|
Airbull van Robbe | uitgebreide beschrijving De kit
Het bouwen
De Bij de motoren wordt een ontstoringssetje van elk drie condensatoren van 47 μF mee geleverd die nog gelijktijdig met de voedingskabels aangesoldeerd moeten worden. Let er bij de montage van de kabels op dat deze “verkeerd” moeten worden aangesloten (plus op min en min op plus) omdat de motoren in duwopstelling staan. De motoren worden parallel geschakeld. Overeenkomstig het montagevoorschrift wordt de speedregelaar op zijn kant in een nauw passende sleuf geplaatst. De regelaar wordt hierdoor te veel geïsoleerd hetgeen slecht is voor de warmteafvoer. Indien men het model in de originele kleuren wil afwerken moet de lak worden aangebracht direct nadat de Arcel onderdelen zijn verbonden. Nadat de beide vleugelhelften aan elkaar zijn gelijmd kunnen ook de kielvlakken worden gemonteerd. Deze worden in uitsparingen in de vleugel gelijmd met behulp van dikke secondenlijm en onder de juiste hoek geplaatst met behulp van een sjabloon waarvan een tekening in de handleiding is opgenomen. Let er hierbij wel op dat deze hoekinsteller aan beide zijden, vanwege de kromming van de vleugel, op dezelfde positie wordt geplaatst, want anders ontstaan er toch nog verschillen. Om de passing goed te krijgen eerst even de vormrand aan de onderzijde weg schuren. Voor het verlijmen kan het beste een vullende lijm worden gebruikt omdat de passing vrij ruim is. De cockpit kap is gemaakt van doorzichtig Lexan en dient uit het vormstuk te worden geknipt. Dit is even een precies werkje. Gebruik hiervoor een kort schaartje, een nagelschaartje of het lexan schaartje van Robbe (gebogen of recht, bestnr. resp.: 5646 en 5645). Knip vooral met de binnenkant van de schaar, dit voorkomt uitglijders. Een oude schaar waarvan de helft van de lemmeten is weggeslepen bewijst ook goede diensten. Slijp of schuur de kap daarna aansluitend op de romp. Het dremeltje met een grof schuursteentje bewijst hierbij goede diensten. Inbouw van de besturingsonderdelen Om storingen zo veel mogelijk te voorkomen wordt de speedregelaar met een elastiekje boven op de accu geplaatst, zo ver mogelijk weg van de motoren. Daarachter komt de ontvanger . De voeding naar de motoren loopt over alles heen en wordt aan de achterkant aangesloten op een aansluitblok dat bestaat uit een kroonsteentje met daarop een zespolige MPX-stekker gemonteerd. Deze wordt in de romp vastgelijmd. Met deze opbouw is het wisselen van componenten heel eenvoudig.
De besturing vindt plaats met roeren in de vleugel, de zogenaamde “trailing edge ailerons/elevators” of elevons die functioneren als hoogteroer en rolroer. Hiervoor is een elektronische mixer of een computerzender met geïntegreerde mengfuncties noodzakelijk, zoals de Robbe/Futaba FC 16, FC 18 en overige duurdere modellen. Hoewel de standaard servo’s klemmend in de uitsparingen passen is toch een harde bevestiging nodig. In de bouwbeschrijving wordt geadviseerd om ze vast te lijmen. Dit stuit mij altijd tegen de borst omdat ik vind dat dit soort onderdelen demontabel behoren te zijn. De grijze massa dus maar weer eens aan het werk gezet en met enig gerommel in de bakjes met “piefjes, pafjes en poefjes” een eenvoudige en goedkope oplossing bedacht. Over de servo’s wordt een latje van 3 mm vliegtuigtriplex van ongeveer 10 mm breed en 65 mm lang gemonteerd. Voor de bevestiging worden aan beide zijden twee grijze plugjes met polyeurethaan lijm in de vleugel geplakt. Het bovenste wordt er na het uitharden van de lijm afgesneden en alleen het onderste gekartelde deel blijft in de vleugel zitten. Het latje kan nu met twee parkertjes in de plugjes worden vastgezet. Als “parkertjes” zijn bevestigingsschroefjes van een gesloopte video cassette (minstens vier per casette) gebruikt. Deze hebben een dubbele schroefdraad en pakken uitstekend in de plugjes. Als de servo’s iets verzonken liggen kan in het midden van het latje een viltje worden geplakt of het zachte deel van klittenband. Het geheel is licht, goedkoop, uiterst functioneel en de servo’s kunnen weer gedemonteerd worden. Het wachten is nu nog op een fabrikant die dit kant en klaar aanbied. De kabels van de servo’s worden door uitsparingen in de vleugel naar de ontvanger geleid. Hiervoor is het plezierig om servo’s met kabels van minstens 50 cm te gebruiken. Die kunnen dan rechtstreeks op de ontvanger worden aangesloten. Zijn deze niet beschikbaar dan moeten een paar verlengkabels worden gebruikt. Met een vierkant vijltje met dezelfde dikte als de stekker wordt een gat in de romp gemaakt waardoor de stekker naar het radio compartiment wordt gebracht .
De aandrijving / propellers De motoren dienen, gelijk met de aansluit kabels van ontstoringscondensatoren te worden voorzien. Daarna worden ze in de motorgondels geplakt met een druppeltje polyeurethaan lijm aan de zijkanten. Dit heeft het voordeel dat ze bij een eventuele vervanging gemakkelijk met een mesje losgesneden kunnen worden. De uitlijning van de motoren is belangrijk voor een rustige loop. Hiervoor worden de twee asjes met een plankje geklemd. De motoren zijn elektrisch verbonden met een kroonsteentje waarop tevens een aansluitstekker is gemonteerd die in de romp wordt vastgeplakt .
Iedere fabrikant van zowel motoren als accu’s als regelaars dringt altijd aan op een goede koeling en toch hapert dit vaak bij de modellen. Voor de koeling van de motoren zijn aan de bovenzijde openingen in de motorgondels aangebracht. Let er dus op dat de luchtopeningen van de motoren aan de boven en onderkant zitten. Om de koeling van de motoren nog wat te verbeteren heb ik van een stukje pvc electriciteitsbuis luchthappertjes gemaakt die op de ventilatieopeningen worden gelijmd . Het model begint hierdoor nog meer op de B2 “Spirit” te gelijken. Voor ventilatie van het instrumenten compartiment behoren openingen in de neus en achter in de staart aangebracht te zijn. Bij dit model sloot de cockpitkap sloot deze neusgaten echter volledig af. Daarom heb ik met een conisch slijpsteentje wat Arcel weg geslepen (zie de zwarte neusgaten) want een goede ventilatie is van levensbelang voor de accu en de regelaar en komt de vliegprestaties uiteindelijk ten goede. In het montage voorschrift wordt aangegeven dat je de antenne via de vleugel moet leiden door hierin eerst een sleuf te snijden en dit vervolgens af te dekken met plakband. Naast het feit dat het constructief een niet zo fraaie oplossing is heeft het ook het nadeel dat je, zeker bij snelle modellen zoals deze, een éénzijdige weerstand aan de vleugel creëert die het model naar één kant wil trekken. Verder is het lastig om de ontvanger te verwisselen omdat je dan eerst het plakband moet verwijderen en hiervoor de lak of de decal moet beschadigen. Zeker bij dit model met twee motoren en een vrij toegankelijk centraal middenstuk kan de antenne gewoon door het midden naar de achterkant worden geleid. Ik heb daarom een antennedoorgang gemaakt van de buitenmantel van een bouwdenkabel . Deze heb ik vanuit het ontvangercompartiment naar de “tuut” aan de achterkant (hij zou er voor gemaakt kunnen zijn!) gevoerd. Dit kan op eenvoudige wijze met een staaldraad van 3 a 4 mm die aan de voorkant wat is afgeplat en die je op een accuboormachine kunt plaatsen (lange boor). Aan de achterkant steekt de buitenmantel enkele centimeters achter de propellers uit waardoor hij hierin niet kan vastlopen. De antenne is nu mooi in lijn met het vliegtuig en de ontvanger is eenvoudig en zonder enige beschadiging van de vleugel te plaatsen en weer te verwijderen. De bevestiging van de cockpitkap is van een aandoenlijke knulligheid. Volgens de bouwbeschrijving moeten hiervoor voor en achter twee stukjes klittenband worden geplakt en moet een lange parker in het materiaal van de neus worden geschroefd om de kap te borgen. De combinatie hiervan is echter onbruikbaar omdat de kap niet over de klittenband kan worden geschoven als het onder de schroef moet worden bevestigd. Verder heeft de parker zelf geen houvast in de zachte Arcel en leidt het meerdere keren in en uitschroeven tot het opruimen van het gat zodat er na een paar accuwissels helemaal geen houvast meer is. Dus maar weer de “truc met de plug” toegepast: boor een gat van 4 mm op de plek waar de parker moet komen, lijm er een grijs plugje in met polyeurethaan lijm. De parker kan nu zodanig diep in de plug worden geschroefd dat de cockpitkap klemt. De klittenband aan de voorkant kan nu worden weggelaten. Aan de achterzijde moet het materiaal waar de klittenband met een stukje balsa van 3 a 4 mm worden opgehoogd, waarna er een stukje klittenband kan worden opgelijmd. Als nu de cockpitkap onder de kop van de parker wordt geschoven en aan de achterzijde op de klittenband wordt gedrukt zit het muurvast (tip voor Robbe). De afwerking De lak, met name aan de onderzijde, is wel erg kwetsbaar. Het is daarom aan te bevelen om een bodem bescherming aan te brengen in de vorm van een buitenmantel van een bouwdenkabel, eventueel nog afgedekt met een brede doorzichtige tape, zoals voor het dichtplakken van kartonnen dozen wordt gebruikt. Het trimmen van het model Met een 6 cellen Nicad (300 gram), in diverse merken in 1800 mAh tegen gunstige prijzen verkrijgbaar, kan het zwaartepunt ook op de goede plaats worden gelegd door hem met de onderkant helemaal naar voren te schuiven. Markeer eventueel met een streepje op accu en romp de positie hiervan, dit voorkomt verrassingen na een wissel. Als de positie is vastgesteld wordt de klittenband op accu en bodem aangebracht. Ben je van plan om verschillende accupakketten te gaan toepassen dan is het altijd raadzaam om de klittenband helft op de bodem dwars te plaatsen en op de accu in de lengterichting of omgekeerd. Om de kans op verschuiven zo veel mogelijk te beperken fixeer ik de accu nog met een stukje piepschuim. De instelling van de roeren moet 8 mm op en neer zijn. Dit is goed te controleren door de Airbull op de kop te leggen en met een liniaal na te meten. Vliegen.
De ervaring leert dat de meeste brokken bij de eerste start worden gemaakt. Daar met dit soort hand gestarte modellen moet alles meteen perfect moet functioneren en dus goed uitgetest moet zijn, dus: controleer, test en meet alles eerst tot het uiterste en ga pas daarna bij rustig weer het veld op! Controleer de bewegingsrichting en de uitslag van de roeren vanaf de achterkant, want bij die elevon besturing is gauw een foutje gemaakt. Laat eventueel alles ook nog eens controleren door een collega vlieger. Als alles perfect is ga dan pas op voor de eerste start. De exponentieel instelling en de elevon mix mag op 50% ingesteld ingesteld worden. Dan op een rustige avond, al tegen de schemering, de eerste start geprobeerd. De accu goed opgeladen en de trekkracht van de motoren voelt als waren het een paar jonge honden die los van de lijn willen. Een stevige zet en daar gaat de Airbull. Eerst een paar vlakke rondjes, gevolgd door twee vlakke achten en vervolgens een paar keer aanvliegen om de landingssnelheid te kunnen beoordelen. Al snel bleek dat alle twijfels aan het al dan niet kunnen vliegen met dit model over boord gezet konden worden, hij vliegt alsof hij op rails rijdt bij vol vermogen, bij ”sleepgas” en zwevend. Onder alle omstandigheden verrassend goed controleerbaar. Het bedoelde programma dus maar afgewerkt en na een minuut of vijf lag de Airbull keurig geland weer voor de voeten. Daarna de vliegduur getest met beide accu pakketten. Met enig gevoel voor “energy managemant” is een vliegduur van 10 tot 15 minuten zeer goed mogelijk en bij voldoende thermiek is hij nog veel langer boven te houden. De in drukopstelling uitgevoerde Speed 400 elektro motoren zorgen voor een efficiënte aandrijving met een jet-achtig geluid dat het snelheidskarakter van het model nog meer benadrukt. Het heeft een royaal overschot aan vermogen dat het mogelijk maakt om het een pittig klimvermogen mee te geven. Na het invliegen zijn zowel 6- als 7-cellige pakketten gevlogen. Het 6-cellige pakket levert juist voldoende vermogen om er rustig mee te vliegen, maar levert onvoldoende “power” voor een beetje airobatics. Met het 7-cellige pakket is veel meer mogelijk. Conclusie Bij het ontwerp is op de kleintjes gelet door veel aandacht te besteden aan het toepassen van standaard componenten voor aandrijving en besturing. Er kunnen zowel 6- als 7-cellige Nicad accu’s worden gebruikt, waarbij de 6-cellige een zo scherpe prijs hebben dat je rustig een aantal kunt aanschaffen om een paar uurtjes met dit model te gaan vliegen. Neem je dan nog een acculader mee dan ben je voor de rest van de dag wel gezien! Voor iemand die al over wat spullen beschikt komen er boven op de prijs van de bouwdoos, met uitzondering van de lak, geen extra kosten boven op de prijs van de bouwdoos. In dit geval heb je dus voor minder dan honderd euro een machtig mooi model. Een ongelofelijk mooi model dat minstens zo gemakkelijk vliegt dan een trainer. Voor dat geld kun je de Airbull eigenlijk niet laten lopen, wel laten vliegen natuurlijk! |
||||||||||||||||||
|
adverteren | contact | © 2007 |
||||||||||||||||||
