uit voorzorg, hoog gras. Met een stevige zet koos de Easy Glider het luchtruim en zweefde in een strakke glijvlucht over een afstand van 25 meter. Lichte correcties werden duidelijk zichtbaar beantwoord en deze test gaf voldoende zekerheid dat het met de motor ook wel zou lukken. Met een goed opgeladen Li-Po van 1000 mAh (Graupner Li-Po 1000, best nr. 7625.2) en een licht zetje werd de Easy met volgas losgelaten. Na een korte horizontale vlucht, waarbij de snelheid zichtbaar toenam werden de eerste bochten gedraaid met een beetje “up”: dubbel rechts, vlakke acht, links en daarna licht stijgen. Het model klom hierbij heel geleidelijk tot een hoogte van zo’n vijftig meter. Daarna de motor uitgeschakeld en met een kleine knik (domping iets te groot) werd de glijvlucht ingezet. De Easy bleef goed bestuurbaar en na een geleidelijke daling werd de motor weer gestart voor de volgende klim. Het model heeft nog een aardige glijhoek en wendt en keert rustig als zowel de rolroeren als het richtingsroer gekoppeld zijn. Fors gesturd kunnen er zeer krappe bochten mee worden gedraaid. De meeste vluchten werden helaas in de avonduren gemaakt en er was dus geen thermiek waardoor de zweefeigenschappen moeilijk kunnen worden beoordeeld. Op deze wijze kunnen, ook als er geen thermiek is, drie tot vier herstarts worden gemaakt en als je de kunst van het “energy management” goed verstaat kan een vliegduur van vijftien tot twintig minuten worden gerealiseerd. Het landen is een eitje als hij maar goed met de kop in de wind wordt gehouden. Met een beetje tegenwind kan hij bijna verticaal dalen. Later zijn met een beetje thermiek vluchten van meer dan een half uur gemaakt.

Door het geringe gewicht is de windgevoeligheid wel groot. Bij windkracht drie tot vier kun je hem rustig tegen de wind in stil laten staan in de lucht of hem in schijnbare stilstand laten klimmen. De propeller is vrij groot ten opzichte van de romp en steekt onder de bodem uit. Bij de landing is dit echter geen probleem omdat hij vanzelf inklapt.

Na een aantal vluchten met zowel de Li-Po als de NiMh accu’s blijkt dat het met  beide accusets een gemakkelijk te besturen model blijft, waarbij het extra gewicht van de NiMh accu’s het model iets minder gevoelig maakt voor windinvloeden maar het stijgvermogen ook lager wordt. Het vermogen om te klimmen is realistisch als je bedenkt dat de aandrijving slechts een Speed 400 met vertraging is, het is echter aan de krappe kant als je wat meer wilt (zie: MidLife Update). Dit is geen probleem bij de basis uitvoering voor thermiekvliegen, maar als je met extra gewicht in de ligger nog iets van aerobatics wilt doen is het wel een beperking.

Kies je echter de goede configuratie en is de thermiek goed dan zul je er zeker een middag mee kunnen vliegen als je twee of meer accu’s ter beschikking hebt. Neem je vervolgens naar de hei, (waar mag dit nog?) een laadaccu en lader mee dan hoef je je echt niet te vervelen. Hiervoor gebruik ik de “pech accu” voor de auto. Dit is zo’n setje met startaccu+kabels, compressor, lamp, voltmeter die je tegenwoordig voor enkele tientjes kunt kopen.

Op een mooie zomerdag met de Easy Glider elektro laag over het vold scheren is een enerverende vliegervaring.

Na enige testvluchten, waarbij de indruk ontstond dat het zwaartepunt te ver naar achteren lag heb ik het plaatje lood verwijderd en daarvoor de Li-Po accu direct achter de motor geplaatst. Dit scheelde nog 30 gram in gewicht en leverde een betere dwarsstabiliteit op.

Midlife Update
Met de Speed 400 en vertraging is de Easy Glider toch wat "under powerd". Gezapig vliegen is prima mogelijk en een beetje spelen ook, maar dynamisch kun je het niet noemen. Daarom is de oorspronkelijke aandrijving vervangen door een brushless motor, een passende regelaar en een grotere klappropeller. Dit is niet zo eenvoudig omdat de neus voorgevormd is voor de oorspronkelijke aandrijving. Enig geimproviseerd knutselwerk is ds wel nodig. De neus werd wat ingekort en er is een houten bevestigingspunt aangebracht om de motorsteun te bevestigen. Onderstaande foto's laten e.e.a. zien.

De "midlife update" van de Easy Glider elektro in vier beelden. Op de foto helemaal links wordt de nieuwe aandrijfset met regelaar getoond. Daarnaast het inwendige van de ombouw met de nieuwe motorsteun. Direct rechts daarvan de spinner met de houten ring die voor op de iets ingekorte neus is aangebracht. De cocktail prikkertjes zijn gebruikt om de afstand rondom gelijk te houden. Helemaal rechts de spiner met de luchtgaten voor de koelin zoals origineel. Verder is bovenin nog een koelgat aangebracht.

Het resultaat is echter prima. Het vlieggedrag is dynamischer geworden en er kan gemakkelijke hoogte worden gewonnen. Op een rustige zomernamiddag met enige thermiek lukte het om temidden van een groep buizerden een vluchtdur van 45 minuten te realiseren. Helaas was er toen geen fotograag aanwezig!

Conclusie
De eerste vraag die is: voor wie is dit model geschikt? Het pakket is, uiteraard met uitzondering van de besturingsspullen (zender, ontvanger, servo’s, e.d.), compleet. Voor aandrijving en besturing zijn componenten van verschillende leveranciers gebruikt, die veelal onderling uitwisselbaar zijn en waarmee alles goed functioneert. Voor de ervaren modelbouwer/vlieger interessant omdat vele restant componenten kunnen worden gebruikt.

De prijs is redelijk, zeker als je ziet wat er allemaal in de doos zit en de afwerking is prima. In dit opzicht is het alleszins en beginnerskist. Het samenbouwen is eenvoudig genoeg voor beginners en hoewel het vliegen met rolroeren niet direct ieders werk is, kan met de koppeling van richting- en rolroeren een beginneling hiermee ook al snel overweg. Overigens zou ik een model als de Easy Star of Twin Star dan eerder aanbevelen omdat deze een grotere eigen stabiliteit hebben. Het model is dus aan te bevelen voor bouwers en vliegers met enige ervaring op beide terreinen. Aan degene die het als instap model willen aanschaffen geldt de aanbeveling om zich goed door een ervaren modelbouwer en vlieger te laten begeleiden.

De Easy is voor de gevorderde modelbouwer interessant omdat het veel experimenten met verschillende accu’s, met het aanbrengen van “ballast” in de ligger verschillende vleugelbelastingen, en koppeling van roeren toelaat. Mooi model dus om te experimenteren en om talloze aspecten van het modelvliegen uit te proberen. Deze Easy is geen model om er aerobatics mee uit te voeren. Het kan met de standaard motorisering een looping en rol maken, als er wat extra ballast aan boord is. Een “victory roll” als je van een geslaagde “hoogtestage” in de landing gaat is te doen en staat altijd goed. Een vliegduur van vijftien minuten met een 1000 mAh accu biedt de mogelijkheid om er lekker mee aan de slag te gaan of er op een zonnige dag lekker lang mee te zweven. Met twee of drie van deze accu’s ben je zo een middag onder de wolken.

Terug...

adverteren | contact | © 2007